nieuws

Aannemer verdient met voorkomen afval

bouwbreed

Aannemers in de gww-sector ke op basis van de bestaande kwaliteitsborging de bedrijfsinterne milieuzorg vorm geven. Nagenoeg elk bedrijf kan de hoeveelheid afval verminderen en bespaart daarmee maximaal zo’n f. 25.000 per jaar. Het rapport ‘Voorkomen is verdienen’ *) geeft aan op welke manieren dat alles kan gebeuren. Wet en regel inzake het milieu geven echter niet altijd duidelijk aan wat de aannemer op de locatie moet regelen waardoor meningsverschillen met de opdrachtgever ke ontstaan.

Aldus poleider management en milieubeleid drs. B. Elfrink van het bureau Geofox uit Oldenzaal dat het onderzoek voor ‘Voorkomen…’ uitvoerde. “Het rendement van milieumaatregelen in de gww is het grootst wanneer de opdrachtgevers er bij het opstellen van het ontwerp rekening mee houden”, stelt Elfrink. “Dat mag er evenwel niet toe leiden dat een aannemer van elke opdrachtgever andere milieu-eisen krijgt. De laatste draagt overigens niet als enige verantwoording voor het milieu. Ook de aannemer moet voor het milieu zorgen. Milieumatige aanvullingen op de huidige RAW-systematiek leveren in deze uniforme eisen op. Het duurt evenwel nog enkele jaren voordat de volgende gewijzigde versie wordt ingevoerd. De laatste wijziging bracht nogal wat onduidelijkheid teweeg in de bedrijfstak. Rijkwaterstaat bereidt een grotere uniformering van de regionale milieu-eisen voor en overweegt die via het C.R.O.W op een hoger plan te brengen. Aanpassing van selectie- en/of gunningscriteria kan veel juridische procedures in gang zetten. Het blijft moeilijk een eenduidig criterium te benoemen waaraan aannemers moeten voldoen. Opdrachtgevers en zeker de overheid mogen van de aannemers verwachten dat ze aan de regels inzake het milieu voldoen. Dat kan onder meer het invoeren van een milieuzorgsysteem inhouden.”

Meerwaarde

“De meeste aannemers in de bedrijfstak gww voeren tot op zekere hoogte al milieusparende maatregelen uit maar beschikken nog niet over een ‘echt’ milieuzorgsysteem”, weet Elfrink. “Over het geheel genomen zal niet elke ondernemer van harte meedoen maar zich niet aan de nieuwe gang van zaken onttrekken, temeer niet omdat opdrachtgevers steeds meer aandacht inruimen voor het milieu. Daarbij levert rekening houden met het milieu een zekere meerwaarde ten opzichte van de concurrentie op. Niet altijd zijn ingewikkelde en begrotelijke aanpassingen nodig. Een betere opslag voor brandstoffen of afval op de locatie dan wel op het eigen terrein veroorzaakt geen onoverkomelijke technische en financiele problemen. Wel ontbreekt het bedrijven vaak aan het bijbehorende organisatorische en juridische inzicht.”

“De onderzoekers rekenen aan de hand van voorbeeldpoen voor dat verbeteringen in de bedrijfsvoering de ondernemingen op langere termijn termijn gemiddeld maximaal f. 25.000 per jaar ke besparen”, zegt Elfrink. “Dat gebeurt bijvoorbeeld door tijdig de benodigde vergunningen aan te vragen wat voorkomt dat aannemers een po stil moeten leggen tot het moment dat de juiste papieren wel binnen zijn. De genoemde f. 25.000 is overigens een globaal bedrag dat het gemiddelde vormt van alle bestudeerde poen. Het ligt in de verwachting dat op de korte termijn geen spectaculaire besparingen te verwachten zijn. Dat wil zeker niet zeggen dat de winst uit milieumaatregelen uitermate bescheiden blijft. Te denken valt aan het doorsorteren van puin. Een schot in de vrachtwagenbak houdt de soorten uit elkaar zodat bedrijven het geheel in een rit gescheiden ke aanbieden aan de verwerker. Dat levert financiele voordelen op die nog toenemen omdat de behoefte aan eigen opslagterrein daardoor vermindert.”

Gebrek

“Niet alle milieusparende maatregelen zijn even gemakkelijk te realiseren”, meent Elfrink. “Zo kan het in bepaalde gevallen lonender zijn het onderhoud van materieel uit te besteden. In bedrijven waar het bedienend personeel zelf zorg draagt voor de machines ke werknemers die stap uitleggen als een gebrek aan vertrouwen. Minder problemen levert de keus op van een bedrijf dat voortaan in een centrale werkplaats bekistingen laat maken in plaats van op de bouwplaats en op die manier aanzienlijk bespaart op bijvoorbeeld materiaalkosten. Het uitvoerend bedrijf bepaalt slechts voor een deel de gang van zaken en moet daarbij rekening houden met de eisen van de opdrachtgever. Die verstrekt niet altijd eenduidige instructies. In het geval van overheidsinstanties voert de afdeling ‘uitgifte werken’ soms weinig overleg met de afdeling ‘milieu’. Aannemers die bijvoorbeeld voor gemeenten werken klagen vaak dat de milieudienst derden allerlei maatregelen oplegt die ineens niet meer van toepassing blijken te zijn wanneer de gemeente zelf laat bouwen.”

“Daar komt geleidelijk aan verandering in”, weet Elfrink. “Zo werkt de provincie Overijssel aan een beter onderling contact en bereidt Rijkswaterstaat reglementen voor die meer uniformiteit teweeg moeten brengen. De invoering van milieumaatregelen komt in grote lijnen overeen met de invoering van maatregelen die de arbo-zorg bevorderen. Te hoger het niveau waar besluiten worden genomen te meer vaart er achter het praktische beslag wordt gezet. De directie houdt eerder rekening met het milieu dan bijvoorbeeld de uitvoerder. Het personeel op de bouwplaats hecht doorgaans meer waarde aan een vlot verloop van een po. Nogal wat bedrijven wijzen voor de uitvoering van de milieutaken een coordinator aan. Vaak echter geen gespecialiseerde functionaris maar iemand die deze taken erbij doet. Veelal gaat het om werkvoorbereiders of calculators. Als gevolg daarvan geniet het milieu vooral in de wintermaanden veel aandacht. Te denken valt ook aan het inhuren van een milieudeskundige van een externe gespecialiseerde organisatie; iets wat nog niet veel gebeurt.”

Doorlichten

“In het verlengde van het po ging meer dan de helft van de deelnemers op zoek naar milieukundig personeel”, zegt Elfrink.” Dat houdt zich dan met meer bezig dan met de spreekwoordelijke vuilniszak. Een milieukundige kan ook aanbestedingen en poen doorlichten op milieu-aspecten en meer milieuverantwoorde alternatieven voorstellen. Niet in de laatste plaats kan zo’n functionaris erop toezien dat de onderaannemers de hand houden aan de milieumaatregelen die de hoofdaannemer verlangt. Het blijft altijd een vraag of dergelijke voorstellen ook bedrijfseconomisch verantwoord zijn. Het verplicht stellen van certificaten draagt niet bij aan een groter milieubesef. Veel meer moet het om overleg gaan. Bestekschrijvers moeten de aannemers aanmoedigen zelf suggesties voor een milieusparende aanpak te doen. Creatievere aanbestedingsnormen moeten ervoor zorgen dat aannemers en opdrachtgevers tot betere samenwerking komen, niet alleen inzake het milieu.”

*) ‘Voorkomen is verdienen’ maakt deel uit van een groter milieupo van de provincie Overijssel waarvoor de Novem subsidie verleende. Nadere inlichtingen over het eindrapport over het onderzoek inzake de gww-sector levert Geofox via telefoon 0541-512501 en fax 0541-522935.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels