nieuws

Erasmusbrug duur visitekaartje voor Belgische bouwer CFE/MBG

bouwbreed

De Belgische aannemer Compagnie d’ Entreprises (CFE) heeft haar visitekaartje in Nederland afgeleverd; de betonnen onderbouw van de Erasmusbrug. De prijs om aan deze brug te bouwen was weliswaar hoog, maar meer dan de moeite waard. “We hebben een goede positie verworven in Nederland om nog meer aansprekende poen binnen te gaan halen,” zegt ir. E.H.M. Groot, directeur CFE/MBG Nederland in een gesprek met deze krant aan de vooravond van de opening van de brug.

De spanning op het hoofdkantoor van CFE/MBG Nederland op het Noordereiland is duidelijk voelbaar. De oplevering en opening van de brug zorgen ervoor dat de Belgen en partner Grootint, dit bedrijf bouwde de stalen opbouw, stevig door moeten werken.

Groot en zijn poleider, ir. J. Verschueren, die later in het gesprek aanschuift, zijn beiden opgetogen over de mooie brug, maar zijn blij als de periode van drie jaar keihard werken achter de rug is. Er is door de Belgen onder zware tijdsdruk op de rivier gewerkt tijdens strenge winters en men moest de bouwstaking trotseren. Verschueren heeft nooit onder stoelen of banken geschoven dat de bouwtijd voor de Erasmusbrug veel te krap was. “Waar was dat eigenlijk voor nodig?” vraagt hij zich nog steeds hardop af. Groot vult aan: “Nadat we halfjaar lang in twee ploegen hadden gewerkt om de pijlers gereed te krijgen voor het plaatsen van de pyloon hebben we tot de opening in september onder tijdsdruk moeten werken.” De achtergrond van de krappe bouwtijd is gelegen in het feit dat de rijksoverheid met een aanzienlijk bedrag over de brug kwam als deze in september 1996 open ging om zo de eerste gebruikers van het nieuwe belastingkantoor/gerechtsgebouw te gerieven.

Ingewikkeld

De planning werd verder bemoeilijkt door het ingewikkelde ontwerp van architect Ben van Berkel. “Niets was recht en maak dan maar eens een bekisting,” stelt Verschueren droogjes vast, die tot dan toe in zijn werkbare leven nog nooit een dergelijk ontwerp had gehad. “De geometrie van de pijlers was dermate ingewikkeld dat dit niet meer op de tekentafel kon worden ontworpen, maar uitsluitend met computers. We maakten voor pijler 1 een soort scan van de ruwe bekisting die het origineel zo dicht mogelijk benaderde. Van het verschil tussen de echte computerversie en de scan maakten we tekeningen op papier. Die werden vervolgens op houtenmallen geplakt en uitgezaagd. Zo werden de bekistingen gemaakt. De mensen die het moesten timmeren en het vlechtwerk moesten maken, geen staaf in wapeningskorven is het zelfde, verdienen van mij een lintje.”

Partner Grootint had bij de productie van de pyloon het iets makkelijker. Met de CAD/CAM-programma’s konden snij- en lasmachines worden aangestuurd. CFE heeft het bureau van Van Berkel geconsulteerd. Want de kanteling van de betonnen onderbouw maakt de maatvoering op papier niet mogelijk. Computers moesten het 3D-beeld geven hoe het moest gaan worden. Van Berkel kon de bouwers van CFE voorzien van deze ‘kijk’. “We hebben aan Van Berkel bouwmodellen op schaal gevraagd om zo inzicht te krijgen in de ingewikkelde vormgeving,” aldus Groot.

Overigens kwamen de bekistingen van het Duitse Peri. Van Berkel heeft deze onderneming terzijde gestaan met tekeningen voor de bekisting.

In de nationale en internationale wereld van de bruggenbouw wordt regelmatig gediscusseerd over de rol van de architect. Steeds vaker worden bureaus als Van Berkel gevraagd, terwijl de traditionele ontwerpers, de ingenieurs(bureaus), in het ontwerpproces alleen de berekening doen. In Rotterdam is het architectonische aspect heel nadrukkelijk geaccentueerd, terwijl de aannemers bij dit gecompliceerde ontwerp graag op de bok willen zitten. ‘The fact that an architect and not a bridge builder designed the Erasmus Bridge was cause for concern from a structural standpoint,” schrijven de ingenieurs van Gemeentewerken Rotterdam, de opdrachtgevers, in een onlangs verschenen Engelstalige brochure over de brug. Het zinnetje legt de verschillende tussen de twee werelden bloot. ‘Intensive consultations between the builders and the architect, topped off with a large measure of creativity, led to the creation of the Erasmus Bridge.’

Lichtzinnig

Verschueren vond de lichtzinnigheid waarmee de ontwerpers over de feitelijke realisatie dachten vervelend. “De architecten hebben de ingewikkeldheid van vormen in relatie met de uitvoering onderschat. Het moet ook nog een keer gemaakt worden,” meent Verschueren. “De mensen van het architectenbureau dachten daar toch te makkelijk over.”

Als Verschueren op het eind van het gesprek richting bouwput loopt, wijst hij aan wat de inbreng van de architect was. “Bij de basculekelder steken architectonische vormen uit die voor het functioneren van de klep geen functie hebben, maar voor ons moeilijk te maken. Het had soberder gekund. Maar het is toch een mooie brug geworden met fraaie vormen.”

De relatie met de opdrachtgever van de Erasmusbrug, Gemeentewerken Rotterdam, wordt door de twee CFE-ers als zakelijk omschreven en heeft niet geleden onder de bovenstaande discussie. “Ze werkten cooperatief mee en hebben ons niet behandeld als buitenlanders,” aldus Verschueren, die in de praktijk dagelijks met het Ingenieursbureau van Gemeentewerken werd geconfronteerd. “Gemeentewerken controleerde dagelijks of onze werkzaamheden en die van Grootint aan de bestekverplichtingen voldeden.”

Vaste positie

Groot en Verschueren maken duidelijk dat CFE/MBG niet meer weg is te denken uit de Nederlandse markt. Dat is wel eens anders geweest. Tot verrassing, verbazing en ergernis van grote Nederlandse aannemers kwamen CFE/MBG en Grootint midden 1993 als laagste uit de bus bij de aanbesteding van de Erasmusbrug. Veel aannemers hadden het idee dat het eenmalig zou zijn dat een buitenlander met een groot infrapo aan de haal ging, en dat daarna de markt gewoon weer voor de Nederlanders zou zijn. ‘Ze komen hier om de slechte Belgische bouwmarkt te ontlopen,’ was te horen. Het ontlokte bij Joop Janssen van Heijmans de opmerking ‘cowboys uit Belgie’.

“Op dit soort uitlatingen wil ik niet reageren,” is de opmerking die Groot maakt. Verschueren vult aan: “Het is een prestige po. Het doet dan pijn als een buitenlander er mee aan de haal gaat. Nu horen we daar niks meer van. Drie jaar later zijn we een geaccepteerde partij. Overigens zijn Nederlanders als HBG en Strukton zeer actief op onze thuismarkt, dus wat klagen ze eigenlijk.”

De Nederlandse-topman van CFE/MBG legt uit dat het de NV CFE en haar Antwerpse dochter MBG te doen was om een positie te krijgen in de Nederlandse markt. “Daarbij speelde op voorhand niet mee dat onze thuismarkt er zo slecht voor staat. Ons doel was om omzet te krijgen op de Nederlandse markt en stukje bij beetje zijn we daarin geslaagd. We bouwen nu niet alleen de Erasmusbrug, die ons een uitstekende referentie oplevert, maar inmiddels ook de Piet Heintunnel en het metrostation op de Kop van Zuid. Binnenkort starten we met de bouw van de Koningstunnel in het centrum van Den Haag. Daarnaast trachten wij via onze boortunnelcombinatie Comol, waar naast CFE ook Dumez/GTM, Zublin en Welling inzitten, de Botlek- en Sophiatunnel naar ons toe te halen. Voor de Botlektunnel deponeren we 2 september onze aanbieding bij de Nederlandse Spoorwegen.”

Geen geld

Maar een positie krijgen kost geld, veel geld en dat geldt dus ook voor CFE. Het voordeel van CFE overigens is, dat het in Brussel gevestigde bedrijf behoort tot de zeer vermogende Franse bouwgroep Dumez, die op haar beurt weer onderdeel is van het Franse nutsbedrijf, La Lyonnais des Eaux.

“Het is een duur visitekaartje geweest de bouw van de Erasmusbrug,” beaamt Verschueren, die verder geen preciese bedragen over het resultaat wil noemen. De Bouwcombinatie Erasmusbrug, hierin hebben CFE/MBG en Grootint beide een belang van 50 procent, nam het po aan voor f. 138,6 miljoen, terwijl nummer twee (HBW, Dirk Verstoep, Voormolen) op f. 156,6 miljoen zat. “We waren blij dat we de meest economische aanbieding hadden uitgebracht, maar achteraf bekeken hebben we een verschil van f. 10 miljoen laten liggen en dat was een domper,” zeggen beiden heren. “Als we dichter bij nummer twee hadden gezeten was het financieel ook nog eens een aardig po geweest.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels