nieuws

De waarde van de woningvoorraad

bouwbreed

Op gezette tijden verschaft het CBS inzicht in de waarde van de kapitaalgoederen voorraad. Daarvan maakt de woningvoorraad deel uit. We hebben uit deze statistiek een overzicht samengesteld van het aantal woningen in de voorraad per provincie naar bouwjaarklasse en waarde.

J.S. Stanof

De statistiek is bijgewerkt tot 1 januari 1994. Er stonden toen 6118 duizend woningen in dit land, die samen ruim 980 miljard gulden waard waren (vergelijk bijgaande tabel). Die waarde betreft de bouwsom inclusief installaties en de bijkomende kosten, zoals honoraria, aansluitkosten, e.d., beide incl. btw. Niet inbegrepen in dit cijfer zijn de grondprijs en de kosten van meer- en minderwerk. De gemiddelde waarde per woning bedroeg per 1-1-1994 f. 160.000. Dat was lang niet in alle provincies gelijk. Zoals de verkoopprijzen op de woningmarkt verschillen, zo verschillen ook de door het CBS berekende waardebedragen in de diverse provincies. Zo zijn de woningen in Groningen, Flevoland en de beide Hollanden rond 6% lager in waarde dan gemiddeld. Die in Friesland, Drenthe, Overijssel en in iets mindere mate Utrecht liggen ongeveer op het gemiddelde. Vooral voor Utrecht is dat opvallend, waar hier de hoogste prijzen op de markt gelden; duidelijk een tekorten-markt dus. De woningen in de zuidelijke provincies zijn rond 10% meer waard dan gemiddeld. Hier zijn kennelijk de betere woningen gebouwd. In Brabant bijvoorbeeld staat nog geen 14% van de voorraad, maar ruim 15% van de waarde. In Noord-Holland daarentegen, staat 17% van de woningvoorraad, maar die vertegenwoordigt nog geen 16% van de totale waarde.

Leeftijd

De woningen in de voorraad die stammen van voor 1905 hebben een gemiddelde waarde van f. 176.000, of 10% meer dan gemiddeld. Die uit de periode 1905-1930 komen daarentegen maar net 6% boven de gemiddelde waarde uit. In de jaren dertig werden nauwelijks sociale woningen gebouwd; in die periode waren het vooral wat genoemd werd ‘middenstandswoningen’. Deze waren circa viermaal zo duur als de woningen ‘voor den braven werkman’ en dat is nu nog aan de waarde in de statistiek te zien. Het is de enige bouwperiode waar de gemiddelde waarde boven de twee ton uitkomt, ruim eenderde boven het landelijk gemiddelde. In de jaren van de wederopbouw was het alles soberheid wat de klok sloeg. Aan de waarde is dat goed te zien: deze ligt twintig procent onder het gemiddelde. De jaren zestig, met hun grote aandeel flatjes, hebben ook niet zo’n waardevolle bijdrage aan de voorraad ke leveren, de gemiddelde waarde van de woningen uit deze tijd ligt nog 5% beneden het landelijk cijfer. De woningen uit de jaren zeventig en tachtig liggen in waarde rond het gemiddelde.

Vervangen?

Van de voorraad in Groningen stamt 10% van voor 1905 en nog eens 12% uit de jaren 1905-1930. Dit is daarmee de provincie met de op een na oudste voorraad. Alleen Noord-Holland komt hoger uit met 11% resp. 14% uit deze perioden. Friesland komt op de derde plaats met 11% uit beide perioden. Als de onttrekking van woningen alleen van hun leeftijd zou afhangen, dan zouden dit de provincies zijn waar relatief de hoogste vervangende nieuwbouw zou ke worden verwacht.

In absolute zin ligt dat wat anders, als gevolg van de sterk verschillende omvang van de voorraden in de provincies. Van alle woningen van voor 1905 staat 49% in Noord en Zuid Holland, van die uit de jaren 1905-1930 is dat zelfs 52%. Daarna loopt het aandeel van de beide Hollanden in het totaal langzaam terug, tot een minimum van rond 34% van de woningen uit de jaren zeventig. In Zuid-Holland vindt de afgelopen jaren al vrij veel vervangende nieuwbouw plaats. Als die in Noord-Holland (vooral Amsterdam) de komende jaren eindelijk ook eens op gang zou komen, zou dat een duidelijke invloed op de cijfers hebben.

Gezien de povere kwaliteit van de bijna 800.000 woningen uit de jaren vijftig, zou de vervanging daarvan in veel gevallen echter wel eens een hogere prioriteit ke gaan krijgen dan die van de oudere voorraad. Het aandeel van deze woningen in de totale voorraad is landelijk 13%. Per provincie fluctueert dat tussen twaalf en veertien procent, met als uitschieter Limburg (16%). De absolute aantallen van de woningen uit deze periode zijn echter vooral hoog in Gelderland, de beide Hollanden en Brabant.

De woningvoorraad per provincie

aantal (x 1000) en waarde per 1-1-1994 Jaar

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels