nieuws

Wie verzint iets anders voor een gevangenis?

bouwbreed

De afgelopen vijftien jaar is het aantal cellen verdrievoudigd. Het volgende ‘1000 cellenplan’ staat alweer op stapel. Steeds meer van hetzelfde, steeds hetzelfde type gevangenis. En het is niet moeilijk te voorspellen dat het nooit genoeg zal zijn. Daarom vraagt Rijksbouwmeester Wytze Patijn om een denkpauze. Zijn er andere gebouwen te verzinnen? Moet de oplossing eigenlijk wel de vorm van een gebouw hebben?

Het bouwen van gevangenissen is een industrie op zich geworden. Sinds 1980 wordt de ene serie na de andere opgeleverd. Eerst had je de ‘Grote Vijf’ (Rotterdam, Hoorn, Sittard, Hoogeveen, Leeuwarden), toen een serie ‘JR 120’ en dit voorjaar komen de laatste van de 27 bouwwerken van de serie ‘CAP’96’ gereed: 30% sneller gebouwd en nog goedkoper. Daarmee is in noodtempo het aantal plaatsen verdrievoudigd in huizen van bewaring (waar je zit in afwachting van je vonnis), penitentiaire inrichtingen (waar je zit na je vonnis) en in TBS- en jeugdinrichtingen.

Gemakshalve noemen we het allemaal maar gevangenissen en cellen; daar zijn er nu dan bijna 14.000 van. Per duizend inwoners nog altijd minder dan in andere landen. En aangezien de roep om meer mensen langer op te sluiten niet verstomt, zal de industrie nog heel wat series cellen ke afleveren. Er wordt alweer gedacht aan een volgend ‘1000 cellen plan’.

Kosten

Elke nieuwe cel vereist een investering van minstens – 200.000 voor de soberste variant. De exploitatie kost per dag gemiddeld circa – 250.

Duur? Dat is betrekkelijk. Als je de bouwkosten niet per cel maar per vierkante meter uitdrukt kom je op – 2200; de kosten dus van een bescheiden standaardkantoor. Dat komt omdat cellen maar 15% uitmaken van een gevangeniscomplex. De rest is ruimte voor personeel, werken, studeren en ontspanning. En wat de dagelijkse kosten per cel betreft, die zijn geringer dan bijvoorbeeld per ‘bed’ in psychiatrische inrichtingen.

De bouwkosten konden de laatste jaren naar beneden geschroefd worden door min of meer identieke plannen “te stempelen” op de goedkoopste (dus verafgelegen) stukjes grond. Veel rek zit daar niet meer in. Hoogstens kun je de extra ruimtes beperken; dat scheelt ook in exploitatiekosten.

Privatisering

Allicht dat ondernemers brood zien in deze industrie. Dus is de eerste projectontwikkelaar al opgestaan (Penitentiary Lease and Construction) met het aanbod om alles (tot en met bewaarders, afkick-programma’s en tewerkstelling) beter en goedkoper te doen. Bij Justitie komen handelsreizigers in ‘bajesboten’ en ‘containercellen’ langs.

Uit de grote steden klinkt de roep om sobere ‘stadsgevangenissen’ waar je zonder veel poespas mensen (lees: junks) voor korte tijd kunt opsluiten. Of deze veel goedkoper en sneller te realiseren zijn, is twijfelachtig. Er is toch toezicht nodig, ruimte om te ‘luchten’, beveiliging enz.

Tijd voor bezinning, vindt Rijksbouwmeester Wytze Patijn, temeer omdat hij bij een excursie met Kamerleden merkte dat er weinig besef bestond van het complexe functioneren van een hedendaagse gevangenis. Dus belegde hij vorige week in de Tweede Kamer een klein symposium over gevangenisbouw en pleitte daar voor enig uitstel van weer een nieuwe serie. Laten we eerst nadenken of we met al dat geld niet iets beters ke doen dan hokjes bouwen waarin we mensen opsluiten, zoals we al twee eeuwen lang op dezelfde wijze doen, zonder meetbaar effect ten goede overigens.

In Pevners beroemde geschiedenisboek over gebouwtypes staat het hoofdstuk gevangenissen tussen andere ‘zorgcomplexen’ met veel kamertjes: ziekenhuizen en hotels. In deze geschiedenis neemt Nederland een humane positie in. Waar elders opsluiten een vorm van marteling was of een opmaat voor het uitvoeren van de eigenlijke lijfstraf, werden in Nederland gevangenen aan het werk gezet in de hoop op beterschap. In spinhuizen zaten vrouwen te spinnen, in rasphuizen raspten mannen houtsnippers voor de verfindustrie.

Opsluiten

Rond 1800 wordt in de hele westerse wereld het opsluiten doel op zich; in het isolement van de cel, weg van zijn slechte omgeving, werd de gevangene geacht door studie of werk tot zelfinkeer te komen. Van de twee toen ontwikkelde typen – het kruismodel en koepelmodel – zijn de huidige gevangenissen allemaal nog steeds afgeleiden. In deze modellen kan een bewaker vanuit een centraal punt alle cellen in de gaten houden.

Al omvatten de nieuwste gevangenissen zeer veel extra ruimtes voor werk, ontspanning en studie, de manier waarop de cellen zijn gerangschikt (in kruis- of koepeltype) drukt nog steeds het belangrijkste stempel op deze gebouwen. Dat toont aan hoe sterk in wezen het opsluiten nog steeds centraal staat. Nog steeds, tegen beter weten in (want bewezen is het nog nooit), denken wij dat opsluiting in een cel ‘werkt’, dat het op een of andere manier ergens goed voor is, is het niet als straf dan als therapie.

Alternatieven

Tijdens het symposium dat Rijksbouwmeester Wytze Patijn belegde met Tweede Kamerleden, Justitie en Rijksgebouwendienst kwam deze achtergrond aan de orde. Nieuwe ideeen waren er nog niet veel, de denkpauze moet tenslotte nog bevochten worden op de roep om meer cellen.

De ideeen die leven gaan in de richting van differentiatie naar zwaarte van delict of soort persoonlijkheid. Het is onevenredig duur dat nu iedere delinquent over dezelfde kam wordt geschoren. Anderzijds kan differentiatie weer leiden tot verstarring en gebrek aan flexibiliteit. Gespeeld wordt met de gedachte om gevangenissen weer midden in de stad te bouwen, zodat de gevangenis net als kerk en kroeg weer deel uitmaakt van het dagelijks leven. De plannen moeten dan wel veel compacter worden, want nu beslaat een gevangenis vele hectaren.

Toch cirkelen al deze ideeen nog steeds om het sleetse idee dat opsluiten ergens goed voor is. Dat dat in gebouwen moet. Dus zien die er nog steeds uit als koepels of kruizen.

Zouden er echt geen andere oplossingen zijn dan het bouwen van cellen? Misschien biedt voor een deel elektronica een oplossing (teledetentie) of een verandering van wetten, al is het nu nog onhaalbaar, de meest effectieve manier om het cellentekort op te heffen is eenvoudigweg het legaliseren van soft drugs. Andere maatregelen zoals een straatverbod zijn wellicht beter maatwerk dan opsluiting. Zo’n alternatieve manier van denken is ook het uitdelen van straffen in de vorm van uren maatschappelijke dienstverlening in plaats van dagen cel.

Wie verzint nieuwe middelen voor wraak, straf, uitsluiting en opvoeding? Gaan we uit van het bouw- en exploitatiebudget van cellen dan is er een paar honderd gulden per dag per persoon beschikbaar voor die nieuwe ideeen.

Vormgeving

De roep om cellen en de weigering tot nu toe om systematisch over alternatieven te denken gaat gelijk op met de neiging gevangenissen steeds verder weg, uit het zicht, te bouwen. Dit kan er op duiden dat het eigenlijke, verzwegen doel niet is het opsluiten (het straffen of door isolement ‘genezen’) maar het verbergen. We willen het kwaad niet onder ogen zien, niet zien als deel van ons eigen leven – liever wensen we de schone schijn van normaliteit. De bouw vaart wel bij dit verdringingsmechanisme, maar een oplossing is het niet.

Het probleem is simpel. Wie cellen wil krijgt dure gebouwen met koepels of kruizen. Wie een andere oplossing wil, moet die eerst zelf bedenken alvorens architecten te vragen daar vorm aan te geven.

Een recente koepel: de gevangenis in Lelystad.

Model van de nieuwe dubbele kruisgevangenis in Dordrecht.

Al twee eeuwen lang bouwen we dure koepels en kruizen: het effectiefste gebouwtype om vanuit een punt zoveel mogelijk gevangenen in de gaten te houden. Maar is het ook de meest effectieve vorm van straf of therapie?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels