nieuws

VROM schetst positief beeld met oude cijfers

bouwbreed

Financiele positie corporaties is verbeterd Staatssecretaris Tommel doet verwoede pogingen het uiterst sombere beeld over de financiele staat van de volkshuisvesting bij te stellen. Uit een uitgelekt onderzoeksrapport over de sociale huursector na de brutering blijkt dat de financiele positie van corporaties in de toekomst dramatisch verslechtert; de bewindsman stuurde dinsdagavond een brief naar de Tweede Kamer, waarin wordt gesteld dat de financiele positie van corporaties de afgelopen jaren is verbeterd.

De laatste weken is de nodige ophef ontstaan over de financiele staat van de volkshuisvesting. Aanleiding vormde het rapport ‘Toekomst sociale huursector na brutering’ van het Delftse bureau AB Onderzoek, dat via Cobouw uitlekte. Hierin wordt aan de hand van een aantal scenario’s de financiele positie van de corporaties afgezet tegen de noodzakelijke investeringen.

Het beeld dat in het rapport wordt geschetst is buitengewoon somber. Zelfs als wordt uitgegaan van gangbare aannames over zaken als rente, inflatie en huurontwikkeling resteert in 2009 een sociale huursector, die technisch gesproken failliet is. Het eigen vermogen droogt op, of duikt in het rood, en de solvabiliteit zowel als de rentabiliteit worden negatief.

VROM reageerde na het bekend worden van de inhoud van het rapport als door een wesp gestoken. Er verscheen een persbericht waarin het bericht in Cobouw werd ontkend; en AB Onderzoek kreeg opdracht opnieuw aan het werk te gaan met andere scenario’s.

Zonnig

Dinsdagavond werd een nieuwe stap gezet. Staatssecretaris Tommel stuurde een brief naar de Tweede Kamer, waarin een zeer zonnig beeld wordt geschetst van de financiele positie van corporaties. De sector staat er zowel landelijk als regionaal gezien goed voor, aldus Tommel. Het eigen vermogen bedraagt f. 16,5 miljard, de solvabiliteit en rentabiliteit zijn positief. De sector kan in financieel oogpunt op eigen benen staan.

De bewindsman baseert zich in zijn brief geheel en al op het boekjaar 1994. Probleem is echter dat hierin de gevolgen van de bruteringsoperatie niet zijn verwerkt, want dat is pas in het boekjaar 1995 gebeurd. En de uitkomsten daarvan zijn pas over een paar maanden bekend.

Het is desondanks nu al mogelijk om uitgaande van het boekjaar 1994 de effecten van de bruteringsoperatie op de balans van de corporaties te berekenen. Dat is ook wat in het rapport van AB Onderzoek is gebeurd. Dan ontstaat een iets genuanceerder beeld. Het eigen vermogen van de corporaties is na brutering met f. 4 miljard gedaald tot f. 12 miljard, de solvabiliteit is met een procentpunt afgenomen en de rentabiliteit wordt negatief. En het is deze uitgangspositie waarover VROM, de Nationale Woningraad, het NCIV en de Vereniging Nederlandse Gemeenten het eens zijn, en die aan de basis staat van de berekeningen over de toekomst van de sociale huursector tot 2009.

Gissen

Naar het waarom van de brief kan dan ook slechts worden gegist. Weliswaar stelt Tommel dat het gaat om een invulling van gedane toezeggingen, maar dat is slechts zeer ten dele het geval. De Tweede Kamer had namelijk gevraagd om de financiele positie van corporaties na de brutering, inclusief een blik naar de toekomst. De staatssecretaris geeft in deze brief uitsluitend weer wat de situatie in 1994 was en vergelijkt die met 1990. En die gegevens waren al bekend, want zij werden eerder verstrekt in antwoord op Kamervragen van PvdA-Kamerlid Duivesteijn.

Duidelijk is wel dat het prognosemodel inmiddels fikse vertraging heeft opgelopen. De oorspronkelijke planning ging uit van publikatie eind april, nu spreekt Tommel in zijn brief over verschijning “zo mogelijk voor het zomerreces, doch uiterlijk bij de indiening van de begroting”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels