nieuws

NWR uiterst kritisch over VROM en Kamer

bouwbreed

“Zeer te betreuren”, “niet in overeenstemming met de feiten”, “frustrerend en onbegrijpelijk”, “verbazingwekkend”. Wie wil weten wat de Nationale Woningraad denkt van het optreden van rijksoverheid en parlement in de volkshuisvesting in 1995, hoeft slechts de eerste vijftien pagina’s van zijn jaarverslag door te lezen, om erachter te komen dat men op zijn zachtst gezegd niet tevreden is.

NWR-directeur Nico van Velzen zet al in de eerste zinnen van zijn voorwoord bij het uiterst kritische Jaarverslag Volkshuisvesting 1995 de toon: “Na jaren van voortvarend beleid, gericht op verzelfstandiging van de woningcorporaties, deregulering en in samenhang daarmee meer ruimte voor marktwerking, lijkt er nu sprake te zijn van stagnatie en herorientatie. Dat vooral de Tweede Kamer daarvoor zorgt is zeer te betreuren, want de volkshuisvestingsopgaven waar de sector zich gesteld ziet, zijn niet gering.”

De relatie tussen de sociale sector en de politiek is in 1995 danig verstoord, zo blijkt uit de bijdrage van Van Velzen. De corporaties zijn boos, dat is duidelijk . En die boosheid is vooral ontstaan omdat er in de Tweede Kamer “zonder dat de feiten daartoe aanleiding geven of de eerste ervaringen met de nieuwe ordening uitwijzen dat deze niet naar behoren functioneert, twijfel is gerezen of gecreeerd over de bedoelingen van de inzet van de woningcorporaties.”

Ten onrechte, zo meent Van Velzen, want steeds opnieuw blijkt dat “de corporaties niet voor hun verantwoordelijkheden niet weglopen.” Zij hebben zich zeer snel aangepast aan de nieuwe verhoudingen in de verzelfstandigde volkshuisvesting, en werken hard om hun taken op het terrein van de volkshuisvesting naar behoren uit te voeren.

De NWR-directeur: “De toonzetting van het debat, met kritische geluiden omtrent het functioneren van de corporaties, is dan ook niet in overeenstemming met de feiten.”

Doorn

Een doorn in het oog is met name de 28 juni-brief van staatssecretaris Tommel, zo blijkt uit het hoofdstuk ‘De opgave in de volkshuisvesting’ van het NWR-jaarverslag. Want waar geld, durf, inventiviteit en creativiteit van corporaties wordt gevraagd moet men niet met extra regels aankomen. En dat is nu net wat de D66-bewindsman doet. “Het is, gelet op de context die vraagt om sociaal ondernemerschap, frustrerend en onbegrijpelijk dat initiatieven van woningcorporaties met meer bureaucratische regelgeving worden beperkt in plaats van gewaardeerd en beoordeeld op hun resultaat voort de doelgroepen van beleid”, aldus de NWR.

Maar ook andere onderdelen van het rijksbeleid wekt onbegrip: “Enerzijds wil het rijk speelruimte creeren om een meer marktgericht beleid mogelijk te maken. Anderzijds wordt gegrepen naar regulering om ongewenste huurstijgingen tegen te gaan.” Halfslachtig, zo vindt de NWR.

En ronduit “verbazingwekkend” is het dat VROM nog steeds van plan is om f. 200 miljoen te bezuinigen op de Individuele Huursubsidie: “Hier ligt een kans om via een verdere verbetering van de IHS meer evenwicht tussen de huurder en de koper van woningen aan te brengen.”

De conclusie van het jaarverslag luidt dat corporaties expliciet medeverantwoordelijkheid willen dragen voor de volkshuisvestingsopgaven van de toekomst, “maar dan wel onder zodanige condities dat zij een reele kans van slagen hebben. In deze periode moet worden gewikt en gewogen of de sector hiermee verder kan en daartoe ook in staat wordt gesteld.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels