nieuws

Het belang van het beeld van de Erasmusbrug Precies gecompliceerd genoeg

bouwbreed

Een goed oordeel over de Erasmusbrug vergt een andere manier van kijken. Wie de brug beschouwt als civiele techniek, ziet een nodeloos gecompliceerd bouwwerk. Wie de brug ziet als ‘landmark’ om een nieuw stuk stad te verbeelden, ziet dat het precies gecompliceerd genoeg is. Architect Van Berkel was de juiste man op de juiste plaats om de ambities vorm te geven in staal en beton.

Toen de ballpoint net was uitgevonden, mocht je er op school niet mee schrijven. Het ding werd gezien als een inferieure vulpen, die je handschrift zou verpesten. Pas jaren later was de balpen zo ingeburgerd dat men oog kreeg voor de voordelen. Het balpen-handschrift werd de normale standaard – niet perse slechter dan vroeger, wel anders.

Veranderingen vergen een andere manier van kijken. Blijf je op de ouderwetse manier kijken, dan zie je alleen maar problemen en afwijkingen.

Het eerste beton werd bekritiseerd omdat het eigenlijk ‘karakterloze’ blubber is, vormelozer dan baksteen of natuursteen. Pas later drong door dat dit gebrek een groot voordeel was: je kunt er oneindig veel meer vormen mee maken dan met steen.

Om het nieuwe te zien heb je nieuwe ogen nodig.

Wie de Erasmusbrug bekijkt met de ogen van de oude ingenieur ziet alleen maar afwijkingen en problemen. Daarom is er waarschijnlijk geen ander stukje ingenieurskunst waar zoveel ‘second opinions’ bij te pas zijn gekomen. Want nieuwe ogen krijg je niet zomaar – daar moet je herhaaldelijk voor kijken.

Second opinions

De Franse professor Virlogeux, die de grootste tuibrug ter wereld tekende over de monding van de Seine, was een van de eersten die gevraagd werd nog eens naar Ben van Berkels tuibrug te kijken. De asymmetrie van de Erasmusbrug spot met alle klassieke ideeen over het efficient verdelen van krachten bij tuibruggen. Een kind kan begrijpen dat het simpeler is om evenveel tuien en gewicht aan de voorkant als aan de achterkant van een pyloon te hangen. Over de vrijheid die Van Berkel zich had gepermitteerd was Virlogeux’ conclusie zuinigjes: technisch kan het, als je maar betaalt.

Voor een risico-analyse moest er nog eens naar het ontwerp worden gekeken. Ook toen was de conclusie: het ontwerp is extreem maar doordacht en te berekenen.

Dit soort second opinions is doorgegaan tot en met de laatste lantaarnpalen – konden die wel zo slank als Van Berkel had getekend?

Zo vernieuwend is de brug, dat iedereen zijn ogen uit moet wrijven.

Einde van 2D-tijdperk

Voor de bouwers was het probleem dat ze alles direct driedimensionaal moesten bekijken. Veel onderdelen van de brug zijn zo veelvormig dat gewone ‘platgeslagen’ tekeningen (plattegrond, aanzicht, doorsnede) onleesbaar zijn. De brug markeert het einde van het tweedimensionale tijdperk in de bouw.

Voor de staalboer was dat iets minder een probleem dan de betonboer: op de CAD/CAM-snijtafel doet de computer het werk. Beton is ambachtelijker werk. Voor het maken van bewapeningskorven waren complete draaiboeken nodig, zoals bij die ingewikkelde puzzels waarbij er maar een volgorde is om losse stukjes samen te voegen tot een kubus of piramide. Voor sommige bekistingstekeningen heeft de bouwer gebruik gemaakt van de knowhow van de architect; die kon ze sneller uit zijn computer laten rollen.

Managen tot in detail

Projectmanager ir. Freek Meijer van het ingenieursbureau van Gemeentewerken vertelt opgewekt over deze complicaties, en over andere waarmee hijzelf direct te maken kreeg. Hij kan opgelucht zijn, want de klus is tenslotte aardig gelukt.

Meijer: “De vrees was dat alle aandacht en geld in het grote gebaar zouden gaan zitten. En dat deze meerinvestering vervolgens teniet zou worden gedaan door een chaos in de ‘meubilering’. Daarom heeft de architect alles in zijn ontwerp meegenomen, van trammasten en lantaarnpalen tot de portalen voor ANWB-borden en de kleinste boutjes van de hekken. Dat was lastig voor het projectmanagement. Ik kreeg te maken met details waarmee ik me gewoonlijk niet hoef te bemoeien. Ik moest met 21 mensen om tafel gaan zitten om tot afspraken over de meubilering te komen.”

“De RET zat er natuurlijk helemaal niet op te wachten om afwijkende masten voor de bovenleiding van de tram te gebruiken. Als er eentje wordt beschadigd, willen ze direct een nieuwe uit de voorraad ke plaatsen. De oplossing was om de voetplaat standaard te maken. In noodgevallen kan er tijdelijk dus een standaard-mast op worden gezet. En de voetplaat zit verborgen onder metalen roosters.”

Techneuten geven vorm

Meijer is gewend te werken met bijzondere architecten: Quist bij de schouwburg, Koolhaas bij de Kunsthal. Maar dit was voor hem het eerste civiel-technische po waarbij de positie van de architect zo dominant was. Dominanter dan die van de constructeur?

Meijer: “Van het grote gebaar tot het kleinste detail was voortdurend een spanningsveld. Techneuten zoals constructeurs van Gemeentewerken leerden ervan dat ze tot het eind toe de vormgeving alle aandacht moeten blijven geven.”

Meijer prijst in dat opzicht Van Berkels “bijzonder doordachte” creativiteit en diens zakelijkheid. Het was goed afspraken maken met hem. “Ben heeft een doordacht beeld en kan daarbij een visie verwoorden die zijn ideeen voor anderen begrijpelijk en acceptabel maakt”.

Het beeld is dominant

De brug markeert een omslagpunt in de ingenieurskunst, een nieuwe visie, die het nodig maakt er met andere ogen naar te kijken. Nimmer tevoren was de rol van de architect en van het beeld zo dominant.

Wie met oude ogen kijkt, ziet alleen maar een nodeloos gecompliceerd bouwwerk, zowel qua constructie als qua bouwmethodiek. Wie niet de techniek maar het beeld als uitgangspunt neemt, ziet een imposant monument. Een teken waarvan de grillige vorm blijkbaar appelleert aan de verbeelding, gezien de vele aandacht in alle media. Zo bezien is de brug niet nodeloos gecompliceerd, maar precies gecompliceerd genoeg. Want de vormgeving was van eminent politiek belang, van eminent belang ook voor de marketing van de Kop van Zuid. Zelfs voor puur architectonische begrippen is het ongekend hoeveel belang aan het beeld van de Erasmusbrug is gehecht. Voor dat imago was extra geld beschikbaar: enkele tientallen miljoenen guldens bovenop het bedrag dat een ‘ongecompliceerde’ tuibrug zou kosten. Een hoop geld voor de meeste architecten, die immers moeten woekeren met minimale budgetten. Een hoop geld ook voor functionalistische bruggenbouwers. Maar als je het met andere ogen bekijkt, valt het wel mee. Aan een beetje voetballer ben je tegenwoordig zo’n zak geld ook kwijt.

Voor een goed oordeel over de Erasmusbrug moet worden bedacht dat aan architect Van Berkel geen brug werd gevraagd, maar een ‘landmark’. Een merkteken waarmee een nieuw stuk stad kan worden verkocht. Een image dat in verbeeldingskracht moet ke concurreren met het vele visuele geweld dat zich toch al aan onze aandacht opdringt.

Voor Van Berkel is dat geen wezensvreemde opdracht. Hij is juist gefascineerd door de vele krachten die inwerken op de architectuur en laat ze met genoegen de vorm van een bouwwerk plooien. Het kan gaan om de nieuwe mogelijkheden van computergebruik, maar netzogoed om de invloed van de politiek, economie of marketing. Het (Engelstalige) boek waarin Van Berkel deze geloofsbelijdenis heeft vastgelegd heeft hij niet voor niets als titel “Mobile forces” meegegeven. In de huidige wereld ligt niets meer vast en maakt ook de architectuur deel uit van een immer wisselend krachtenspel.

Van Berkel was de juiste man om deze moeilijke klus te klaren. Om nieuwe wegen in de ingenieurskunst in te slaan en zo’n ontwerp nog gebouwd te krijgen ook. Dit kon hij allicht alleen voor elkaar krijgen door de politieke rugdekking die hij kreeg en die hij ten volle heeft uitgebuit. Maar allereerst natuurlijk door zijn eigen verbeeldingskracht en kundigheid.

Om te voorkomen dat het grote gebaar teniet zou worden gedaan door een chaotische ‘meubilering’, zijn alle onderdelen van de Erasmusburg, tot de portalen voor de ANWB-borden en masten voor de tramleiding toe zijn door architect Ben van Berkel ontworpen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels