nieuws

China biedt Nederlandse afbouwer ruime markt

bouwbreed

Nederland kan vooralsnog weinig bouwkundige kennis uit Hongkong en China halen die hier te gebruiken is. Andersom bestaan er wel mogelijkheden om producten voor de afbouw in die regio van de hand te doen. Het succes daarvan valt of staat met de mate waarin de aanbieder zich kan inleven in de cultuur van de afnemer. In het verlengde daarvan doen zich voor bijvoorbeeld Nederlandse leidinggevenden kansen voor om bij een Chinees (bouw)bedrijf de contacten met buitenlandse ondernemingen te verzorgen. Tegelijkertijd dragen ze hun kennis aan de Chinese collega’s over. Die nemen na verloop van tijd de taken over waarna de ‘opleider’ als adviseur aan het bedrijf verbonden blijft.

“Over Hongkongs toekomst na de Chinese overname doen uiteenlopende verhalen de ronde”, zegt R. Huijbregts. “Over het geheel genomen overheersen de positieve berichten. Op grond daarvan valt de komst van een nieuwe markt te verwachten. Temeer omdat ‘de Chinees’ zakelijk ingesteld is en zich aan de heersende omstandigheden weet aan te passen. Nederlandse bedrijven die daarvan willen profiteren moeten zich wel bedenken dat zeker op het Chinese vasteland de gang van zaken anders is dan hier. De regelgeving is nog niet erg consequent en de uitleg ervan is niet zelden de interpretatie van degene die het in een bepaalde situatie voor het zeggen heeft. Het werk op de bouwplaats verloopt ook beduidend anders dan we hier zijn gewend. Ook aan grotere poen komt nog steeds veel handwerk te pas. De wijze waarop bijvoorbeeld ruwbouw wordt uitgevoerd, doet vermoeden dat hier wel wat kansen voor Europese bedrijven liggen.”

Chaotisch

“Nu is het wel zo dat ‘arbeid’ in China nauwelijks geld kost, ongeveer f. 2,50 per week,” rekent P. van Hoof voor. “Op het eerste gezicht lijkt een bouwplaats vrij chaotisch. Maar iedereen voert een duidelijke taak uit. Op de grote poen gebeurt dat onder leiding van buitenlandse projectmanagers. Om in alle handelingen een ordelijk verloop te krijgen, zullen die wel enige kennis van de taal en de gebruiken moeten hebben. In de praktijk kun je daaraan duidelijk zien welke bouwput onder niet Chinees sprekende en welke onder wel Chinees sprekende leiding staat. Maar overal wordt de klok rond, in ploegendienst, gewerkt. Veelal wonen complete gezinnen in een soort kampement op de bouwplaats. Dat is tegen de regels, maar het wordt wel toegelaten.”

“Dat alles heeft geen gevolgen voor de kwaliteit van het werk”, weet S. Menheere. “Chinezen bouwen net zo goed als westers personeel als je het eenmaal voordoet. Rekenwerk is geen probleem want men voert alles anderhalf keer zo zwaar uit als zou moeten. Zodra de vergunningen binnen zijn, wordt begonnen met de ruwbouw die welbeschouwd niet meer is dan een verlengstuk van de locatie. Die tijd is dan in elk geval gewonnen. De kans dat een Europees bedrijf dat beter kan is uitermate klein.

Veel meer mogelijkheden biedt de afbouw. Bijvoorbeeld vliesgevels, installaties en liften komen voor een groot deel uit het westen. De gebruiker sluit veelal een kort contract af voor een gebouw. In dat contract voor vier of vijf jaar zit ook de afschrijving van alles wat voor dat gebruik nodig is. Dat zie je ook in Hongkong waar telkens weer land wordt gewonnen voor de bouw. Je krijgt in Hongkong ook geen garantie dat er mettertijd geen gebouw voor het jouwe komt te staan. Op zich is dat niet zo erg want tegen de tijd dat het nieuwe land gereed voor gebruik is, is de gebruiker van het aangrenzende pand allang weer vertrokken.”

“Een dergelijke ontwikkeling ligt ook voor het Chinese vasteland in het verschiet,” denkt R. van der Bol. “Grond kost daar nauwelijks iets en dat maakt een snelle afschrijving erg gemakkelijk. Het blijft een vraag of snelle afschrijving ook voor Nederland voordelen biedt of alleen onaanvaardbaar hoge huren oplevert en daardoor leegstand. Veel leegstand valt echter terug te voeren op de locatie. Een verkeerd gebouw op de verkeerde plaats trekt geen huurders. Nederland zou zeker iets ke leren van de efficiente en snelle wijze waarop men in Hongkong een gebouw realiseert. Ook stralen de gebouwen meer luxe en prestige uit want geld speelt daar een uitermate grote rol. De snelle uitvoering stelt zo z’n eisen aan de pomanager. Die zal meer met deelstromen moeten werken en over een uitgebreid netwerk aan relaties moeten beschikken om deelpoen op tijd af te krijgen.

“Het verschil in cultuur kan een onvoorbereid westers bedrijf aardig parten spelen”, vindt Van der Bol. “Zo is het in Hongkong de gewoonte een ontwerp voor te leggen aan een zogeheten drakendeskundige. De draak speelt een belangrijke rol in de Chinese cultuur. Is daar geen rekening mee gehouden dan zullen maar weinigen bereid zijn in zo’n gebouw te werken. Op een van de bergen in Hongkong zou een draak wonen. Een gebouw dat aan die berg kwam te staan kreeg een groot gat in de gevel zodat de draak een ongehinderd uitzicht op de zee hield. Het woord van de drakendeskundige is daar wet. Die man ontvangt daarvoor een vorstelijke vergoeding. Een voorbeeld biedt de gang van zaken omtrent de Bank of China. Daarin kwam zoveel leegstand dat de beheerders een deskundige inschakelden die vervolgens enkele verbouwingen voorschreef ten gunste van de draak. Rekening moet je bijvoorbeeld ook houden met de betekenis van kleuren en met de vorm van de vergadertafel. Op het vaste land leeft die cultuur nog veel sterker.”

Voordeur

“Hongkong wordt de voordeur van China,” voorspelt Van Hoof “Het verdwijnen van de grens vergemakkelijkt het doen van de zaken die al sinds jaar en dag over en weer worden gedaan. Met dat in gedachten ligt een daling van de grondprijs in Hongkong niet voor de hand. En onderschat de kracht van de concentratie niet. Het geld mag dan allang weg zijn uit Hongkong; de concentratie van mensen zorgt ervoor dat de vastgoedprijzen stabiel blijven. Los van de vraag in hoeverre de stenen zijn afgeschreven, vormen die een wereldstad die mensen en kapitaal blijft aantrekken. De economie die daaruit ontstaat krijgt ook in de aangrenzende gebieden op het vasteland zijn beslag door onder meer de verplaatste productiebedrijven. Voor Hongkong zelf zal dat geen verlies betekenen omdat bijvoorbeeld dienstverlenende bedrijven de weggevallen activiteiten compenseren.”

“Niet onbelangrijk is echter dat China in hoog tempo de eigen havens moderniseert en uitbreidt,” zegt Huijbregts. “In het verlengde daarvan worden ook de verbindingen met het achterland op orde gebracht. Naar verluidt gebeurt dat om de handel uit Hongkong weg te halen. Het beleid van Peking zal de doorslag geven. Het fiscale beleid voor Hongkong kan nieuwkomers ertoe doen besluiten naar elders te gaan en dat hoeft dan niet in China te zijn. Nu is China wel betrokken bij allerlei (bouw)poen in Hongkong zoals de aanleg van het vliegveld Chek Lap Kok. Mede daardoor is het niet erg aannemelijk dat Peking erop uit is Hongkong als het ware op te heffen.”

‘Zoveel mensen, zoveel meningen.’ Zeker wanneer de toekomst van Hongkong aan de orde komt, lopen de voorspellingen ver uiteen. R. van der Bol, P. van Hoof en R. Huijbregts van de vakgroep Bouwmanagement en vastgoedbeheer van de TU Delft gaan er sinds hun studiereis naar Hongkong van uit dat China de vanaf 1 juli 1997 ex-Britse kroonkolonie nog tot in lengte van jaren nodig heeft voor de ontwikkeling van het vasteland.

Dezelfde mening is hoogleraar bouwmanagement prof. drs. ir. S. Menheere van dezelfde instelling toegedaan. Momenteel verloopt zo’n 60 procent van de handel met China via Hongkong. Daarin zal voorlopig geen verandering komen zodat de economie blijft groeien wat bedrijven er weer toe doet besluiten zich daar te vestigen. Als gevolg daarvan wijzigt ook de vastgoedmarkt in Hongkong nauwelijks. Nog steeds stijgen de prijzen. Wel kan er meer concurrentie met andere steden en regio’s in het Verre Oosten ontstaan. Het vasteland van zuidoost Azie vormt met China een zeer groot afzetgebied. Onder meer de Nederlandse aannemerij kan daarvan profiteren met het aanbieden van management, een taak die bijvoorbeeld in China nog maar weinigen adequaat ke uitvoeren.

Onder de titel ‘Hongkong, een studie van de huisvestingscyclus’ verscheen bij de Delftse Universitaire Pers een uitgebreid verslag van de bevindingen. Nadere inlichtingen verstrekt de uitgeverij via telefoon 015-2781661. Aanvullend informatie verstrekt ook de Brink Groep uit Leidschendam, een van de sponsors van de reis.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels