nieuws

Gemeenten Overijssel laten asbestbeleid sloffen

bouwbreed

De wijze waarop de gemeenten in Overijssel het Asbestverwijderingsbesluit uitvoeren is voor verbetering vatbaar. Deze conclusie trekt de Regionale Inspectie Milieuhygiene Overijssel (RIMH) van VROM uit een onderzoek bij de betrokken gemeenten.

De belangrijkste tekortkomingen houden verband met de verlening van vergunningen en de controle op grootschalige asbestsloop. Ook de inzameling van particulier asbestafval laat te wensen over. Als gevolg daarvan ke er asbestresten voorkomen in hergebruikt bouw- en sloopafval. Een onderzoek door de RIMH Noord-Brabant laat vergelijkbare resultaten zien.

Het Asbestverwijderingsbesluit geldt sinds de tweede helft van 1994. De gemeentelijke aandacht voor de opgenomen taken loopt sterk uiteen. Dat blijkt uit een groot verschil in het aantal verleende vergunningen in vergelijkbare gemeenten. De kwaliteit van de vergunningen is in ongeveer de helft van de gevallen onvoldoende.

Strenger toezicht

Een ruime meerderheid van de onderzochte gemeenten controleert niet regelmatig op naleving van de verleende sloopvergunningen. Vijfendertig procent van de gemeenten heeft nog geen inzamelpunt voor particulieren geregeld.

Volksgezondheid en milieuhygiene zijn beter gediend met een strenger gemeentelijk toezicht op de asbestverwijdering. Gemeenten zonder asbestinzamelpunt voor particulieren moeten dit op korte termijn alsnog regelen. De Regionale Inspectie overweegt op grond van de resultaten nazorg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels