nieuws

Betegeld schip

bouwbreed

Al drie jaar reist de tentoonstelling ‘Altijd op reis’. Eerst langs een tiental locaties in Nederland, dat naar Curacao en Indonesie om tenslotte ook Suriname aan te doen. Deze in reiskisten opgestelde expositie laat werk zien van een tiental architecten die werkend in Nederland, afkomstig zijn uit voormalige Nederlandse Kolonien.

De BNA grijpt de drie buitenlandse reizen aan om in samenwerking met zusterorganisaties rond de openingen kleine congressen te organiseren. In mei 1995 Curacao, september 95 Indonesie en nu rond de ‘Dag van de Architectuur’ in Paramaribo. De delegatie bestaat uit Fons Asselbergs directeur van de Rijksdienst Monumentenzorg, Peter van Dun medewerker bij dezelfde Rijksdienst, Rob Docter van OC en W, Frits van Voorden van de Unesco-commissie, Marga Kuperus en Harkolien Meinsma die de tentoonstelling samenstelden en ik zelf als voorzitter BNA en exposant in ‘Altijd op reis’. Met de Unie van Surinaamse Architecten UAS is dit congres georganiseerd onder de titel ‘Our Architectural Heritage; how to go on’.

De aankomst op het vliegveld Zanderij lijkt chaotisch, maar na anderhalf uur staan wij, bijna als laatsten in de stromende regen koffers te verzamelen. We worden opgehaald door het bestuur van de UAS. Op weg naar Paramaribo, 50 km van het vliegveld, moeten wij omrijden omdat de hoofdweg onder water staat. Deze omrit geeft de gelegenheid om wat meer te zien van de omgeving van de stad. Oude plantages, een aluminium fabriek van Billiton en heel veel groen. Paramaribo is voor ons nieuw en begint met ruim uit elkaar staande huisjes, grote woonwijken en dan aan de rand van de binnenstad de hoge doos van de Amerikaanse Ambassade met op het dak een antennetentoonstelling.

Daarna rijden we door een levendige houten maar vervallen stad, inzet van ons bezoek. Dit potentiele monument, deze herinnering aan het Koloniale verleden doet een poging om opgenomen te worden op de Unesco World Heritage List. Prachtig ziet het er uit, ondanks het verval. Hier en daar gebouwen waar palmbomen uit groeien, maar ook nog gebouwen in oorspronkelijke vlekkeloze staat. Alvorens naar het hotel te rijden eerst even langs de net geopende Nederlandse Ambassade van architect Lafour. Ook hij zit in ‘Altijd op reis’. Hier is veel te doen om dit in deze omgeving protserig pand. Een betegeld schip in de architectuur van het Surinaamse Parlementsgebouw. De locatie is misplaatst.

Morgen gaan we op bezoek bij de Ambassadeur Baron van Heemskerk om het zaakje ook van binnen te bekijken. Lafour heeft echt zijn best gedaan, zal later blijken. Het regent nog steeds en ook in de stad staan de straten blank. Allemaal hadden wij ons Paramaribo anders voorgesteld, lang zo mooi niet, wit, groen en ruim. Duidelijk wordt dat onze voorstelling werd gekleurd door het beeld dat in Nederland is opgeroepen. Als een Surinamer bij ons roept hoe mooi Suriname is geloven wij hem niet. Nu we hier voor het eerst zijn en door deze heldere gritstad rijden nemen wij ons voor er alles aan te doen om het negatieve beeld om te buigen. Wij passeren Fort Zeelandia en de Palmentuin. Het hotel ligt aan de Surinamerivier, vier maal zo breed als de Nieuwe Maas in Rotterdam.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels