nieuws

Minder verpakking bezorgt exporteur problemen

bouwbreed

“Wetten brengen zaken in een stroomversnelling maar ondernemers moeten niet wachten tot de overheid maatregelen verplicht stelt. Ze moeten ruim voordien zelf inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen zoals het verminderen van de hoeveelheid verpakkingen. De industrie kan daarvoor een overeenkomst sluiten. Eenvoudig weg minder royaal verpakken is echter niet altijd mogelijk. Een afdoende bescherming voorkomt dat de afnemer een beschadigd product uitpakt en vervolgens nooit meer iets bij de desbetreffende fabriek bestelt. Een wettelijke regeling voor Nederlandse verpakkingen brengt exporterende bedrijven in de problemen omdat er vooralsnog geen zicht is op een Europese aanpak.”

“Eigen onderzoek leerde dat afnemers verpakkingen en de hoeveelheden waarin die vrijkomen slecht voor het milieu noemden”, zegt directeur marketing en verkoop drs. R. Van de Wijngaert van Rockwool Lapinus. “En dat is ook zo want bouwmaterialen gebruiken nog veel verpakking die maar een keer wordt gebruikt. Het besluit om minder te verpakken veroorzaakte nogal wat gevolgen. Al snel praat je over grote bedragen waarbij het niet altijd even simpel is om producten met minder materiaal beter te verpakken. Aanleiding voor het onderzoek gaf de Ministeriele Regeling Verpakking en Verpakkingsafval die er vanaf 1 juni volgend jaar voor moet zorgen dat uiterlijk in 2001 minimaal 50 en maximaal 65 procent van het verpakkingsmateriaal wordt teruggewonnen.”

“Afzien van verpakkingen vermindert het milieubederf en verlaagt de kosten en dat laatste geeft de economische stimulans om het eerste te bereiken”, stelt commercieel directeur M. Beijer van Ubbink Nederland. “Verpakkingen dragen in niet onaanzienlijke mate bij aan de productkosten. Alleen, in de praktijk stuit je op enkele moeilijk te overwinnen problemen. De aannemer kan namelijk moeilijk producten onverpakt op de bouwplaats neerzetten. Verpakking beschermt tegen stof, vuil en regen. Om maar wat te noemen. Kunststof dakpannen kun je zonder verdere bescherming op de locatie afleveren terwijl ze ook tijdens het transport niet beschadigen. Een dakraam met glas vereist daarentegen wel een afdoende protectie.”

Piepschuim

“Over het geheel genomen verwacht ‘de bouw’ dat we producten verpakt aanleveren”, weet Beijer. “Een deel van de problemen kun je voorkomen door ander materiaal te gebruiken. Kies je ervoor om zoveel mogelijk karton te nemen dan verminder je het aantal deelsoorten. Internationaal gezien loopt dat minder vlot. Aanvankelijk beschermden we de hoeken van dakramen met piepschuim maar vervingen dat door karton. Enkele Britse afnemers stonden echter op piepschuim omdat dit materiaal in hun visie een betere protectie bood. Dat levert een logistiek probleem op want welbeschouwd moet je dan twee voorraden aanhouden. We willen nu dat ook de Britten het nut en de waarde van karton inzien.”

“Bescherming is evenwel slechts een functie van verpakkingen. Het vergemakkelijkt ook de handling en biedt plaats aan de bedrijfsnaam”, legt Van de Wijngaert uit. “Daarbij moet de verpakking modern ogen om het product een zekere meerwaarde te geven. Want hou je materialen met touwtjes en plakband bij elkaar dan wekt dat een wat gammele indruk. Dat neemt niet weg dat je de hoeveelheid verpakking aardig kunt beperken wanneer je er kritisch naar kijkt. Een voorbeeld biedt het 70 mu dikke pe-folie dat we vroeger gebruikten en vervingen door 37 mu dik materiaal. Daarmee bereik je nagenoeg een halvering van je verpakking. De kosten blijven weliswaar gelijk omdat het dunnere folie van hogere kwaliteit moet zijn.”

Bescherming

“Bescherming blijft een belangrijke factor”, vindt Beijer. “Eerder brachten we een nieuwe pvc-goot op de markt. Die wilden we niet verpakken maar dat bleek niet te doen. Het vervoer tussen leverancier en afnemer gebeurt per vrachtwagen. Koopt iemand palletgewijs in dat is er niets aan de hand. Gaat het om afwijkende hoeveelheden dan moet je schuiven en bestaat de kans op beschadigingen. Op de locatie ligt de goot in het zand en dat alles zorgde voor apart in folie verpakte goten. En daarmee blijft het verpakkingsprobleem bestaan.”

“Wij leveren bijvoorbeeld aan de handel en aan prefab-bedrijven bepaalde onverpakte producten”, zegt Van de Wijngaert. “In die gevallen laden we de producten op pallets en snoeren die vast. Deels gebeurt dat onder druk van de klanten die zo min mogelijk verpakkingen willen overhouden. De pallets nemen we weer retour. Voor dakplaten beschikken we sinds kort over een ander systeem. Een deel ervan wordt op retourpallets geladen waarvan er jaarlijks zo’n 300.000 de deur uitgaan. Voor onder meer de Duitse markt gebruiken we steenwolstroken als palletpoten die met de lading worden meegesnoerd waarbij de ‘pallet’ in het po kan worden verwerkt.”

Eierdoos

“Voor sommige industriele toeleveringen doen we ook zoiets”, vult Beijer aan. “Het effect daarvan blijft enigszins beperkt omdat dit niet de grootste stromen zijn. Rookgasdakafvoeren waren vroeger van aluminium en vergden een degelijke verpakking ter voorkoming van deuken. Tegenwoordig bestaan die producten uit kunststof en beschadigen onder normale omstandigheden niet. Je kunt ze dus verpakkingsloos naar de groothandel vervoeren. Voor het transport moet je echter wel voorzieningen treffen. In dit geval worden de buizen in een soort eierdoos gelegd die weer terug naar de fabriek gaat. Afvoeren die rechtstreeks naar een grote bouwplaats gaan worden weer wel apart verpakt.”

“De beste oplossing biedt een soort etui waarin je bijvoorbeeld kozijnen kunt vervoeren”, meent Van de Wijngaert. “In de komende tijd wordt dat idee verder uitgewerkt. Retourverpakkingen en eventuele statiegelden vragen wel administratieve handelingen. Enkele jaren geleden voerden we een proef uit met zogeheten palco’s voor leveringen aan de handel. Palco staat voor pallet container, een soort kooien, waarvan er acht in een vrachtwagen passen. De handelaar geeft bij elke levering de lege kooien weer terug. Ook hier treden wat nadelen op. Het systeem laat nogal wat vrachtruimte onbenut, temeer omdat niet alle palco’s op hetzelfde moment leeg zijn. En dat brengt weer een niet onaanzienlijke administratie met zich mee.”

Big bag

“Hoewel het allemaal nog geen ideale oplossingen zijn, zijn ze toch wel effectief”, denkt Van de Wijngaert. “In ons bedrijf wordt een voor de hand liggende oplossing verder uitgewerkt. Steenwol laat zich makkelijk samendrukken zodat tien platen met elk een dikte van 10 centimeter met elkaar geen 60 maar bijvoorbeeld 40 centimeter innemen. Het is een voorbeeld van een preventieve maatregel. Als er toch iets moet worden verpakt moet je ervoor zorgen dat dit materiaal weer terug komt. Zo komen folie en steenwolresten terug in een big bag waarna BFI de inhoud sorteert. De verkoopprijs van die zak dekt onder meer de handling van het afval waarbij Rockwool en de aannemer elk in gelijke mate de kosten voldoen. Grotere vrachteenheden beperken op hun beurt de vervuiling en verlagen de transportkosten. En dat laatste is natuurlijk ook niet onbelangrijk.”

“Gaat het om hergebruik dan is ‘economie’ slechts zelden de drijfveer om zaken anders aan te pakken”, gaat Van de Wijngaert verder. “Herverwerken van resten kost meer dan het gebruik van nieuwe grondstoffen. De kosten die daarmee samenhangen moet je inzichtelijk houden en niet verrekenen met het eindproduct. Alleen dan zet je mensen ertoe aan zuiniger om te gaan met materiaal. Die gedachte speelt ook een rol bij het herontwerp van bepaalde producten. Te denken valt aan de zogeheten varioplaat waarvan de randen enigszins flexibel zijn gemaakt. Dat voorkomt snijverlies bij het pas maken op een regelwerk.”

Retourname

Van de Wijngaert: “Onze leveranciers moeten sinds het begin van dit jaar ke aantonen dat ze materiaal terug ke nemen.” Beijer: ” Ubbink schrijft de leveranciers voor op welke manier ze hun producten moeten verpakken. Steeds meer zullen dat meermalige verpakkingen moeten zijn. Zodra je dergelijke systemen administratief rond krijgt hoef je nauwelijks nog eenmalig te verpakken. Het grootste probleem is de retourname. De handel levert immers weer uit aan de bouw die de materialen op de bouwplaats brengt. Naarmate er meer verspreide locaties zijn levert de registratie een fors probleem op terwijl ook het ophalen lastig is. En ze moeten terug komen omdat meermalig te gebruiken verpakkingen doorgaans niet de goedkoopste zijn.”

“Wij schakelen voor het ophalen van de big bags en de pallets een gespecialiseerd transportbedrijf in”, legt Van de Wijngaert uit. “De aanbieder zet dan een minimum aantal onbeschadigde zakken en pallets op een goed bereikbare plaats gereed. Het systeem rendeert alleen wanneer je forse roulatie op gang kunt brengen. De transporteur komt binnen vijftien werkdagen bij een bedrijf langs wanneer daar minstens vijftig pallets staan en binnen vijf werkdagen langs de bouwplaats wanneer daar minimaal 200 pallets wachten.”

“Statiegeld berekenen zou bedrijven ertoe ke brengen meer pallets terug te geven”, denkt Beijer. “Gooien mensen in dat geval een pallet weg dan verdwijnt er geld in de container. En dan moeten ze voor de afvoer nog eens extra betalen. Per jaar praat je toch al snel over enkele duizenden pallets die niet meer terug komen en dat is een aanzienlijke schadepost. Op Euro-pallets zit nog steeds statiegeld en dat is ook niet verwonderlijk want de kwaliteit ervan is beduidend hoger dan die van wegwerppallets. Het heeft te maken met de toenemende hoogte van magazijnen. Die stelt bepaalde eisen aan de veiligheid. De afnemer krijgt zijn waren dan ook op Euro-pallets geleverd en moet daar een borg voor betalen.”

“Over het geheel genomen verwacht ‘de bouw’ dat we producten verpakt aanleveren”, zegt commercieel directeur

M. Beijer van Ubbink Nederland.

“Gaat het om hergebruik dan is ‘economie’ slechts zelden de drijfveer om zaken anders aan te pakken”, zegt directeur marketing en verkoop drs. R. van de Wijngaert van Rockwool Lapinus.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels