nieuws

Vlechters moeten het gemakkelijker krijgen in de toekomst

bouwbreed

Het zijn niet alleen de kapitaalintensieve ontwikkelingen in het wapeningsgebeuren die veel kosten besparen bij buig- en vlechtwerk, zoals bijvoorbeeld de verdergaande produktieautomatisering. Er zijn ook talloze kleine verbeteringen mogelijk die de rug van de vlechter sparen en de beurs van zijn baas en de opdrachtgever spekken.

En die verbeteringen voor de vlechter zijn hard nodig want volgens een Arbouwrapport is het verzuim in die beroepsgroep anderhalf maal zo hoog als van de gemiddelde bouwvakker. Van dit ziekteverzuim wordt de helft veroorzaakt door rugklachten. Het aantal vlechters dat in de wao verdwijnt is zelfs tweemaal zo hoog als bij de andere bouwberoepen.

De vlechter blijkt een zeer harde werker te zijn: 74% van zijn tijd is hij actief met knippen, buigen, transporteren en binden. ‘Hij begint als eerste en hij stopt als laatste’, luidt dan ook zijn adagium. De helft van deze tijd is hij bezig met het eigenlijke vlechten (staven ontbossen, staven aanbrengen en binden), 30% van de tijd wordt er geknipt, 1% wordt er gebogen en nog eens 10% van de tijd gaat op aan transport.

Van alle tonnen te verwerken wapeningsstaal gaat 50% in de vloeren en dat houdt in dat de vlechter een groot deel van de dag in in diepgebukte houding bindingen maakt.

Het Arbouwrapport geeft dan ook aanbevelingen, onder andere voor verbeteringen van het transport en het vervangen van zoveel mogelijk traditionele gereedschappen door mechanische, elektrisch aangedreven of hydraulische hulpmiddelen.

Hijsjuk

In Zweden heeft men ter verbetering van het transport een speciaal hijsjuk ontworpen. Hieraan worden kolom- en balkwapening maar vooral ook vloernetten direct op de bewerkingsplaats opgehangen. In andere gevallen wordt het juk gevuld vanaf speciale stellingen waaraan twintig netten hangen. Het is bewezen dat veel gesleep en getil op de vlechtplaats niet meer voorkomt. Veel getil op de vloer evenmin omdat de kraan het hijsjuk verplaatst. De rugbelasting is hierdoor meetbaar verminderd.

Hulpmiddelen die het rugkrakend binden van vloerwapening vervangen, worden wereldwijd uitgevonden en met meer of minder succes toegepast.

Zo is er een Amerikaans prototype van Talon Industries in Vail, Colorado. Die bindmachine weegt bijna zoveel als een kettingzaag(!), gaat ongeveer f. 7500 kosten, vraagt een voeding van 220 volt en zou een werksnelheid hebben van 30 bindingen per minuut. Hij zou in het midden van dit jaar in produktie komen.

Onderzoek

De Japanse onderneming Bentac heeft een prototype getoond dat in juni 1997 op de Europese markt zal worden uitgebracht. Die vergt een accu van 12 Volt, gaat ook ongeveer f. 7500 kosten en regelt de kracht waarmee de binding moet worden gemaakt via een ingebouwde computer. Snelheid 6-7 bindingen per minuut.

Al geruime tijd op de Europese markt is de Japanse bindmachine Drillfix. Overigens uitgevonden door de Zwitser K. Bula. Het apparaat weegt slechts 1,7 kg, werkt geheel mechanisch en heeft een werksnelheid van ongeveer 10 bindingen per minuut. Prijs f. 2400. Berekeningen met SAOB-gegevens tonen aan dat bij een traditionele werksnelheid van ongeveer 5 bindingen per minuut en een uurloon van f. 60 dit laatste apparaat, mede door de lage aanschaffingsprijs, de bindkosten tenminste in evenwicht houdt.

Onderzoek zal echter moeten uitwijzen of het gewicht van de machine vergeleken met de Moniertang en de mogelijke statische belasting het vlechtwerk uit de categorie ‘zeer zwaar’ halen. Pakt zo’n onderzoek gunstig uit dan is het zaak de vlechtbedrijven en de vlechters te overtuigen van het ergonomisch = fysiek voordeel van zo’n hulpmiddel. Volgens de NSPB, de Nederlandse Stichting voor Praktijkopleiding Betonstaalverwerking, moeten betonstaalverwerkers werken aan hun toekomst. Maar dan moeten de vlechters het wel gemakkelijker krijgen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels