nieuws

Aan beschuldigingen geen gebrek in WBL-affaire

bouwbreed

Het parlementaire onderzoek naar de Geleense corporatie Woningbeheer Limburg (WBL) gaat vandaag een nieuwe en beslissende fase in. Tot en met volgende week woensdag zal het in een serie van vier maal vier ‘eindgesprekken’ gaan over het hoe en waarom van de WBL-affaire, maar zeker ook over de vraag wie er nu eigenlijk schuldig is aan het ontstaan ervan. Want hoewel het aan beschuldigingen over en weer tot nog toe geenszins heeft ontbroken, is de hoofdverdachte nog steeds niet gevonden.

Er zijn maar weinig corporaties die zich zozeer en al zo lang op landelijke bekendheid en aandacht mogen verheugen als de Stichting Woningbeheer Limburg. Sinds vorig jaar juli al staat WBL in de ‘spotlights’ van de media. Toen werd de jaarrekening 1994 bekend, waaruit een enorm financieel tekort en dus dreigend faillissement naar voren kwam.

De problemen waren opmerkelijk groot, zeker gezien het feit dat WBL het produkt is van een financiele reddingsoperatie, onder leiding van toenmalig staatssecretaris Heerma. Zijn wens om de financiele malaise bij de niet-winst-beogende instelling SBDI definitief de wereld uit te helpen, resulteerde in 1991 in een fusie van SBDI met de corporaties Het Zuiden en de Stichting Huisvesting Bejaarden Limburg. Maar weinigen verwachtten op dat moment dat amper twee jaar later het water de nieuwe corporatie WBL opnieuw tot aan de lippen zou zijn gestegen.

Toch was dat het geval, tenminste volgens het bestuur van de corporatie. Dat klopte in 1993 aan bij het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, de gemeenten en het Rijk, en meldde opnieuw in de problemen te zitten. Heerma reageerde onmiddellijk en zette zijn Inspectie volkshuisvesting op de zaak. Dat leidde tot een vernietigend rapport over de gang van zaken bij WBL, compleet met vermoedens van fraude door enkele bestuursleden en sterke aanwijzingen voor wanordelijk en tekortschietend bestuur.

Steun bleef uit

Concrete financiele steun bleef echter uit, en dus meldde WBL in zijn jaarrekening over 1994 een dreigend tekort van f. 175 miljoen.

Dat signaal leidde wel tot actie. De toezichthoudende gemeenten bijvoorbeeld trokken hard aan de bel bij rijk en politiek, een verontruste Tweede Kamer vroeg om opheldering, staatssecretaris Tommel begon een eigen onderzoek, accountantsbureaus werden ingeschakeld om de problemen in kaart te brengen, oud-voorman van de Nationale Woningraad drs. B.G.A. Kempen ging als crisismanager aan het werk met een reddingsplan, en uiteindelijk besloot een meerderheid in de Tweede Kamer, overigens zeer tegen de zin in van Tommel, zijn partij D66 en de partij van oud-bewindsman Heerma het CDA, tot een parlementair onderzoek naar de inmiddels tot een heuse affaire uitgegroeide WBL-problematiek.

Er werd een onderzoekscommissie in het leven geroepen, bestaande uit de Kamerleden Esseling (CDA), Versnel (D66), Van Heemst (PvdA) en voorzitter Hofstra (VVD). Na weken van uitgebreide literatuurstudie en na in beslotenheid gevoerde voorbereidende gesprekken met betrokkenen, zijn nu zestien personen opgeroepen te verschijnen voor de commissie.

Jacobs, voormalig adviseur van Het Zuiden, Van Montfoort, oud-voorzitter van de Raad van Commissarissen WBL, Schepers, oud-voorzitter Het Zuiden en WBL, tevens oud-wethouder Geleen, en Van Goethem, oud-voorzitter HBL, oud-bestuurslid WBL en burgemeester van Beek vormen het eerste viertal, waarmee in alle openheid zogeheten ‘eindgesprekken’ worden gevoerd.

Verantwoordelijkheid

Misschien ke deze vier en de andere twaalf gesprekken die de commissie gaat voeren enige duidelijkheid scheppen in de vraag wie nu eigenlijk verantwoordelijk is voor de financiele malaise bij WBL. Want tot nog toe wijst iedereen die bij WBL betrokken is een ander dan zichzelf aan als hoofdschuldige.

Zo houdt het ministerie van VROM vooral het bestuur van WBL, en dan met name de oud-bestuurders Schepers en Van Goethem verantwoordelijk voor de malaise. Hen wordt vooral een gebrek aan daadkracht verweten. Het voormalige bestuur wijst juist, evenals de toezichthoudende gemeenten, naar het ministerie van VROM, dat te lang alarm-signalen zou hebben genegeerd. En in de Tweede Kamer wordt gewezen op de discutabele rol van de sectorinstituten Waarborgfonds Sociale Woningbouw en Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting, die de huidige directeur Van Veldhoven te lang zouden hebben laten bungelen in zijn zoektocht naar financiele steun. En zo kan de lijst van beschuldigen over en weer nog wel even doorgaan.

Dat er koppen gaan rollen lijkt aannemelijk, zeker gezien het maatschappelijke kapitaal dat door deze affaire al verloren is gegaan en nog nodig is om WBL weer gezond te maken. Welke koppen dat zijn, zal medio mei blijken als de parlementaire onderzoekscommissie met haar eindrapport komt. Voor staatssecretaris Tommel is het te hopen dat zijn ministerie daarin wordt vrijgepleit. Want hoewel het een erfenis van zijn voorganger betreft, heeft Tommel WBL nadrukkelijk tot zijn probleem gemaakt door in de Tweede Kamer te stellen dat zijn ambtenaren geen enkele blaam treft. Mocht uit het onderzoek anders blijken, dan rest de bewindsman eigenlijk geen andere weg meer dan op te stappen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels