nieuws

Plezier in plastic

bouwbreed

In de jaren zestig gold plastic als het materiaal van het modernisme. De huiskamers werden overspoeld met allerlei gladde, glanzende gebruiks-voorwerpen in vrolijke kleuren. Enkele decennia later staat plastic weer volop in de belangstelling. Het Groninger Museum geeft een overzicht van design in plastic 1960-1996.

Stof moet je voelen. Voor de kunststof voorwerpen uit de periode 1960-1973 is dat niet noodzakelijk. Hun zeggingskracht straalt er gewoon van af. Allemaal hebben ze dat gladde, glanzende voorkomen. De felle, vrolijke kleuren herinneren aan de tijd waarin het optimisme over de toekomst nog ongekend was.

De doorbraak van plastic, de verzamelnaam voor diverse kunststoffen, begon op het moment dat door een hausse in technologische ontwikkelingen grenzen werden verlegd. De eerste mens op de maan in 1969 betekende een grote doorbraak; kunststof bood ongekende mogelijkheden voor de toekomst. De oliecrisis van 1973 zou de daarmee gepaard gaande consumptiedrift abrupt een halt toeroepen.

De Belg Philippe Decelle legde een verzameling van allerhande gebruiksvoorwerpen aan uit de periode 1960-1973, die bij menigeen het verleden zal doen herleven. Een greep uit zijn collectie die hij ‘l’Utopie du tout Plastique’ doopte, vindt nu tijdelijk onderdak in het Groninger Museum.

De expositie was twee jaar geleden eerder te zien in de Fondation pour l’Architecture in Brussel. De uiteenlopende attributen verwijzen naar een tijd van economische groei. Zo staan er onder andere de bekende Tupperware-attributen, een scala aan elektrische geluid- en beeldapparatuur, decoratieve kunstwerken en veel organisch gevormd meubilair; swoopy stoelen in de vorm van een ei, bloem of tand die uitnodigen om op plaats te nemen.

Lichaamsvorm

Decelle: “De produktie van meubelen wordt in de jaren zestig gekenmerkt door antropomorfische vormen. De vorm van de meubelen uit die tijd omsluiten als het ware het lichaam, omdat ze de vorm van het lichaam aannemen.” Voor de voorwerpen uit zijn collectie is kunststof als essentieel materiaal bepalend geweest voor de vorm.

De verzameling van Decelle bevat een aantal unieke creaties die in beperkte oplage geproduceerd zijn zoals de met glasvezel versterkte polyestermeubelen Dondolo (schommel)fauteuil van de Italianen Leonardi en Stagli of het ‘Boomerang-Bureau’ van beeldhouwer Calca, waarvan er slechts dertig werden vervaardigd. Kunstenaars, vormgevers en architecten hebben destijds een ongehoorde creativiteit aan de dag gelegd. In diverse kunststromingen leidde het bouwmateriaal van de 20e eeuw tot ‘radical design’: een fauteuil in de vorm van een baseballhandschoen, een cactus-kapstok, lampen in de vorm van een wolk, meubelen waarmee men het landschap in huis leek te halen.

In het Nederlandstalige gedeelte van de catalogus – het Franstalige dikkere deel bevat vooral veel beeldmateriaal – is een hoofdstuk gewijd aan de kunststof architectuur waarin onder andere de dakconstructies van Frei Otto worden aangehaald. Het Duitse paviljoen in Montreal (1967) – een grote tent van kunststof, gespannen over een netwerk van staaldraad – baarde destijds veel opzien.

Dat vorm en functie in de loop der tijd weer dichter bij elkaar zijn gekomen blijkt uit de ruimte met modern design. Het Groninger Museum vulde het utopische huis van destijds aan met ontwerpen uit de jaren tachtig en negentig, waardoor de tentoonstelling aansluit bij de collectie en het verzamelgebied van het museum, zo lees ik in het voorwoord van de catalogus. Hier staan creaties van de generatie ontwerpers van nu zoals Philippe Starck, wiens wiens strakke stoelen in het kunstpaleis van Mendini tot het vaste meubilair behoren.

Weinig nieuws onder de zon

Volgens Decelle is er echter niet veel nieuws onder de zon: “Het plasticgebruik van de jaren tachtig is een reactie op de jaren zestig, omdat alles eigenlijk altijd een actie-reactie beweging is in de geschiedenis. De objecten van nu lijken hetzelfde als die uit de jaren zestig. Het zijn dezelfde objecten, maar we zien toch veel verschillen. Na de jaren zeventig zijn er weinig innovatieve creaties gekomen.”

Zijn stelling lijkt te worden bevestigd door het feit dat een aantal ontwerpen van destijds weer in produktie zijn genomen, zoals de opblaasbare fauteuil naar Italiaans ontwerp. Deze remake is evenals ander modern plastic design – waaronder de Philips-line made by Alessi – in het museum te koop.

Gedaantewisseling

Bij de ontwerpen van de jaren negentig aangekomen, constateer ik dat plastic in de loop der tijd wel degelijk een gedaantewisseling heeft ondergaan. Waren de plastic produkten uit de jaren zestig glad en glanzend, de kunststoffen creaties van nu zijn veel ingetogener. Matte finish en transparantere kleuren geven het weliswaar een chiquer voorkomen, maar het echte plezier dat de zestiger jaren kenmerkte, is ver-dwenen. Gelukkig dat designers als Ron Arad, die met zijn in allerlei vormen te buigen boekenwurm, dat speelse van weleer weer weten terug te halen.

‘Een Utopie in Plastic’ is t/m 16 juni te zien in het Groninger Museum. Geopend: di t/m zo van 10.00-17.00 uur.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels