nieuws

Produktvergelijking met LCA’s leidt tot verkeerde conclusies

bouwbreed

Het vergelijken van bouwprodukten met de methode van de Life Cycle Analyse (LCA) kan leiden tot verkeerde conclusies. Met het ‘TWIN-modell’, waarin het LCA-model en een nieuw ontwikkeld model worden gecombineerd, zijn veel betrouwbaarder uitspraken te doen over de milieubelasting door bouwprodukten.

Dat stelde ir. E.M. Haas, directeur van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) te Bussum, tijdens de vakdag, gehouden door Viba-Expo te ’s Hertogenbosch. In samenwerking met de Technische Universiteit Eindhoven heeft Haas een nieuwe methode ontwikkeld voor het bepalen van de milieubelasting van bouwprodukten.

Het proefschrift waarin de methode wordt beschreven, is nog niet verschenen. Wel komt binnenkort het handboek Duurzame Bouwprodukten uit, samengesteld door NIBE en de Vereniging Integrale Biologische Architectuur (VIBA), en op de markt gebracht door Weka Uitgeverij BV te Amsterdam. Het handboek biedt ontwerpers en aannemers steun bij het kiezen van bouwmaterialen en -produkten. De gegevens in dit boek zijn gebaseerd op de nieuwe methode, ontwikkeld door Haas.

“Bij een Life Cycle Analyse geldt: als ik iets niet weet, doe ik geen uitspraak. Dat kan leiden tot verkeerde conclusies”, legde Haas uit.

Ook kwalitatief

“Over de levensduur, repareerbaarheid, herbruikbaarheid en hinder doen LCA’s helemaal geen uitspraak, en voor wat betreft de vier milieumaten aantasting, afval, verontreiniging en grondstoffen, worden alleen kwantitatieve uitspraken gedaan voor zover er gegevens bekend zijn. Ik heb een systeem ontwikkeld waarbij ook kwalitatieve gegevens ingevoerd ke worden, zolang er geen kwantitatieve bekend zijn.”

Volgens Haas is dat noodzakelijk om zo betrouwbaar mogelijke uitkomsten te verkrijgen. “Mijn kwalitatieve model is niet compleet, het LCA-model is niet compleet, maar samen zijn ze dat wel. Daarom noem ik het het ‘TWIN-modell’ (tweelingmodel). Bovendien voeg ik ook de aspecten ecotoxiciteit en humane toxiciteit toe”, aldus Haas. Daarmee komt hij tegemoet aan het veel gehoorde bezwaar, dat in LCA’s het aspect gezondheid onvoldoende tot uitdrukking komt.

Kleinere fouten

Er blijkt vanuit de gevestigde wetenschap en het NVTB veel weerstand te bestaan tegen deze benadering, ervaart Haas. “Maar wetenschapsfilosofisch is die kritiek achterhaald. Je kunt je in de wetenschap niet meer beperken tot het bekende. Je moet daar bovenuit, grensverleggend bezig zijn.”

Haas geeft toe, dat de methode van de LCA zeer geschikt is om gegevens boven water te halen. Maar om er bouwmaterialen en -produkten mee te vergelijken, dat is een “complete misser”, vindt Haas. “De kans op fouten via mijn nieuwe methode is veel kleiner dan wanneer er uitspraken worden gedaan alleen op basis van LCA’s. Fouten maak je in ieder geval, het gaat erom ze zo klein mogelijk te maken.”

Volgens Haas moet voor elk aspect een inschatting worden gemaakt, als er geen kwantitatieve gegevens zijn. De resultaten van de bepaling van de milieubelasting zijn dan in ieder geval meer betrouwbaar. Haas illustreerde zijn stelling aan de hand van de SEV Milieuclassificatie en het Rekenmodel Milieugebruik van de Rijksgebouwendienst.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels