nieuws

Voor overdracht bedrijf gedetailleerd plan nodig

bouwbreed

Wim (50 jaar) en Els (48 jaar) Steen hebben een bouwbedrijf met tien fulltime medewerkers en een omzet van f. 2 miljoen. Hun zoon Henk (24 jaar) heeft een mts-opleiding. Hij wil de onderneming overnemen. Dochter Tina (20 jaar) weet nog niet wat ze wil. Vader Wim wil weten hoe hij de toekomst van zijn bouwbedrijf kan plannen.

Wim heeft – afhankelijk van zijn huidige rechtsvorm – een aantal opties. Het belangrijkste is dat hij voor zichzelf helder krijgt, wat hij wil en daarbij de eventuele opvolging door zijn zoon meeneemt. Een ding weet Wim reeds zeker: hij wil het liefst geen belasting betalen.

Onder welke ondernemingsvorm oefent Wim zijn bedrijf momenteel uit? Heeft hij een eenmanszaak (emz) met Els als meewerkende echtgenote of een man-vrouw vennootschap onder firma (vof). Belangrijk is dat hij een zodanige structuur kiest dat hij zowel een verkoop aan een derde als overdracht aan zijn zoon belastingvrij kan doen plaats vinden.

Verkoop

Verkoop is de eenvoudigste variant. De verkoopprijs van de bezittingen minus boekwaarden is de boekwinst (stille reserves). De boekwinst plus de eventuele goodwill vormt de stakingswinst. Over dat bedrag moet – na aftrek van stakingsfaciliteiten – met de fiscus worden afgerekend tegen het bijzonder tarief (45%). Directe belastingheffing over de zogenaamde stakingswinst kan Wim voorkomen door de stakingswinst aan te wenden als storting voor de aankoop van een lijfrente bij een verzekeraar. Uiteraard zijn daar maximum bedragen voor in de wet opgenomen. De periodieke lijfrente-uitkeringen die hij daaruit gaat ontvangen zijn normaal belast.

Overdracht

Overdracht aan zoon Henk werkt hetzelfde als een verkoop. Er moet een waardering plaats vinden van de werkelijke waarde van de onderneming in het economisch verkeer om de verkoopwaarde vast te stellen. Vervolgens heeft Wim de keuze om ruisend (met fiscale afrekening) of vanaf 55 jaar geruisloos (zonder afrekening) over te dragen. Een geruisloze overdracht houdt in dat de opvolger binnen de familie met de eindbalans van Wim fiscaal doorgaat als beginbalans. In prive krijgt de familie-opvolger op basis van de werkelijke waarde van de bezittingen in het economisch verkeer een schuld aan Wim. De opvolger moet hierover een zakelijke rente vergoeden. Ook het erfdeel van dochter Tina moet veilig worden gesteld. Een geruisloze overdracht kan eerder als Wim voor 45% of meer arbeidsongeschikt is geworden. Toekomstige uitkeringen aan Wim in zijn verdere leven moeten komen uit de aflossing en rente van de prive-vordering op zijn zoon en uit andere oudedagsvoorzieningen waar hij al voor heeft gezorgd. In een concrete situatie kan je vooraf uitrekenen wat fiscaal voor Wim en Henk het voordeligste is, een ruisende of geruisloze overdracht. Wim wordt in deze situatie financieel afhankelijk van de bedrijfsvoering door Henk. Misschien vindt hij dat Henk zichzelf als bouwondernemer maar eerst zelfstandig moet bewijzen. Of Henk wil de zaak wel overnemen, maar hij vindt dat vader Wim zich nergens meer mee moet bemoeien. Die persoonlijke overwegingen spelen voortdurend een rol in de route die Wim moet kiezen.

Firma

De geruisloze overdracht aan zoon Henk bij pensionering van Wim, waarbij Henk in prive een schuld krijgt aan Wim, verdient zeker geen voorkeur. Zo rond zijn 50e jaar kan Wim ook een firma aangaan met zijn zoon. De zoon brengt arbeid en vlijt in. Wim behoudt zichzelf gedurende bijvoorbeeld een periode van 10 jaar de stille reserves voor (in o.a. het pand). Tijdens deze periode speelt voor Henk het risico van het overlijden van Wim waarbij de zoon gedwongen kan worden de stille reserves aan de erfgenamen uit te keren.

Als gelijkwaardige firmanten spreken ze met elkaar een winstverdeling af, waarbij Henk geleidelijk ingroeit en Wim uitgroeit. Daarbij kan tevens de afspraak worden gemaakt dat Henk een stuk van zijn winstdeel in de zaak laat zitten om kapitaal op te bouwen waarmee hij Wim na een aantal jaren uitkoopt. Wim moet over die uitkoopsom belasting betalen of hij stort het af als lijfrente.

Besloten vennootschap

Wim kan ook de route kiezen van de geruisloze inbreng (zonder afrekening) van zijn emz in een besloten vennootschap (bv). Dat kan een belangrijke voorbereidende beslissing zijn in de toekomstige overdracht van het bouwbedrijf als werkmaatschappij aan zoon Henk of aan een derde. De operatie moet op tijd, tenminste 3 jaar vooraf in gang worden gezet, om alsnog afrekening met de fiscus te voorkomen. Een bv is een onafhankelijk rechtspersoon, onderworpen aan het regime van de vennootschapsbelasting. Wim schakelt daarbij over van IB-ondernemer in de emz naar directeur-grootaandeelhouder (DGA) in loondienst van zijn bv. Het kapitaal van de emz, inclusief stille reserves en goodwill wordt omgevormd tot aandelenkapitaal in de bv.

Overdracht bv

In een enkelvoudige bv met Wim als DGA heeft de ondernemer na drie jaar weer twee opties om zijn zaak over te dragen. Hij kan kiezen voor een activa-passiva verkoop of de verkoop van zijn aandelen. Een activa-passiva transactie is alleen de verkoop van de ondernemingsactiviteiten (bezittingen, schulden en goodwill), maar Wim behoudt de bv.

Bij een aandelentransactie verkoopt Wim ook gelijk de rechtspersoon. In die situatie moet Wim als aandeelhouder met een ‘aanmerkelijk belang’ in beginsel tegen een tarief van 20% fiscaal afrekenen (AB heffing) over het verschil tussen de verkrijgingsprijs en de opbrengstprijs van de aandelen. Op het ogenblik circuleren sterke geruchten dat op korte termijn het AB-tarief door de staatssecretaris wordt opgetrokken tot 25% en misschien wel 30%.

Holding-structuur

Wim kan de AB-heffing bij verkoop van de enkelvoudige bv voorkomen door bij de geruisloze inbreng van de emz een B.V.-structuur met een holding en een werkmaatschappij op te zetten. Wim is aandeelhouder (DGA) van zijn prive-holding die op haar beurt weer aandeelhouder is van de werkmaatschappij waarin het bouwbedrijf wordt gedreven.

Door uitkering van dividend aan de holding kan Wim bij die constructie de aandelen van de werkmaatschappij laag in waarde houden en dus gemakkelijk verkopen aan zijn zoon of aan een derde.

Tussen de werkmaatschappij en de holding geldt de deelnemingsvrijstelling. Daardoor kan de winst bij verkoop van de werk-bv zonder fiscale afrekening doorstromen naar zijn prive-holding. Wat kan Wim prive doen met het kapitaal in de prive-holding? Hij kan de bv verkopen als Geldzak bv aan een bank, maar dan moet hij weer tegen 20% AB-heffing betalen. Daar schiet Wim niet zoveel mee op. De prive-holding kan ook worden omgevormd tot een fiscale beleggingsinstelling. Onder een aantal strikte voorwaarden is de winst dan vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Daarmee wordt dubbele belastingheffing (VPB en IB) voorkomen. Wim betaalt dan onder voorwaarden over zijn winst uit zijn beleggingsinstelling alleen inkomstenbelasting.

In een bv-structuur is de financiering van de overname door zoon Henk het meest eenvoudig op te lossen. Henk richt met f. 40 duizend verplicht aandelenkapitaal ook een eigen prive-holding op. Zijn Henk-holding neemt de aandelen van de werkmaatschappij over waarin het bouwbedrijf wordt uitgeoefend. Zonder verdere prive-verplichting krijgt Henk daarmee de volledige exploitatie van de onderneming in handen. De financieringslasten die Henk-holding moet opbrengen dekt hij uit de jaarlijkse winsten van de werkmaatschappij. Bovendien ke deze lasten binnen de fiscale eenheid worden verrekend met de winsten van de werkmaatschappij.

Welke route Wim ook kiest, ieder traject vereist een gedetailleerde uitwerking afgestemd op de specifieke situatie van de ondernemer. Daarbij komen nog vele andere aspecten aan bod.

*)De namen in dit artikel zijn fictief. Voor vragen over accountancy en belastingzaken kunt u bellen met Paul Schol, Moret Ernst en Young Accountants Arnhem. tel. 026 – 32 09 500.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels