nieuws

Oikos: innovatie in landelijk wonen

bouwbreed

Oikos is een innovatief onderdeel van de Enschedese Vinex-wijk De Eschmarke. Het landschap speelt er de hoofdrol, de bewoner moet daarin zijn plaatsje vinden. Voor het eerst sinds lange tijd dienen Scandinavie en de jaren zeventig weer als inspiratiebron.

Tussen Enschede en de Duitse grens wordt de Vinex-wijk De Eschmarke gebouwd. Het grootste deel van de ruim 5000 woningen is ontworpen volgens een bekend Vinex-patroon met 85% laagbouw in rechthoekige bouwblokken en her en der een singel en zwierige draai. In een uithoek, tegen de Duitse grens aan, vormen de 600 woningen van Oikos daarop een intrigerende uitzondering.

Het plan voor Oikos toont op het eerste oog een wirwar van huisjes en paadjes. En als het tegenzit bij de realisatie wordt het ook een chaos. Maar het eraan ten grondslag liggende idee is inspirerend, namelijk om het landschap het primaat te geven. ‘Landschap’ niet in de betekenis van ongerepte natuur, dat zou zelfbedrog zijn. De ontwerper, het bureau Zandvoort Ordening en Advies, heeft onderzocht hoe het landschap zo is te cultiveren dat ondanks de woningbouw de continuiteit van het groen intact blijft. Het doel is niet een woonwijk met plukjes groen, maar een doorlopend landschap met daarin pittoresk gesitueerde groepjes woningen.

Afwatering bepaalt opzet

Het gegeven terrein is een open akker met houtwallen en een beek aan de randen, in het midden iets verhoogd. Belangrijk element in de planvorming was de vraag hoe het regenwater simpel kan worden afgevoerd en gebruikt om het grondwater op peil te houden. In plaats van kolken en riolering komen er geulen, molgoten en verdiept in het groen gelegen ‘wadi’s’ die soms droog, soms nat zijn. Dat afwateringspatroon, gecombineerd met het streven de woningen zoveel mogelijk op het zuiden te orienteren, heeft de hoofdopzet van het plan bepaald.

Een ‘brink’ en speelveld verdelen het plan in twee verschillend uitgewerkte helften. Oikos-binnen bestaat uit rijtjeswoningen met prive-tuinen aan de achterkant, Oikos-buiten uit woonerven met losse huizen en twee onder een kap-woningen. Deze huizen hebben geen prive-tuinen maar zijn gelegen in een collectief groengebied.

Het autoverkeer is teruggedrongen tot een ontsluitingsweg aan de rand met vandaaruit enkele doodlopende woonerf-achtige routes. Voor openbaar vervoer slingert er een asfaltweg door de wijk.

Verguisde kneuterigheid

Het leven dat in de planbeschrijving wordt geschetst is idyllisch. Op de Brink wordt jeu de boules gespeeld. Langs het speelveld kabbelt een watertje. Het veld loopt smal toe naar een ‘ecologisch monument’. Dat bestaat uit puin met de daarbij behorende spontane plantengroei, zoals de ondertussen alweer bijna vergeten tuinarchitect Le Roy in de jaren zeventig propageerde. De ontwerpers blazen een verguisd verleden van kleinschalige woonerven vol spontane contacten nieuw leven in.

De vormeloosheid en chaos waaraan deze kneuterigheid van de jaren zeventig tenonder is gegaan, bestrijden zij door nauwkeurige nuances aan te brengen. Zo is er een weldoordachte overgang van wat openbaar, semi-openbaar, semi-prive en strikt prive is. Van de diverse ruimtes zijn nauwkeurig de profielen en plattegronden geschetst (zie bijgaande tekeningen).

Informele stedebouw

Het meest interessant is de oplossing die de ontwerpers schetsen voor de clustertjes woningen in het groen in Oikos-buiten. Ze zijn geinspireerd op boerenhoeves: erven met losse gebouwen eromheen, iets verhoogd gelegen. Alle huizen hebben een terras aan de achterkant, maar zijn verder geheel omgeven door een collectieve ecologische tuin. Tussen de clusters door lopen de verlaagde beddingen waarin het regenwater wordt afgevoerd en in de grond gefilterd, zogenaamde wadi’s. Elke cluster heeft een eigen, gezamenlijke moestuin, omgeven door een haag. Daar kan men zijn gft-afval storten. De verantwoordelijkheid voor het gemeenschappelijke groen wordt ondergebracht in een Vereniging Van Eigenaren.

Het is interessant dat de ontwerpers voor de vormgeving van de woningen voorbeelden uit Scandinavie als inspiratiebron noemen. Het is voor eerst sinds lange tijd dat weer eens uit die bron geput wordt, die in de jaren vijftig en zestig erg populair was. In combinatie met de genoemde jaren zeventig-elementen leidt het in het stedebouwkundig plan tot een onverwachte kwaliteit, een ontspannen, informele stedebouw.

Of de architecten die kwaliteit ke verwezenlijken, is overigens de vraag. De schetsen van de eerste woningen zijn weinig geruststellend. Ze schikken zich niet naar het landschap, maar zijn schreeuwerig en opdringerig. Het wreekt zich dat maar liefst acht verschillende ontwikkelaars en architecten aan de slag gaan. Ieder bouwt zijn eigen monument.

Sociologie en ecologie

Oikos is een boeiend experiment in ecologie en collectiviteit. Het samenleven op het erf en in de tuin gaat in tegen de trend van individualisering en anonimisering. De vormgeving gaat in tegen de trend in ontwerpersland om het primaat te geven aan de gebouwde vorm, of de vorm van de stedelijke ruimte. Het primaat heeft het grillige, pittoreske en onverwachte.

Meer dan in enig Vinex-plan tot nu toe gaat het over een vorm van samenleving en gebruik. Via de omweg van ecologie en landschap worden wij zo weer geconfronteerd met ‘sociologische’ vragen naar gebruik en beleving die stammen uit de jaren zeventig. Die zijn in de jaren tachtig gewraakt als niet-architectonisch, en vervolgens verdwenen achter postmoderne vormen. Misschien biedt Oikos dadelijk een origineel antwoord.

De driehoekige ‘brink’ en het langwerpige ‘speelveld’ delen Oikos in twee helften: Oikos-binnen bestaat uit rijtjeshuizen met prive achtertuinen, Oikos-buiten bestaat uit losse woningen rond woonerven in een gemeenschappelijk groengebied.

Zorgvuldige nuancering van wat openbaar en prive is moet voorkomen dat het een chaos wordt.

Profiel van een woonstraat in Oikos-binnen. De cijfers verwijzen onder andere naar een autowas- en parkeerplaats (6 en 8), de greppel of wadi langs de achtertuinen (10) en bijzondere hoekbebouwing (3 en 11).

Profiel van een woonerf in Oikos-buiten. De cijfers verwijzen onder andere naar geaccentueerde bebouwing langs het speelveld (8), parkeerplaatsen (6) aan de ontsluitingsweg (10), moestuin (9), ‘geitepaadje’ (11) en bijzondere hoekbebouwing (2).

Profiel van de ecologische tuin die tussen de woonerven doorloopt. Aangegeven zijn de accenten langs het speelveld (8), moestuin (6), uitgediepte wadi of greppel (3), prive-terrassen of serres (4), ‘geitepaadjes’ (5) en ontsluitingsweg (7).

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels