nieuws

Demonstratiepoen schieten hun doel voorbij ‘Energieverbruik woningen veel hoger dan nodig’

bouwbreed

In de woningbouw wordt onvoldoende gebruik gemaakt van kennis die is opgedaan bij de energiezuinige demonstratiepoen van de laatste vijftien jaar. Zelfs met de huidige energieprestatienorm is het gasverbruik tweemaal hoger dan nodig. Eigenlijk hebben de ontwikkelingen jarenlang stilgestaan.

Dat is een van de conclusies die Sacha Silvester trekt in het proefschrift ‘Demonstratiepoen en energiezuinige woningbouw’ waarop hij volgende week promoveert aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam.

Silvester heeft de resultaten van acht demonstratiepoen bekeken en concludeert dat de effectiviteit gering is geweest.

Uit de poen blijkt duidelijk dat het mogelijk is in de sociale woningbouw een zogenaamde ‘minimum-energiewoning’ te realiseren. Deze woning kenmerkt zich door een verregaande integratie van een aantal energiebesparende maatregelen, zoals het benutten van passieve zonne-energie, zware isolatie, maximale kierdichting, de integratie van ventilatie en verwarming gecombineerd met warmteterugwinning.

Bij de introductie van de minimum-energiewoning door architecten- en ingenieursbureau Kristinsson was het gasverbruik een achtste van een vergelijkbare, normaal gebouwde woning. Maar zelfs nu, met de aangescherpte energieprestatienorm voor woningen, is het gasverbruik van de gemiddelde nieuwbouwwoning nog tweemaal zo hoog als dat wat mogelijk bleek in de minimum-energiewoning.

Gering leereffect

De verschillende partijen in de bouw hebben volgens Silvester de demonstratiepoen teveel als een doel op zichzelf gezien in plaats van een instrument om de ontwikkeling en verspreiding van innovaties in de gebouwde omgeving te bevorderen. Het leereffect van de poen was daardoor gering.

Silvester wijt dat mede aan de daling van de aardgasprijzen en de verandering van de financiering van de sociale woningbouw in de tweede helft van de tachtiger jaren. Daardoor was de realisatie van de minimum-energiewoning niet meer mogelijk zonder lastenverzwaring voor de bewoners.

Doordat er onvoldoende markt was voor de minimum-energiewoning, stopte bovendien begin jaren negentig ook de produktontwikkeling op het gebied van de geintegreerde verwarmings- en ventilatiesystemen. Daardoor kon bijvoorbeeld ook geen schaalvergroting met de bijbehorende kostprijsverlaging en kwaliteitsverbetering worden gerealiseerd. “Eigenlijk zijn de ontwikkelingen jarenlang blijven stilstaan”, zegt Silvester.

EPN geen stimulans

Volgens Silvester moet de overheid de energieprestatienormering veel meer gebruiken om de woningbouw in een energiezuinige richting te sturen. De norm ligt nu volgens hem op een veel te hoog niveau en de aangekondigde periodieke verlagingen zijn in de ogen van Silvester veel te vaag. “In 2000 is de norm nog steeds hoger dan wat in de demonstratiepoen al mogelijk bleek. De huidige EPN is dan ook alles behalve een stimulans voor nieuwe ontwikkelingen. Als je alleen maar het dubbelglas vervangt door HR-glas en in plaats van een VR-ketel een HR-ketel toepast voldoe je al aan de norm.”

Silvester mist met name de geintegreerde benadering uit de demonstratiepoen waarbij alle energiebesparende maatregelen samen voor een extra besparing zorgden.

De promovendus concludeert dat het demonstratiepo als middel weliswaar een belangrijke bijdrage kan leveren bij nieuwe ontwikkelingen, maar dan moet tegelijkertijd een produkt- en marktstrategie worden uitgestippeld. En dat is door de overheid in het verleden niet onderkend.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels