nieuws

Weinig nieuwe woningen, maar veel renovatie in Hongarije

bouwbreed

Na enkele zeer moeilijke jaren gaf de Hongaarse economie in 1994 weer enig herstel te zien, dat zich in de komende jaren kan voortzetten. Het proces van economische omschakeling gaat in 1995 zijn tweede fase in. De export en de investeringen in de industrie worden gestimuleerd met buitenlandse co-financiering. De overheidsuitgaven worden drastisch verminderd, ten koste van sociale voorzieningen en de woningbouw. De effecten van dat beleid zijn zichtbaar in de ontwikkelingen van de onderscheiden sectoren van de bouw.

Sedert 1987 is het de Hongaarse economie bepaald niet voor de wind gegaan. Het bruto binnenlands produkt daalde van 1990 tot en met 1993, dat is dus in vier jaar tijd, met niet minder dan ongeveer 20%. Doordat in 1994, als gevolg van de economische opleving in West-Europa, de export aantrok, steeg vooral de industriele produktie en gaf het bbp weer een stijging met bijna 3% te zien. Dat betekent nog niet dat alles nu ten goede is gekeerd; de inflatie is nog steeds aanzienlijk, de consumptie is groter dan de produktie en de handelsbalans is sterk negatief. Het financieringstekort van de overheid bedroeg in 1994 9% en de reeds hoge buitenlandse schulden zijn verder toegenomen.

Stabilisatie

De ontwikkelingen noodzaakten tot ingrijpen en in maart van het afgelopen jaar werd een programma tot stabilisatie opgesteld. Met dit programma begint wat de overheid beschouwt als de tweede fase van het economisch aanpassingsproces. De doelstellingen zijn stimulering van de groei door meer export – onder meer door de verbetering van de infra-structuur – bevordering van de particuliere investeringen, voortgaande privatisering en terugdringen van de overheidsuitgaven. Een belangrijk element in het programma is de modernisering van het produktie-apparaat.

In 1995 waren de effecten van dit beleid nog nauwelijks merkbaar. Weliswaar zijn de uitvoer en de industriele produktie gestegen, maar de groei van het bbp was weinig meer dan 1%, de werkloosheid is nog steeds groot, de inflatie is weer toegenomen en de reele gezinsinkomens zijn sterk gedaald. Het verdere verloop hangt nauw samen met de conjunctuur in de West-Europese afzetlanden, maar de verwachtingen voor het lopende en komende jaar zijn met een groei van 1 a 2 nog niet hoog gespannen. De uitbreiding en modernisering van het produktieapparaat wordt gerealiseerd door particuliere investeringen, waarvan een groot gedeelte wordt gefinancierd met buitenlands kapitaal. Van de landen van Centraal Europa heeft Hongarije het grootste aandeel in de instroom van buitenlands kapitaal. De helft van het buitenlandse kapitaal is geinvesteerd in de machine-industrie en telecommunicatie; het aandeel van buitenlandse ondernemingen en joint-ventures in de totale industriele produktie bedraagt nu reeds ongeveer een derde, terwijl deze bedrijven ongeveer de helft van de export van industrieprodukten voor hun rekening nemen. De beschikbaarheid van geschoold personeel en de lage lonen trekken nieuwe buitenlandse investeringen aan in de high tech-industrie, de automobiel- chemische en farmaceutische industrie. Als gevolg van deze expansie van particuliere bedrijven wordt de economie steeds minder afhankelijk van het overheidsbeleid. Wel blijft steun nodig – vooral in de vorm van belastingfaciliteiten – voor de stimulering van de export, de dienstensector, toerisme en logistiek.

Pas op de plaats

Bij het stringente uitgavenbeleid van de overheid betreffen de bestedingen vooral uitgaven ten behoeve van de economische groei en veel minder voor sociale voorzieningen. Hoezeer het de Hongaren ernst is bij hun streven uit het economische dal te klimmen, blijkt wel daaruit dat gedurende de gehele tweede fase de overheidsuitgaven voor sociale zekerheid, onderwijs en gezondheidszorg niet worden verhoogd. Ook de uitgaven voor de deplorabele volkshuisvesting zijn voorlopig drastisch verminderd.

Woningbouw gering

Uitvoerige informatie over de bouwactiviteit kan worden ontleend aan gegevens van het Hongaarse instituut Baudata. Daaruit blijkt dat de woningproduktie sedert het eind van de jaren tachtig met ongeveer 60% is gedaald. Jaarlijks worden weinig meer dan 20.000 woningen voltooid. Een groot gedeelte van de produktie wordt gerealiseerd in doe-het-zelf activiteiten en de gemiddelde bouwtijd is meer dan drie jaar. Er kan nauwelijks sprake zijn van sociale woningbouw; de staat verleent een bijdrage, die verlaagd is van 18 naar 11%, terwijl de mogelijkheid tot lenen werd teruggebracht van 31% naar 14%. Dit betekent dat de bouw van een eigen woning een eigen bijdrage vergt van 75% van de stichtingskosten en dat is voor vele potentiele kopers te veel. De grote woningbehoefte heeft geleid tot aanpassingen van woningen door plaatsing van een extra verdieping en verbouwingen, waardoor naar schatting jaarlijks 6.000 tot 8.000 appartementen aan de voorraad toegevoegd worden.

De groei van de woningbouw is met ongeveer 2% in het lopende jaar nog gering; dat percentage kan in 1997 enigszins stijgen, maar ook dan is de produktie nog ver beneden de behoefte.

Renovatie omvangrijk

Totaal anders is het beeld bij de woningrenovatie, waarvan de omvang in 1994 en 1995 is verdubbeld. Een grote markt biedt de renovatie van 50 tot 100 jaar oude blokken van woningen in de steden. Het gaat hier om ongeveer een half miljoen eenheden, die tot voor kort staatseigendom waren, maar tegen aantrekkelijke prijzen aan de bewoners zijn verkocht. De kosten van de noodzakelijke renovatie gaat de financiele draagkracht van de meeste bewoners echter te boven. Daarnaast tellen kleinere gemeenten ongeveer 600.000 geprefabriceerde woningen, die noodzakelijk verbetering behoeven. Met name de installaties worden verbeterd, terwijl zij waar mogelijk met een etage worden verhoogd. Voorts dwingen de gestegen energiekosten tot verbetering van de isolatie van deze woningen. Subsidies van de overheid zullen hier onvermijdelijk zijn; mede daardoor lijkt het onwaarschijnlijk dat deze werkzaamheden voor 1997 zullen beginnen. Al met al verwacht men dat de totale woningrenovatie, na de grote groei in de achter ons liggende jaren, met jaarlijks 10% zal blijven stijgen.

De produktie in deze sector is, met enige fluctuaties, sedert 1989 met 20% gestegen en de groei van de industriele investeringen leidt tot een toenemende behoefte aan bedrijfsgebouwen. Meer dan 200 poen voor de industrie zijn in uitvoering. Daarnaast worden in en om Buda-Pest 10 grote winkelcentra gebouwd, gepaard gaande aan de bouw van kantoren en parkeergarages. Verwacht wordt dat deze poen de komende jaren zullen bijdragen tot de verdere groei van de particuliere utiliteitsbouw. Voor het lopende jaar wordt een verdere stijging met rond 15% voorzien, de komende jaren gaat de stijging in een wat bescheidener tempo door.

Geen herstel

De utiliteitsbouw in opdracht van overheden is in het begin van de jaren negentig reeds met ongeveer 20% verminderd. Gezien het hiervoor geschetste budgettaire beleid zal het niemand verbazen dat 1994 en 1995 een verdere substantiele daling te zien geven tot ongeveer de helft van het niveau in 1993. Hoe de verdere ontwikkelingen zullen zijn, is nog niet duidelijk, maar voor de komende paar jaren wordt zeker geen herstel verwacht.

De produktie van civiele werken is sedert het eind van de jaren tachtig wat afgebrokkeld, maar deze sector heeft zich in 1994 meer dan hersteld, terwijl voor de komende jaren een verdere groei van de produktie wordt verwacht. Verbetering van de infra-structuur met het doel Hongarije tot de poort naar Oost-Europa te maken, is een belangrijk onderdeel van het economisch beleid. Met buitenlandse co-financiering, onder meer door de Europese Ontwikkelingsbank, worden nieuwe wegen en distributiecentra gebouwd, waarbij gestreefd wordt naar aansluiting bij het wegennet van omringende landen. Daarnaast zijn plannen in voorbereiding of in uitvoering ter verbetering van de spoorwegen, terwijl ook het gebruik van waterwegen wordt bestudeerd.

Lagere publiekrechtelijke lichamen investeerden reeds in de drinkwater- en gasvoorziening, de telecommunicatie en afvalverwerking. Vier grote projecten, gefinancierd door de Wereldbank, zijn in voorbereiding. Daarnaast zijn er plannen voor de uitvoering van werken ten behoeve van het milieu, in co-financiering van gemeenten met de Europese Ontwikkelingsbank en Franse, Duitse, Britse en Japanse financiers.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels