nieuws

CEI haalt grote havenklus in Antwerpen voor HBG binnen

bouwbreed

De Belgische dochter van de Hollandsche Beton Groep, CEI, heeft een zeer grote opdracht binnengehaald. In Antwerpen wordt de onderneming betrokken bij de aanleg van een 5 kilometer lange kademuur, een klus van tegen de f. 170 miljoen. Het is voor de onderneming een aardige opsteker omdat men een zware reorganisatie achter de rug heeft.

“De Belgische markt doet het relatief goed op dit moment. De situatie is vergelijkbaar met Nederland waar het over de gehele breedte van de markt goed gaat”, formuleert ir. De Ronde Bresser, voorzitter raad van bestuur Hollandsche Beton Groep (HBG), voorzichtig. De grootste aannemer in Nederland lichtte gisteren de activiteiten toe over de eerste zes maanden van dit jaar. “Er is door de groepsmaatschappijen, met uitzondering van HCG, uit deze twee landen bijgedragen aan het positieve resultaat van het concern.”

Na een dramatisch verlies over 1993 is Constructies Electriciteitswerken en Industriebouw (CEI) opgesplitst in een bouw- en installatiedeel. De bouw maakt nu onderdeel uit van de natte aannemer HBW en HMI heeft zich ontfermt over de installateurs. Vorig jaar waren de Belgische activiteiten al positief. De nieuwe opdracht in het Verrebroekdok in Antwerpen levert CEI en haar partners Rogiers, Strabag en De Nul zestig maanden maanden werk op. Hetgeen een mooie opsteker is voor de onderneming.

In het rood

In de toelichting deed De Ronde Bresser uit de doeken dat de Duitse u-bouwer Raulf en HCG nog steeds in de rode cijfers verkeren. Beide onderdelen sloten 1995 ook al af met verlies. Raulf heeft grote problemen met een kantorencomplex aan de Holzmarktstrasse in Berlijn, het zogenaamd Hom-po. Bij de bouw werden voor het eerst drie internationale onderdelen van HBG – Raulf, HBM en Kyle Stewart – samengebracht tot Arge Berlin. Door technische problemen is het po, met een aanneemsom van f. 100 miljoen, in de problemen gekomen. Daarnaast werd Raulf ook nog eens geconfronteerd met een instortende bouwmarkt. “Door de instroom van buitenlanders die niet conform de CAO worden betaald, zijn de marges onder druk komen te staan. Om daar het hoofd aan te bieden, is het bedrijf afgeslankt wat ten kosten is gegaan van enige honderden medewerkers”, aldus mr. D. Sinninghe Damste, lid raad van bestuur HBG. “Het voordeel van deze marktsituatie is wel dat potentiele overname kandidaten, we voeren meer dan een gesprek, te betalen zijn.”

Bij HCG – procesinstallaties en apparatenbouw – kampt men met een tegenzittende markt. De bestuursvoorzitter heeft echter goede hoop dat het bedrijf over 1997 weer bij gaat dragen aan de winst. “Plantbouw en piping trekken weer langzaam aan en de nieuwe organisatie moet daarvan gaan profiteren. Het duurt gewoon erg lang voordat zo’n bedrijf weer goed op de rails staat.”

Goede vooruitzichten

De verliezen bij de twee groepsmaatschappijen konden ruimschoots worden opgevangen door de andere activiteiten. “Het verre buitenland, baggeren en de effecten van de reorganisaties hebben het eerst halfjaar 1996 goed bijgedragen aan het totale resultaat”, constateert Sinninghe Damste nuchter. “Zo heeft het herstel van HWZ goed doorgezet en is Intervam in Duitsland ook weer winstgevend.”

In de eerste helft van dit jaar kwam het bedrijfsresultaat uit op f. 57 miljoen tegen f. 40 miljoen in de eerste twee kwartalen vorig jaar. De nettowinst daalde licht, van f. 55 naar f. 53 miljoen. Dit resultaat wordt echter sterk vertekend omdat de winst in de eerste helft van 1995 werd opgekrikt door f. 15 miljoen aan buitengewone baten, en er werd f. 4 miljoen in de eerste zes maanden gebruikt voor aanpassingen in de organisatie. De exceptionele buitengewone baten kwamen van de verkoop van het pakket aandelen Koninklijke Volker Stevin. De tientallen miljoen guldens boekwinst die de verkoop opleverde werden gebruikt om grote aanpassingen in de organisatie door te voeren en het resultaat op te peppen.

De omzet steeg in het eerste semester met 4 procent tot f. 2,71 miljard, ondanks de lange vorstperiode in Noordwest-Europa. Opvallend is dat HBG geen last van het weer heeft gehad, terwijl concurrent Ballast Nedam de daling van het resultaat mede wijt aan de uitzonderlijk lange vorstperiode

Op basis van de verbeterde werkvoorraad (met 13 procent toegenomen tot f. 5,2 miljard), de goede geografische spreiding en de verdeling van nieuwe opdrachten over de verschillende sectoren, verwacht de aannemer voor de tweede helft van het jaar een hogere nettowinst dan in de tweede helft van 1995 ( f. 49 miljoen). Het nettoresultaat over geheel 1995 ( f. 104 miljoen) zal daardoor eveneens toenemen. De betere verwachtingen dreven op de Amsterdamse Effectenbeurs de koers met f. 9 op tot f 315.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels