nieuws

Reserve voor claims personeel asbestverwijdering is taboe

bouwbreed

Vorming van een reserve voor potentiele schadeclaims wegens beroepsziekten na blootstelling aan asbest is voor asbestverwijderaars een moeilijke zaak geworden.

De Hoge Raad heeft woensdag scherpe eisen gesteld aan de bewijsvoering van het risico op kanker door asbest, wil de ondernemer aanspraak ke maken op vorming van een reserve ten laste van de fiscale winst.

Een ondernemer die in de loop der jaren tussen de vier en zes asbestverwijderaars in dienst had mag van de Hoge Raad van zijn eigen, belastbare inkomen van ruim een kwart miljoen gulden per jaar over 1990 geen van dat inkomen aftrekbare reserve van dertien mille vormen voor toekomstige schadeclaims van zijn (ex)werknemers.

Voor het Gerechtshof in Amsterdam voerde de ondernemer aanvankelijk aan dat een individuele werknemer in deze branche een kans heeft van 1,86 procent om een beroepsziekte ten gevolge van het werken met asbest te ontwikkelen. De kans dat een van zijn vele (ex)werknemers dit lot uiteindelijk treft raamde hij vervolgens op 30 procent. Dat levert volgens hem een ‘behoorlijke’ kans op dat er een schadeclaim zal volgen. Het Hof in Amsterdam is daarvan zonder nadere bewijsvoering niet overtuigd. Die behoorlijke kans komt neer op ‘een redelijke mate van zekerheid’, oordeelt de Hoge Raad. En zekerheid is bij deze werknemers zo zeer afhankelijk van de omstandigheden van het geval, dat daarvoor geen algemene maatstaven zijn te geven.

Een asbestcomite is ondertussen met steun van de Socialistische Partij al enige jaren bezig om de bedrijven die met asbest werken of hebben gewerkt een asbestfonds te laten vormen, eventueel met voorfinanciering door verzekeringsmaatschappijen. Dit om doodzieke mensen al vast via voorschotten enige financiele genoegdoening te geven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels