nieuws

Flinke opknapbeurt hard nodig Restauratie Amsterdamse Nicolaaskerk begint dit jaar

bouwbreed

Wie met de trein aankomt in Amsterdam kan er niet aan voorbij: aan zijn linkerhand bepalen de robuuste koepel en de torens van de Nicolaaskerk de eerste indrukken van de hoofdstad.

De markante kerk verheft zich op majestueuze wijze op een vitale plek in de stad en beheerst als een echt ‘landmark’ de wijde omgeving. Van welke kant men de kerk ook nadert, haar koepel en torens rijzen overal op boven de daken van de omliggende gebouwen. En steeds toont de kerk een wisselend beeld. Vanuit het noorden bij tegenlicht trekt zij een scherp silhouet. Vanuit het oosten vormt zij de tegenhanger van het Centraal Station. Vanuit het zuiden laat zij, beschenen door de zon, iets zien van de heerlijkheid van de heilige Nicolaas aan wie de kerk is gewijd en vanuit het westen oogt zij als de trouwe wachter aan de waterkant, de zeevaarders bewakend, die Nicolaas als hun beschermheilige kozen.

Eind april beklommen twee zwarte dienaren van de heilige Nicolaas, die behalve ruwe zeebonken ook kinderen in zijn hart koestert, de kerk om het enorme doek te onthullen, dat met de letters ‘Red de Sint Nicolaas’ aangeeft, dat het markante bouwwerk het zwaar te verduren heeft.

Restauratie

Dit jaar gaat immers een hoogst noodzakelijke restauratie van start. Periodiek onderhoud heeft niet ke voorkomen dat de tand des tijds stenen, leien, metaalwerk en beglazing heeft aangetast. De dichtgemetselde koepelvensters worden heropend en het rijk getinte glas zal worden teruggeplaatst, zodat de nu somber ogende kerk straks weer zal baden in een zee van kleuren. Binnen in de kerk zullen met name de fraaie schilderingen van Dunselman worden gereinigd en hersteld. De kruiswegstaties moeten van nieuw raamwerk worden voorzien en het geweldige orgel uit de werkplaats van Sauer te Frankfurt a/d Oder zal ook worden gerestaureerd. Om het gebouw te restaureren en voor de toekomst te behouden is nog zo’n f. 2,6 miljoen nodig. De totale restauratie kost meer dan 11 miljoen.

Architect Adrianus Cyriacus Bleijs (1842-1912) bouwde in 1887 de kerk in neobarok en neorenaissance stijl. Dat is bijzonder omdat in de negentiende eeuw een beweging gaande was onder aanvoering van architect P.J.H. Cuypers, bouwer van onder meer Centraal Station en Rijksmuseum in de hoofdstad, die de neogotiek zag als de meest passende stijl voor katholieke kerken. De zojuist fraai gerestaureerde Dominicuskerk in de hoofdstedelijke Spuistraat is daarvan een goed voorbeeld. Tot in het begin van de twintigste eeuw had deze neogotische stijl de voorkeur.

Aanvaring

Het afwijkende ontwerp van Bleijs, die in Hoorn ook nog een kopie van de kerk neerzette, bracht hem uiteraard in conflict met zijn vroegere leermeester Cuypers maar verrijkte Amsterdam en Hoorn met verrassende architectuur. De Nicolaaskerk is door haar stijl een van de belangrijkste negentiende-eeuwse kerkelijke monumenten van Amsterdam. De helmen van de fronttorens, de dakkapellen van de koepel, het naar voren springende voorportaal en het gebroken fronton daarboven zijn door de barok geinspireerd. Daarentegen zijn de transeptgevels, de traceringen van de vensters, de pijlers, de lijsten en de cassettengewelven uitgevoerd in neorenaissancistische stijl.

Het kerkinterieur werd door Jan Dunselman (1863-1931) verfraaid met wandschilderingen. Het materiaal, dat hij uitkoos was ongebruikelijk en vernieuwend. Hij schilderde namelijk op de ruwe zijde van linoleum. Door het gewicht van het linoleum is echter een aantal kruiswegstaties gescheurd. Een restauratieplan om de schilderingen te consolideren ligt klaar. Andere schilderingen zijn door vocht aangetast. Ook die ke nu worden gerestaureerd.

De thematiek van een aantal van zijn schilderingen is gebaseerd op Amsterdamse historische gebeurtenissen, zoals het Mirakel van Amsterdam uit 1345, dat hij inpaste in een allesomvattend iconografisch programma.

Parochianen als model

Het is bekend, dat Dunselman vrouwen en kinderen uit de Nicolaasparochie uitkoos als model voor zijn schilderingen. Wellicht kan dus menig Amsterdammer op de kruiswegstaties van de Nicolaaskerk het gezicht van een van zijn voorouders herkennen.

Het beeldhouwwerk in de kerk is van Pierre Elysee van den Bossche (1849-1921). Deze vervaardigde onder meer ook het beeldhouwwerk van de Gouden Koets, die in 1898 door de Amsterdamse burgerij aan koningin Wilhelmina werd aangeboden.

Vermeldenswaard zijn tenslotte de fraaie roosvensters in het dwarsschip en de drie glas-in-loodramen uit 1886 in de absis met afbeeldingen van de aanbidding door de herders, het Laatste Avondmaal en de Kruisiging.

Wie eens rustig wil genieten van de bekoring, die van de mysterieuze Nicolaas uitgaat moet op zon- en feestdagen eens om vijf uur een vesper bijwonen. De Schola Cantorum Amsterdam zingt dan zijn mooiste Gregoriaanse liederen, die de bezoeker na aankomst op het drukke, rumoerige Stationsplein weer helemaal tot zichzelf brengen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels