nieuws

Vertraging Betuwelijn viel erg ongelukkig voor Grontmij

bouwbreed

De traag verlopende besluitvorming rond de Betuwelijn heeft consequenties gehad voor het adviesbureau Grontmij. Samen met partner De Weger moest men onder druk van de politiek de voorbereidingen voor de aanleg een jaar stilleggen. Zestig tot tachtig hoogwaardige mensen – dus erg duur – konden niet bijdragen aan het resultaat van het beursgenoteerde ingenieursbureau. “Een procent minder werk kost ons f. 2,5 miljoen netto.”

Jan Reneman, voorzitter raad van bestuur Grontmij, wil niet horen dat de overheid een onbetrouwbare partner is. Ook al viel het moment van stillegging, zomer 1994 tot en met zomer 1995, op een uiterst ongunstig moment. Begin vorig jaar werd duidelijk dat het goed fout zat in de advieshoek. Een voor de onderneming draconische reorganisatie – zestig ontslagen en f. 7 miljoen aan kosten – was noodzakelijk om het bedrijf in de rode cijfers te houden.

“De stillegging, die inderdaad op een uiterst ongelukkig tijdstip kwam, was een gevolg van de kabinetswisseling,” formuleert Reneman voorzichtig. “Maar als we hadden door ke werken was de reorganisatie duidelijk minder zwaar geweest. De dip zou minder diep zijn geweest en alles zou een stuk geleidelijker zijn verlopen.”

Het Betuweteam haalt op dit moment de financiele schade in. De Weger en Grontmij hebben gezamenlijk tegen de 175 mensen op het po gezet. Reneman: “Door de inzet van geautomatiseerde systemen gebeurt de planning geheel geautomatiseerd.”

De reorganisatie

In een toelichting op de jaarcijfers 1995 stond het bedrijf gisteren geruime tijd stil bij ‘Het Grote Incident’. Zoals ingenieurs betaamt werd heel afstandelijk over de aanpassing van het cluster Advies en Techniek gepraat. Reneman cs hebben de reorganisatie de fantasierijke naam Po Rendementsherstel meegegeven. In de loop van de persconferentie kreeg het verhaal meer gevoel en werd duidelijk dat getracht wordt het aantal ontslagen van zestig zo klein mogelijk te houden.

Het is nog te vroeg om te stellen dat de aanpassingen een succes zijn. Het bedrijf ziet 1996 als een overgangsjaar met dien verstande dat omzet en resultaat wel omhoog moeten. Tot 2000 is een marsroute uitgezet die aangeeft dat het rendement op het totale vermogen minimaal 11% moet bedragen.

Een deel van de mars zal in het buitenland worden gelopen. In een vlug getoonde overheadsheet stond een buitenlandomzet van – 200 miljoen. “Exclusief autonome groei betekent dat we tot de eeuwgrens – 80 miljoen aan omzet moeten kopen,” zegt drs A.J. v.d. Kerk, de financiele man van Grontmij. “De Nederlandse omzet zal een niveau moeten hebben van – 600 miljoen.”

Klaagt niet

Grontmij is een stuk genuanceerder over de rol van de overheid in de milieumarkt. Eerder deze weken verklaarden bestuurders van grote aannemerijen dat de overheid een uiterst dubieuze rol speelt. “Ze komt haar afspraken niet na. Houdt zich niet aan de normen. Er kan zelfs gebouwd gaan worden op vervuilde grond”, viel zo her en der te horen.

Volgens Reneman is de milieumarkt mede door de veranderde opstelling van de verantwoordelijke overheden volwassen geworden: “De emotionaliteit is ervan af.” Gevolg hiervan is dat in specifieke gevallen ook beperkte oplossingen denkbaar zijn. Zo hoeven industriele bedrijven lang niet altijd op volledig schone grond te staan. Wel moet zo’n deels verontreinigd terrein blijvend in de gaten worden gehouden.

Grontmij juicht deze ontwikkeling toe. “Het beleid zat op slot omdat voor bepaalde terreinen geen mogelijkheden waren”, vult lid raad van bestuur ir. J. Gietema aan. “Dit beleid zal de milieumarkt eerder vergroten dan verkleinen.”

In tegenstelling tot bouwbedrijven zet Grontmij echter geen zwaar materieel in voor het weghalen van vervuilde grond. Die markt lijkt inderdaad minder lucratief dan enkele jaren terug werd gedacht. Het adviesbureau moet het hebben van het verkopen van kennis. Grontmij doet bijvoorbeeld onderzoek naar vervuilde grond, bekijkt wat de beste mogelijkheden zijn en kan daarbij vervolgens een rol spelen bij het beheer van de bewuste terreinen.

Milieu wordt volgens Reneman ook meer een onderdeel van andersoortige opdrachten, zoals infrastructurele poen, woningbouw of natuurpoen. Zo wordt bij de aanleg van de Betuwelijn het milieuprobleem er gewoon bij gedaan. “We kijken of we onderweg vervuiling tegenkomen. Zo ja, dan wordt die opgeruimd.”

Projectontwikkeling

Als enige van de grote ingenieursbureaus houdt het beursfonds zich bezig met poontwikkeling.

Via dochter Inogem, dat onderdeel uitmaakt van de cluster Vastgoed, is het bedrijf actief in Noord-Holland en Zuid-Holland. “We zijn er ingerold omdat we al voor grote poontwikkelaars en beleggers grondsaneringen doen en infrastructuren aanleggen”, aldus Reneman. “In dat verlengde zijn we op eigen risico kleinere woningbouwlocaties, zoals in het plaatsje Obdam, tot ontwikkeling aan het brengen. We hebben geconstateerd dat grote ontwikkelaars dit soort gebieden links laten liggen. Ze vinden gebieden met 100 tot 150 huizen te klein. Samen met een lokale aannemer werken we het plan dan verder uit en tot nu toe met succes.”

Jaarcijfers 1995 Grontmij

Netto omzet in f. mln 579,6 534,5 Omzet buitenland in procent 10 9 Bedrijfsresultaat in f. mln 12 25,3 Netto winst in f. mln 3,4 16,8

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels