nieuws

‘Had ik maar een postzegelverzameling!’ –

bouwbreed

Kor Buist: schilder, ondernemer, kroegbaas en boer. Een prima combinatie, want het voorkomt dat hij doelloos moet joggen om in conditie te blijven. Hij komt tijd tekort, want zijn rijpaarden en rijtuigen worden bijna nooit gebruikt. En hij staat ook niet meer achter de tap van de ‘herensocieteit’ in de kelder van zijn bedrijf. Een portret van de directeur van een schildersbedrijf in het Groningse Glimmen die als dagelijks-bestuurslid van de werkgeversorganisatie Fosag en voorzitter van de erkenningsregeling voor schildersbedrijven graag als ambassadeur voor de branche optreedt. Een geboren ondernemer, die van zichzelf zegt dat hij met grote stappen ergens doorheen banjert en daardoor wel eens wat schade aanricht.

De dag begint ’s morgens om kwart over zes in overall om samen met zijn vrouw het vee en de stallen te verzorgen. Dan volgt het ontbijt, waarna hij om half negen op kantoor is. In het voorjaar wordt het nette pak overdag nog vaak verwisseld voor de overall. Als een van de koeien moet kalven. “Dat kun je niet in ISO-procedures regelen. Ik zit ook wel eens ’s nachts achter een koe te kijken. En als het niet wil vlotten, ga ik op een stropak zitten, neem een berenburgje en zeg tegen mijn vrouw: hadden we het maar bij die postzegelverzameling gehouden!

Maar nee, dit is veel mooier. Als er dan weer een gezond kalf ligt, dat is prachtig. Bovendien blijf je er fit bij. Boer zijn is een vrij noeste arbeid. Ik heb zoveel lichaamsbeweging dat ik niet doelloos om een bos hoef te rennen. Het boerenleven is heerlijk. Je kunt er je energie in kwijt, je kunt er rust in vinden. Je moet er alleen financieel niet van afhankelijk zijn.”

Hereboer

Buist (53) is hereboer sinds het begin van de jaren tachtig. Toen kocht hij in Noordlaren een afgebrande boerderij van 200 vierkante meter. Hij maakte vervolgens een bouwplan voor een nieuwe boerderij van 800 vierkante meter, compleet met binnenplaats en poort. De locatie was echter bestemd voor agrarische doeleinden. “Ik had wel enkele paarden, maar dat vond de gemeente niet voldoende. Er moest sprake zijn van enige bedrijfsmatigheid. Dus kocht ik twee koeien en werd ik boer.”

Enkele jaren daarna kocht hij van Natuurmonumenten ook nog een boerderij in Eelde, zodat hij nu in totaal 200 zoogkoeien bezit en 250 hectare land beheert. “Geen melkkoeien, want daar is niets meer aan. Die lopen in een robotstal en worden niet eens meer door een menselijke hand aangeraakt. Daarom hebben we zoogkoeien van het ras Limousin en diverse stieren voor de natuurlijke dekking. Soms werken we wel met een spermabank of – iets wilder – embryotransplantatie, maar in principe gaat 90 procent langs de natuurlijke weg.”

Witte Mercedes

Dat Buist schilder is geworden, is voor een deel het gevolg van zijn lijdzame opvoeding. “Eigenlijk had ik rechten willen studeren, maar op de lagere school zei de hoofdonderwijzer dat ik mooi kon tekenen en schilder moest worden. De melkboer vond dat ook en dus ging ik naar de ambachtsschool, de oude ambachtsschool waar je ook schilderde aan kruiwagentjes en aardappelschilbakjes. En vervolgens heel trouw: leerling, gezel, patroon.” Op zijn negentiende ging hij in dienst en werd rij-instructeur bij de artillerie in Ossendrecht. “De grote wereld in, daar ben ik gevormd. Jammer dat veel ondernemers dat niet hebben gekend. In dienst kon je de krachtenvelden meten, zien wat je met mensen kunt doen: door de blubber ploeteren, uren stilstaan enzovoort.”

In 1965 begon Buist voor zichzelf, met een man personeel. “Toen was mijn grootste wens een witte Mercedes van 47.000 gulden. Een gigantisch bedrag. Het hele dorp sprak er schande van, maar binnen een jaar reed ik in mijn witte Mercedes. Dat gevoel is inmiddels wel weggeebd. Ik ben via een Audi afgezakt naar een middenklasser. En nu rijd ik in een tweezittertje.”

Het bedrijf is inmiddels uitgegroeid tot een ISO-gecertificeerde onderneming met zeventig medewerkers in twee vestigingen en Kornelis Buist als algemeen directeur. “Kornelis. Met een K. Maar het bedrijf heet Cor Buist BV. Met een C, om de verwarring wat groter te maken. Maar vanuit reclame-oogpunt is het veel mooier om voor de ronde letters O, R, B, U en S een C te zetten. Met een K loopt het niet mooi.”

Behalve ondernemer en boer is Buist ook nog horecaman. “Toen we in 1980 een nieuw bedrijfspand bouwden met een kantine in de kelder, werkten we volgens de MANS-filosofie (Management en Arbeid Nieuwe Stijl, red.). En daarbij hoort dat het personeel eens in de week bij elkaar komt voor een bespreking. De kantine is toen wat uit de hand gelopen: biertap, toiletten, biljart enz. Later hebben we er ten behoeve van de herensocieteit ‘In ’t Schilderhuys’ nog een keuken en een aparte ingang aan toegevoegd. Om het helemaal compleet te maken en niet afhankelijk te zijn van anderen, heb ik mijn horecadiploma gehaald. Een winter heb ik zelf achter de bar gestaan. Nu niet meer, want horeca is slopend.”

Wellevendheid

Vaak wordt het einde van de werkweek voor Buist bepaald door de activiteit waaraan hij de grootste hekel heeft: het bezoeken van recepties. “Ik ben geen receptiemens. Vaak moet ik me wel laten zien als iemand zijn loopbaan meent te moeten beeindigen met een receptie op vrijdagavond. Ik pep mezelf dan op met een glaasje bier, een glaasje berenburg. De meeste mensen komen echter niet voor de jubilaris, maar om zakelijk gezien te worden. De meeste receptiegangers zie je nooit meer terug als je uit functie bent. Daarom ga ik liever persoonlijk bij de betreffende persoon op de koffie. Ik bel dan ook wel eens naar de telefoniste met de vraag of ze de heer Buist even willen omroepen. Dan klinkt het door de receptieruimte: ‘Telefoon voor de heer Buist, telefoon voor de heer Buist. Receptie.’ Prima! Ik ben er helemaal niet, maar achteraf hoor ik: ‘Je was toch ook op die receptie?’ En daar houd ik het dan maar bij.”

“Maar ik denk dat ik wel weet hoe het hoort op het gebied van de wellevendheid. Want wat is de kwaliteit van een onderneming? Die bestaat niet alleen uit het leveren van een kwalitatief hoogstaand produkt. De kwaliteit van een onderneming bestaat ook uit wellevendheid. Even tijd uittrekken voor een zieke werknemer bijvoorbeeld. Dat wordt gewaardeerd, maar het wordt vandaag de dag vergeten. Ook bij ons. We zitten vol. Ik wijs mijn mede-directeuren er voortdurend op: heren, beleefd blijven. Dollartekens in de ogen, men rent achter het geld aan. Meer, meer, meer. Allemaal in ISO 9002 procedures vastgelegd, maar er is geen ruimte meer voor vriendelijkheid, een bloemetje, een telefoontje. Zelfs de bezoekregeling voor zieke werknemers is in procedures geregeld. Dat is het maatschappijbeeld, daar kun je niet van afwijken. Ik kan alleen maar aangeven dat we niet moeten doordraven.”

Bedrijfschap

Buist is lid van het dagelijks bestuur van de werkgeversorganisatie Fosag. Als zodanig is er een onderwerp waar hij zich vooral druk om maakt: de veelheid van instituten en regelingen. Vooral het Bedrijfschap Schildersbedrijf moet het in dat verband ontgelden. “Vanuit de historie blijven we maar doormodderen met bestaande instituten. Dat kost zoveel geld dat schilderwerk, zeker voor particulieren, bijna onbetaalbaar is geworden. Ik zet bijvoorbeeld grote vraagtekens bij de technische advisering van het bedrijfschap. Die bestaat alleen maar bij de gratie van het feit dat slechts een klein percentage er gebruik van maakt. Anders zou het schap het niet eens aanke. Ik verdiep me de laatste tijd in de vraag wie er van die gratis diensten gebruik maakt. En er lijkt geen tussenweg: of zeer frequent of helemaal nooit. En die laatste groep is veruit in de meerderheid. Die gebruikt het bedrijfschap alleen voor de winterschilderregeling. Maar voor het invullen van formuliertjes, kun je even goed een organisatiebureau inhuren. Daar hoef je niet een heel schap voor op te tuigen.

Want de hele bedrijfstak moet het wel opbrengen. En hoe je het ook wendt of keert, dat komt bovenop de prijs van het produkt. Als de bedrijfstak advisering nodig heeft, dient zij daarvoor te betalen. Zo simpel is dat. Het is toch van de gekke dat je als ondernemer heel hard roept dat je hulp nodig hebt maar dat het niets mag kosten. Dan ben je toch geen ondernemer!

Het is ook de vraag of het schap voortdurend moet optreden als een spreekbuis tussen overheid en bedrijfsleven. De bedrijfstak is ook al door twee andere instituten in Den Haag vertegenwoordigd: de SVS en de Fosag.

Het schap hoeft van mij niet weg, maar ik wil er wel heel kritisch naar kijken. Praten doen we al jaren, dit jaar wil ik komen tot daden en duidelijk vaststellen wat we willen. Dat begint bij de vraag wat een schildersbedrijf anno 1996 nodig heeft aan advisering, wat dat kost en hoeveel de bedrijfstak ervoor over heeft.

Ik vraag me overigens af of je bedrijven in leven moet houden door het voortdurende oppeppen en bijsturen door een bedrijfschap of werkgeversorganisatie. Want er zijn ook bedrijven die volledig gratis aanleunen tegen de Fosag. Als ze ergens een kamertje hebben behangen en de rekening niet wordt betaald, leggen ze het probleem bij de Fosag neer. Vervolgens gaat een jurist met een salaris van een ton aan het werk en krijgt een bijstandsmoeder aan de telefoon die een betalingsregeling wil. Daarna belt een sociaal werker om te vragen of het hele bedrag niet kan worden kwijtgescholden. Volslagen uit de tijd! Dat kan gewoon niet meer!”

Hartstikke klein

“Men verwijt mij wel eens dat ik niet naar de kleine collega kijk als ik zo redeneer. Belachelijk! Ik ben zelf klein, hartstikke klein! Ik heb zelf jaren met de kwast in mijn handen gestaan. Ik had geen vader die schilder was. Ik heb niet een paar ton meegekregen. Ik heb – 10.000 geleend van de bank, ladders en een tweedehands auto gekocht. Dat is het hele verhaal. Ze moeten me niet aan de kop zeuren dat ik makkelijk praten heb. Als het ondernemerschap je niet in het bloed zit, moet je er niet aan beginnen. Als ik niet kan zingen, word ik toch ook geen lid van een zangkoor?”

Hoe het verder zou moeten met het bedrijfschap staat Buist nog niet helemaal helder voor ogen. “Ik kan me voorstellen dat het bedrijfschap, Fosag, SVS en het Sociaal Fonds in elkaar worden geschoven tot een schilderscentrum. Misschien kan het bedrijfschap ook wel opgaan in een groot schap voor de hele bouw. Want ze zitten ook bij andere disciplines in hun maag met een schap.”

Ook het opleidingensysteem moet in de ogen van Buist op de helling. “Bij SVS werken ruim honderd mensen voor hetzelfde clubje schilders. Ik denk dat je je wezenloos zou schrikken als je zou uitrekenen wat dat per leerling kost. Misschien moeten we wel terug naar praktijkopleidingen. Overal worden tegenwoordig maar cursussen voor gehouden, tot en met een cursus ‘neus snuiten’. Maar het werkelijke ondernemen, het simpele schildersvak moet je op het werk leren. Misschien moeten we wel 100 of 150 opleidingsbedrijven aanwijzen en daar meer geld naartoe sluizen.”

Geen kapsones

Als Buist zich over een paar jaar terugtrekt uit zijn bedrijf wil hij in principe ook zijn bestuurlijke functies neerleggen, “of men moet vinden dat ik een goede ambassadeur ben voor de bedrijfstak; dan blijf ik beschikbaar”. De boerderij zal dan ongetwijfeld een nog veel belangrijker rol in zijn leven gaan spelen, vooral ook voor het uitoefenen van hobby’s waaraan hij nu niet toekomt. “We verdienen een beste boterham, maar we moeten opletten dat we de tijd houden om het op te eten. We hebben alles. Een kast vol geweren, maar we schieten niet meer. Vier prachtige rijpaarden, maar we rijden bijna nooit. Vier soorten rijtuigen, maar ik gebruik ze hooguit twee keer per jaar. Veel te weinig. Je moet ze eigenlijk wekelijks aanspannen, naar het dorp rijden en boodschappen doen. En het liefst met een vriendje als koetsier. Heerlijk! Bij Albert Heijn vlak voor de deur gaan staan, uitstappen en al die mensen laten kijken: wat gebeurt hier? En dan roepen: ‘James, rij met een kwartier maar weer voor!’ Dat zijn geen kapsones, dat is luxe, dat is gewoon mooi.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels