nieuws

‘Verder aanscherpen arbo-beleid in bouwnijverheid nu niet nodig’

bouwbreed

De alarmerende uitkomsten van een onderzoek naar arbeidsongevallen in de bouwnijverheid zijn voor het ministerie van Sociale Zaken geen aanleiding om in te grijpen. De regelgeving is in het recente verleden al aanzienlijk aangescherpt. Bovendien wordt door de inspectiedienst beter gecontroleerd op naleving ervan.

Dat antwoordt de inmiddels afgetreden staatssecretaris van Sociale Zaken Linschoten op vragen van het Kamerlid Marijnissen (SP).

Aanleiding voor de vragen van de SP’er vormde een bericht in Cobouw over het jaarverslag 1995 van de Stichting Arbouw. In het jaarverslag worden, zoals ieder jaar overigens, de uitkomsten gemeld van een enquete die het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid heeft gehouden onder 1000 bouwvakkers met als onderwerp de ongevallen in de bouw.

Serieus

Bijna 40% van de circa 16.600 bouwvakkers, die een ongeval op het werk kregen, blijkt het ongeluk te wijten aan nalatigheid van de werkgever. Een kwart van de slachtoffers stelt dat het ongeval niet was gebeurd als op de bouwplaats meer veiligheidsmaatregelen waren genomen.

Ongeveer de helft van de getroffenen merkt op dat de werkgever het ongeluk dat hen op de bouw is overkomen niet bij de arbeidsinspectie, nu de Inspectiedienst SZW, is gemeld.

Linschoten neemt de uitkomsten van het “belevingsonderzoek” serieus, zo laat hij Marijnissen weten, “ook al zijn mij geen andere vergelijkbare cijfers bekend”. Desondanks brengen de resultaten de bewindsman er niet toe de veiligheidsvoorschriften aan te scherpen. De reden is dat de regelgeving ten aanzien van arbeidsomstandigheden in de bouw recentelijk al fors zijn aangescherpt, in het Bouwprocesbesluit Arbeidsomstandighedenwet.

De effecten daarvan worden door het ministerie nauwlettend in de gaten gehouden, aldus Linschoten. Dit najaar zullen de uitkomsten bekend worden van een eerste inventariserend onderzoek naar de invoering van het besluit. Daarnaast worden aan de hand van monitor-studies de ontwikkelingen op het gebied van de ongevallen in de bouw gevolgd.

Inspectie

Daar komt bij dat de handhaving door de inspectiedienst van de regelgeving in de bouw verscherpt is. Aangezien de regels en risico’s in de bouw bekend zijn wordt in het geval van valgevaar bij een hoogte van meer dan 2,5 meter het betreffende werk direct stilgelegd en proces-verbaal opgemaakt.

In het inspectieprogramma voor 1996 wordt bovendien “maximaal aandacht gegeven” aan de belangrijkste oorzaken van ongevallen in de bouw. Behalve om valgevaar gaat het dan om snij- en knelgevaar en de onveilige inrichting van de bouwplaats.

Op de vraag van Marijnissen wat de staatssecretaris denkt van de constatering dat in de helft van de ongevallen dit niet wordt gemeld, antwoordt Linschoten dat deze meldplicht wordt versoepeld.

Op dit moment bestaat in het kader van de Arbowet voor alle werkgevers een tweeledige meldingsplicht. Enerzijds dienen ernstige ongevallen (met dodelijke afloop, ernstig letsel of ziekenhuisopname) direct te worden gemeld aan de inspectie. Anderzijds verplicht de wet de werkgevers ertoe alle ongevallen met verzuim binnen veertien dagen te rapporten aan de minister. Ten slotte dient door de werkgever een bedrijfsongevallenregister te worden bijgehouden.

Inmiddels ligt er bij de SER een adviesaanvraag ‘Herorientatie arbobeleid en arbowet’, waarin wordt voorgesteld de meldingsplicht te beperken tot de kern: het melden van ernstige ongevallen en het bijhouden van een ongevallenregister.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels