nieuws

Bouwen in Duitsland; afrekenen met de deurwaarder?

bouwbreed

De Duitse televisiereclame wekt met veelvuldige oproepen om een verzekering voor rechtsbijstand af te sluiten vaak de indruk dat de rechtszaal de belangrijkste ruimte van de Bondsrepubliek is. Voeg daarbij de stelling van bijvoorbeeld Nederlandse ondernemers dat de Duitse wederpartij soms wel erg snel juridische stappen zet, en het schrikbeeld van Amerikaanse toestanden is nagenoeg compleet.

Het lijkt dan niet overdreven te menen dat de Nederlandse aannemer die op de Duitse markt aan de slag wil zich met die beslissing volledig aan het noodlot overgeeft. Niet de bank wenkt dan aan het eind van een project met een overschrijving maar de deurwaarder met een dwangbevel.

“Aan een rechtsbijstandverzekering zijn voorwaarden verbonden”, relativeert jurist U. Croonenbrock van het advocatenbureau Strick en Partner uit het Duitse Kleef*), “die precies beschrijven in welke gevallen wel en welke gevallen niet onder de regeling vallen. Betreft het onroerende zaken dan vallen die buiten het kader van de verzekering. Over het geheel genomen blijft de werking beperkt tot koopovereenkomsten en verkeerskwesties. Wie de reclame voor deze verzekeringen ziet krijgt al snel het gevoel dat alle wegen naar de rechtbank tegen betaling van pakweg f. 100 premie per jaar nu open liggen waarvan de verzekering alle kosten betaalt.

Dekking

Voor alle duidelijkheid: het gaat hier om rechtsbijstandsverzekeringen voor particulieren. Die voor bedrijven vergt een beduidend hogere premie. In beide gevallen blijft de dekking beperkt tot het gebied binnen de landsgrenzen. Er is dus geen sprake van grensoverschrijdende dekking.”

“Louter formeel gezien kan de opdrachtgever 5 procent van de bouwsom tot het einde van de garantieperiode inhouden”, legt Croonenbrock uit. “Daarmee houdt hij welbeschouwd een financieel dwangmiddel in handen om de opdrachtnemer ertoe te bewegen binnen afzienbare tijd eventuele mankementen te verhelpen. In de praktijk is die inhouding echter aan regels gebonden zodat inhouding zonder meer niet rechtsgeldig is. De meeste contracten schrijven voor dat de opdrachtgever 90 procent van het overeengekomen bedrag betaalt en de rest tot een later moment achterhoudt. De Verdingungsordnung fur Bauleistungen (VOB) meldt daarover onder het punt ‘Sicherheitsleistung’ dat die 10 procent alleen mag worden ingehouden tot de som van de zekerheid is voldaan. Dat kan al na betaling van de derde tussenfactuur zijn gebeurd waarna elke volgende factuur volledig moet worden betaald. In de praktijk gebeurt dat echter nauwelijks.”

“In het verlengde daarvan komen ook de regels voor de wijze waarop met het ingehouden bedrag moet worden omgegaan niet altijd in praktijk”, vult Croonenbrock aan. “Op grond van de VOB-regels moet de opdrachtgever het restbedrag op een derde rekening storten. Gaat de opdrachtgever failliet dan heeft de opdrachtnemer de zekerheid dat hij het hele bedrag toch kan . De desbetreffende bank dient de opdrachtnemer op de hoogte te stellen van de overboeking. Veel meer komt het echter voor dat voor de borg van bijvoorbeeld de ingehouden bedragen een bankgarantie wordt afgegeven. Maar ook hier vindt uitbetaling alleen dan plaats wanneer de opdrachtnemer aan zijn verplichtingen heeft voldaan.”

“Het staat de opdrachtgever vrij korting te bedingen op eventuele tekortkomingen waarop de opdrachtnemer wel of niet kan ingaan”, stelt Croonenbrock. “Een minnelijke schikking valt doorgaans in ieders voordeel uit. Temeer omdat een deskundige die in het geval van onoverkomelijke meningsverschillen een uitspraak moet doen zijn werk ook niet gratis uitvoert. In bepaalde gevallen blijft er ook niets anders over dan een vergelijk. Een sprekend voorbeeld biedt de gang van zaken omtrent een openbaar gebouw in Noordrijn-Westfalen. Daar trad per verdieping een ander bedrijf op. De onderneming waar het hier om gaat maakte bij het plaatsen van de schaalelementen een dusdanige fout dat de raamopeningen niet op een lijn zaten. Herstel bleek niet mogelijk, temeer niet omdat de bovenliggende verdiepingen ook al gereed waren. In zo’n kwestie leidt alleen een schikking tot een oplossing. De advocaat die deze taak op zich neemt moet dan wel over voldoende en geloofwaardige informatie beschikken om zo’n procedure met succes te ke afronden. Vaak hoor je echter niet meer dan het standpunt van de client en komt pas tijdens de zitting het standpunt van de wederpartij aan de orde. Een visie die niet zelden een heel ander licht op de zaak werpt.”

Clausules

“De VOB geldt alleen dan wanneer beide partijen daarmee instemmen”, legt Croonenbrock uit. “De inhoud van bouwcontracten valt of staat op diens beurt met de jurisprudentie over de clausules. Met dat in gedachten kan een ondernemer zonder bezwaar een contract ondertekenen waarvan hij weet dat enkele clausules niet rechtsgeldig zijn. Het gaat dan om een overeenkomst die de indruk wekt dat deze niet uitsluitend voor het onderhavige po is bedoeld. Een contract krijgt een algemeen karakter wanneer het uit een afgedrukt computerbestand bestaat of wanneer de ondernemer met een kruisje moet aangeven welke bepaling in zijn geval van toepassing is. Geldt een contract voor minstens twee poen dan is er sprake van algemene voorwaarden. In dat geval geeft het ‘Gesetz zur Regelung des Rechts der Allgemeinen Geschaftsbedingungen’ uitsluitsel over niet-rechtsgeldige clausules. Nu bestaat de VOB ook uit voorwaarden en van toepassing verklaarde punten daaruit ke aan de desbetreffende wet worden getoetst. Wordt de VOB echter als geheel toegepast dan gebeurt dat niet omdat ervan wordt uitgegaan dat de wederpartij weet waarover het gaat. Momenteel geldt de VOB zoals die in 1992 werd geformuleerd. In Duitsland verscheen in de loop van de tijd een indrukwekkende reeks toelichtingen, verklaringen en commentaren op de VOB”, weet Croonenbrock. “Dat toont aan dat ook het Duitse bedrijf problemen ondervindt met de VOB. Grotere ondernemingen ke moeilijkheden door een eigen juridische afdeling laten oplossen. Kleinere komen er niet altijd toe zich afdoende voor te bereiden. Nu wil ik daarbij wel opmerken dat sommigen dat ook helemaal niet willen en pas dan juridisch advies inwinnen wanneer de rekeningen niet worden betaald.”

*) Nadere inlichtingen omtrent wet en regel inzake het bouwen in Duitsland levert dit bureau via telefoon (0049) 2821-7222-0 en fax (0049) 2821-22989. De stichting Nederlands-Duitse Bouwexport (NEDUBEX) houdt binnenkort een cursus over de werking van de VOB. Nadere inlichtingen hierover verstrekt de stichting: telefoon 053-4333973 en fax 053-4325991.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels