nieuws

Zeeland gaat adviseren tegen ontpoldering

bouwbreed

Afgevaardigden van gemeenten en waterschappen langs de Westerschelde en van de provincie Zeeland gaan minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) adviseren af te zien van ontpoldering in Zeeland.

Voor het onder water zetten van een aantal polders langs de Westerschelde ontbreekt het aan maatschappelijk en politiek-bestuurlijk draagvlak, aldus de tegenstanders vertegenwoordigd in het Bestuurlijk Overleg Westerschelde (BOW). Het dagelijks bestuur van het BOW heeft dinsdag tot het advies besloten.

Door de voorgenomen verdieping van de Westerschelde ten behoeve van de scheepvaart op Antwerpen, en eerdere ingrepen in de zeearm, verdwijnt de komende jaren naar verwachting 500 hectare natuurgebied.

Het plan was om dat verlies door verschillende maatregelen te compenseren, waaronder ontpoldering. Belgie stelt daarvoor – 44 miljoen beschikbaar. Zonder ontpoldering zal echter hoogstens 10 procent van het natuurverlies gecompenseerd ke worden.

De ontpolderingsplannen maakten in Zeeland een storm van protest en emoties los. “Daarachter zat een gevoel van angst voor verlies aan geborgenheid en veiligheid”, verklaarde voorzitter gedeputeerde J. van Zwieten van het BOW dinsdag.

“Emoties zijn in rationale argumenten te vertalen. Moet je wel overgaan tot een langere zeedijk terwijl bij het Deltaplan werd gesteld hoe korter hoe veiliger? En wat doe je bijvoorbeeld aan de zoute kwel die door ontpoldering verder landinwaarts komt?”, aldus Van Zwieten.

Opnieuw aan de orde

Minister Jorritsma neemt uiteindelijk, nadat het BOW-advies officieel aan haar is uitgebracht, het besluit over de wijze waarop de natuur langs de Westerschelde hersteld wordt.

De kans bestaat overigens dat ontpoldering langs de Westerschelde over enkele jaren opnieuw aan de orde komt. Rijkswaterstaat bestudeert al enkele jaren de voordelen die vergroting van het oppervlak van de Westerschelde door het onder water zetten van polders kan hebben. Aangenomen wordt dat door die vergroting de hoge waterstand in het oosten van de Westerschelde verlaagd wordt.

De vaargeul zou zich door de grotere hoeveelheid water die de zeearm tijdens eb en vloed in en uit gaat, bovendien op natuurlijke wijze op diepte houden. Nu moet de vaargeul steeds uitgebaggerd worden. De studie van Rijkswaterstaat vergt nog enkele jaren.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels