nieuws

Verzekeraar procedeert tegen Hibin-pensioenfonds

bouwbreed

Verzekeraar Generali wil een rechtelijke uitspraak over het optreden van het Bedrijfspensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen tegen een van haar klanten. Het pensioenfonds eist dat deze klant, Brentjens Handelsonderneming, tot het fonds toetreedt. Zelf heeft het bedrijf een voorkeur voor de eigen pensioenregeling, die al sinds 1968 bij Generali loopt. De zaak dient bij het kantongerecht in Roermond.

Normaal zijn bedrijven verplicht aangesloten bij het pensioenfonds van hun bedrijfstak. Het bedrijfstakpensioenfonds kan daarvan dispensatie verlenen. Dat gebeurt als een bedrijf goede redenen heeft om een eigen pensioenregeling te treffen, bijvoorbeeld in het kader van een eigen cao, en op voorwaarde dat de alternatieve regeling ten minste even goed is als die van het bedrijfspensioenfonds.

Volgens directeur R. Ketellapper van Generali heeft zijn klant pas in 1990 van het bedrijfspensioenfonds te horen gekregen dat het moest toetreden tot het fonds. Brentjens Handelsonderneming vroeg vervolgens om dispensatie, maar die werd in 1995 geweigerd. Vervolgens kreeg de onderneming een rekening voor de achterstallige pensioenpremies sinds 1990.

Generali bestrijdt de claim van het pensioenfonds. De verzekeraar vindt dat het bedrijf zijn eigen pensioenregeling moet ke treffen. Ook zou er inmiddels sprake zijn van gewoonterecht, omdat de bestaande regeling al sinds 1968 bestaat. Volgens Brentjens werd hij in 1963 bij de oprichting van zijn bedrijf niet tot het bedrijfstakpensioenfonds toegelaten omdat hij als houthandelaar niet aan de voorwaarden voldeed. Vervolgens trof hij in 1968 een pensioenregeling bij Generali.

Geen dispensatie

In een reactie zegt H. van de Zande van het bedrijfspensioenfonds voor de handel in bouwmaterialen dat het fonds al sinds 1958 bestaat. “Brentjens had zich in 1963 bij de oprichting van zijn bedrijf moeten aanmelden. Hij heeft dat niet gedaan. Toen dat in 1990 boven water kwam, hebben wij contact opgenomen en naar een compromis gezocht.”

Het compromis houdt in dat Brentjens over de periode 1968-1990 vrijgesteld is van verplichte deelneming in het fonds, maar niet voor de periode daarna. Een verzoek om volledige dispensatie is door het bestuur van het pensioenfonds afgewezen. Volgens Van de Zande heeft een onafhankelijke beroepsinstantie, de Verzekeringskamer, het fonds hierover in het gelijk gesteld.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels