nieuws

Geluidscherm heeft twee kanten

bouwbreed

Er wordt de laatste tijd heel wat gedaan aan de geluidshinder die wordt ondervonden door vlak bij onze snelwegen wonende mensen. Rijkswaterstaat trekt tegenwoordig veel geld uit voor de aanleg van geluidschermen langs die delen van bestaande en nieuwe Rijkswegen, waarop het lawaai van het daarop voortrazende verkeer hoorbaar is tot in de nabijgelegen huizen.

Soms kan een bouwvergunning voor die geluidschermen niet zonder meer verleend worden; als het gemeentelijk bestemmingsplan het oprichten van bebouwing ter plaatse niet toestaat, dienen burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente vrijstelling te verlenen van dat bestemmingsplan. Het in 1986 aan de Wet op de Ruimtelijke Ordening toegevoegde artikel 18a biedt daartoe de mogelijkheid: geluidschermen ke worden gezien als bouwwerken van beperkte betekenis. Het verzoek van Waterstaat aan de gemeente Maarheeze om een aanlegvergunning voor schermen langs de A2 hield op grond van het uitvoeringsbesluit van die wet meteen een verzoek om vrijstelling van het bouwverbod in.

Die vrijstelling werd door B en W van Maarheeze op 11 augustus 1987 verleend. Daardoor werd het geldende planologisch regime ter plaatse dus gewijzigd en in zo’n geval ontstaat er een recht op schadevergoeding voor hen, die schade lijden door die verandering. De bewoners van de Stationsstraat 1 in dit Brabantse dorp vonden dat zij door het scherm benadeeld zouden worden in hun woongenot en dat bovendien de waarde van hun huis zou verminderen. Al voordat het scherm was geplaatst, vroegen zij in juli 1989 aan de gemeente een schadeloosstelling van tienduizend gulden. Anderhalf jaar later – het scherm stond er inmiddels – handhaafden zij die claim.

Weer bijna een jaar later kregen zij van de gemeente te horen, dat hun verzoek was afgewezen. Maarheeze heeft elf maanden nodig gehad om over het verzoek om bestuurscompensatie, zoals zo’n RO-schadeloosstelling officieel heet, advies in te winnen bij de Milieudienst Eindhoven, een taxateur onroerend goed in St. Oedenrode en de directie Noord-Brabant van Rijkswaterstaat, de opdrachtgever van de bouw.

Met twee van die drie adviezen in de zak voelden B en W zich genoeg gewapend om te besluiten, dat de bewoners van de Stationsstraat 1 niet in een nadeliger positie waren gekomen dan voor de bouw van het scherm. Het nadeel van de schaduwwerking en de visuele hinder ervan werd volgens het college opgeheven door het voordeel, dat bestond uit het verminderen van het verkeerslawaai op de rijksweg. Dat was ook precies wat de taxateur en de waterstaatsdirectie hadden gezegd. Voordat zo’n B en W-beslissing aangevochten kan worden bij een echt onafhankelijke instantie moet eerst de gemeenteraad gepasseerd worden. Die beslist op het beroep op voorstel van hetzelfde orgaan, dat de beslissing heeft genomen; (bijna) altijd volgt de Raad braaf de opvatting van het college. Zeker in kleinere gemeenten is in de gemeenteraad de specialistische kennis op dit gebied zelden aanwezig en de wel hiervoor door de fracties aangewezen leden komen bij dezelfde ambtenaar terecht, die het verzoek voor het college heeft bestudeerd.

Ook de gemeenteraad van Maarheeze vond dat hier geen reden was voor het toekennen van een schadeloosstelling en wees het beroep van zijn inwoner af. Die moest dus naar de Raad van State. Die heeft al zo vaak aan onze gemeenten voorgedaan hoe zij met zo’n verzoek moeten omspringen. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad deed het dus maar weer eens: “voor de beoordeling van een verzoek om schadeloosstelling op grond van artikel 49 Wet RO dient te worden bezien of er sprake is van een wijziging van het planologisch regime, waardoor appellanten in een nadeliger positie zijn komen te verkeren, waardoor zij schade lijden of zullen lijden”.

Dat de planologische situatie ter plaatse in Maarheeze was gewijzigd zal die gemeente ook wel gevonden hebben; over de vraag of er ook schade was geleden liep zij echter veel te vlot heen. Had de gemeente de constatering in het rapport van de Milieudienst van Eindhoven niet even serieus ke nemen als de rechter deed? In dat rapport stond, dat de klacht over de schaduwwerking in de tuin door het geluidscherm gegrond was, omdat de bezonning van de tuin in de middag er sterk door afgenomen was.

Een ander gevolg van de plaatsing ervan was volgens de Eindhovense deskundigen ook, dat weliswaar de geluidbelasting van de woning aan de Stationsstraat sterk was gereduceerd, maar dat daar weer tegenover stond, dat als gevolg van de reflectie van andere geluidsbronnen in de omgeving tegen het scherm sprake was van cumulatie van meerdere soorten van geluid. Daardoor leverde het scherm ook weer nieuwe hinder op!

De eigen adviseur van de Raad van State kwam tot dezelfde conclusie als de Milieudienst van Eindhoven: bij vergelijking van de situaties voor en na plaatsing van het scherm moest worden vastgesteld, dat het woonklimaat in visueel opzicht was verslechterd en dat in de tuin meer schaduw optrad. Daar kwam nog bij dat de geluidoverlast van de rijksweg wel verminderd was, maar dat door de bijzondere ligging van deze woning de geluidhinder van andere wegen door de reflectie van het scherm was toegenomen.

Het afwegen van deze voor- en nadelen was door Maarheeze niet op een deugdelijke manier gedaan, vond de administratieve rechter. Die vernietigde daarom het gemeentelijke besluit en deed zelf wat de gemeente had moeten doen: toekennen van een schadevergoeding van – 7500; er was immers wel degelijk sprake van een waardedaling van deze woning aan de Stationsstraat.

Wat het gemeentebestuur van Maarheeze zich meer dan de toekenning van dit bedrag zal hebben aangetrokken is de constatering van de rechter, dat er een volslagen verkeerde voorlichting aan de bewoners van dit huis was gegeven. Dat verhaal levert voldoende stof op voor een volgend artikel.

(BR 1996 p. 415)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels