nieuws

Novem zoekt naar ‘recht op zonlicht’

bouwbreed

Wie een of andere vorm van zonne-energie wil toepassen, stuit op een probleem: juridisch is er niets geregeld om de eigenaar van de installatie te garanderen dat hij ook op de langere termijn profijt blijft houden van zijn investering. De bestaande regelgeving moet daarom eens tegen het licht worden gehouden om ze zo te interpreteren of aan te scherpen dat ze in het voordeel van zonne-energie werken. Dat concludeert de Nederlandse Onderneming voor Energie en Milieu (Novem) op grond van een onderzoek naar de juridische status van zonne-energiesystemen.

Wie een zonneboiler of zonnecellen op zijn dak laat plaatsen, kan voor vervelende verrassingen komen te staan. Want wat te doen als de buurman een dakkapel bouwt of bomen plant die zo hoog worden dat zij een groot deel van de dag een schaduw werpen op de zonne-installatie? Kun je ergens aankloppen als nieuw te bouwen flats ervoor zorgen dat je installatie waardeloos wordt?

Het antwoord is simpel: er is in Nederland niets geregeld. Overleg met de buurman heeft een grotere kans van slagen dan het nemen van juridische stappen. Het antwoord op de vraag ‘Heb ik wel recht op zonlicht?’ is nog steeds ontkennend.

En dat terwijl volgens Novem op technisch gebied grote vorderingen worden gemaakt: de zonneboiler is over enkele jaren een produkt dat ook zonder overheidssubsidie een concurrerend produkt is en fotovoltaische systemen ontwikkelen zich onverwacht snel met de toepassing in grotere woningbouwpoen.

Maar de logische volgende stap, de bescherming van het recht op zonlicht, is nog niet gezet.

Niet bekend

Gemeenten

In het rapport, dat is opgesteld door DHV Milieu en Infrastructuur, wordt de huidige situatie vergeleken met die van 1986. Daaruit blijkt dat door het schrappen van gemeentelijke bouwvergunningen de bescherming van de zonne-energiegebruiker er zelfs op achteruit is gegaan.

Novem wil geen nieuwe regelgeving om het gebruik van zonne-energie te bevorderen, want ‘regels hebben we al genoeg’. Veel meer heil verwacht ing. A.F.J. van de Water van Novem van een andere of bredere interpretatie van de bestaande regelgeving.

De conclusies uit het DHV-rapport zijn dan ook aan tien gemeenten gestuurd die het gebruik van zonne-energie tot speerpunt in hun beleid hebben verheven en in de praktijk ke experimenteren met een voor zonne-energie voordelige interpretatie van de regels.

Want Van de Water is ervan overtuigd dat de gemeente het centrale punt waar de problemen bij de toepassing van zonne-energie moeten worden opgelost. Zo ke in bestemmingsplannen randvoorwaarden worden geschapen voor toepassing van – vooral passieve – zonne-energie, zoals de orientatie en de hoogte van de bebouwing. De gemeente zou verder afspraken ke maken voor de hoogte van de gemeentelijke groenvoorzieningen. Ook kan een gemeente in gronduitgifte- en projectovereenkomsten voorwaarden opnemen om het recht op zonlicht te beschermen.

Om te voorkomen dat een welstandscommissie nog roet in het eten kan gooien, wordt in het rapport verder aanbevolen om te komen tot objectieve normen voor het plaatsen van zonneboilers en -panelen.

Voor particulieren lijkt de enige mogelijkheid voorlopig echter het maken van onderlinge afspraken, omdat de bestaande instrumenten onvoldoende bescherming bieden. Wat dat betreft komt de gebruiker van windenergie er nog net iets beter af met de oude, maar minimale regelgeving die molenaars recht op wind biedt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels