nieuws

Schilders evalueren resultaten van werkspreidingssysteem

bouwbreed

Vandaag gaan cao-partijen in het schilders-, afwerkings- en glaszetbedrijf de resultaten bespreken van het vorig jaar in gang gezette werkspreidingssysteem in deze bedrijfstak. Het Bedrijfschap Schildersbedrijf gaat op tien regionale bijeenkomsten de resultaten evalueren. Dan zal ook bekend worden gemaakt in hoeverre opdrachtgevers via besteksbepalingen het zo lang mogelijk doorwerken in de winterperiode uitsluiten.

Bij de cao-onderhandelingen in 1995 kwamen partijen een Raamwerk Werkspreiding Schilders overeen, dat er in voorzag dat werknemers tijdens het hoogseizoen vijf uren per week extra zouden ke werken om die op te sparen voor de winterperiode.

Die extra uren zouden in de winterperiode, lopend van week 45 tot en met week 12 in het volgende jaar, in vrije tijd ke worden vergoed, terwijl werkgevers nog eens een werkgelegenheidsgarantie zouden bieden ter grootte van 50% van die extra uren.

Vandaag buigen cao-partijen zich over de uitslag van een tweetal NIPO-enquetes. De eerste betreft een tevredenheidsonderzoek onder alle deelnemers aan RWS, zowel werkgevers als werknemers. Ervaringen die met het systeem zijn opgedaan, knelpunten die uitvoering ervan verhinderden of moeilijk realiseerbaar maakten, zijn opgetekend. Partijen zullen de uitslag van dit onderzoek gebruiken om dit spreidingssysteem op onderdelen te ke aanpassen.

Een tweede onderzoek – onder een a-select gekozen bestand – betreft de vraag hoe men, afgezien of men heeft meegedaan of niet, aankijkt tegen deze maatregel om continuiteit in de bedrijfstak te bevorderen.

Verkorte periode

Naar wij vernemen hebben in totaal 80 werkgevers met hun 800 werknemers gebruik gemaakt van het werkspreidingssysteem. Men werd geacht pas aan het systeem mee te doen als tenminste 35 uren zouden worden gespaard.

Achthonderd schilders op een bestand, dat in de zomerperiode kan oplopen tot 30.000 lijkt niet zo veel. Maar bedacht moet worden dat de regeling later gereed kwam dan week 12, waarna men aan die opbouw van extra uren had ke beginnen. Nog op 29 juni vorig jaar verzond de werkgeversorganisatie FOSAG een extra bijlage bij het verenigingsorgaan, waarin werd ingegaan op gewijzigde of nadere afspraken over het Raamwerk Werkspreiding Schilders.

Via het Sociaal Fonds voor het Schildersbedrijf werden nog weer twee weken later alle werkgevers en werknemers in de bedrijfstak op de nieuwste regeling geattendeerd.

Het bovenstaande in aanmerking nemende, lijkt een ‘Niet tevreden, wel gelukkig’ , zoals een vakbondsman opmerkte, een juiste reactie.

Besteksbepaling

Intussen probeert het Bedrijfschap Schildersbedrijf via een enquete onder werkgevers een inventarisatie te maken hoe vaak het voorkomt dat professionele opdrachtgevers via een bepaling in het bestek buitenschilderwerk verbieden tussen half oktober en half maart.

In de enquete wordt ook gevraagd of men de opdrachtgever heeft geprobeerd te overtuigen dat de noodzaak voor een dergelijke besteksbepaling ontbreekt. Pogingen om de continuiteit te bevorderen, onder andere door afgeschermd buitenwerk,worden door deze opzet om zeep gebracht.

Het is de bedoeling dat het Bedrijfschap in overleg met koepels van woningbouwcorporaties, maar ook met (rijks)overheden gewezen wordt op de overbodigheid van een dergelijke bepaling. Onder de overheidsdiensten die zullen worden benaderd bevindt zich ook de Rijksgebouwendienst, die altijd heeft beweerd dat dergelijke bepalingen niet in de bestekken zouden worden opgenomen.

De enquete, bedoeld om te inventariseren hoe groot dit euvel is, kan eventueel anoniem worden beantwoord. Maar ook wordt individuele ondersteuning bij het overtuigen van opdrachtgevers in het vooruitzicht gesteld, zo het betreffende schildersbedrijf dat wil.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels