nieuws

Provincies moeten bouw gemeenten beter sturen

bouwbreed

Provincies moeten zich meer inzicht verschaffen in de bouwactiviteiten die gemeenten ondernemen. Met name daar waar sprake is van leegstand, moet het provinciebestuur niet aarzelen sturend op te treden als een beperking van het bouwvolume noodzakelijk is.

Staatssecretaris Tommel zei dit in een overleg met de Vaste Kamercommissie voor VROM.

In eerste termijn hadden de diverse fracties te kennen gegeven grotere zorgen te hebben over de leegstand dan waarvan de bewindsman blijk geeft in zijn rapportage over de leegstand. In die rapportage wordt namelijk gesteld dat het tot nog toe een beperkt probleem is, dat in totaal 5000 woningen betreft en vooral beperkt blijft tot de noordelijke provincies, Zeeland en Flevoland.

PvdA-er Duivesteijn sprak van een “te ontspannen kijk” op de problematiek, omdat de situatie op de plekken waar de leegstand zich voordoet “redelijk dramatisch” is. Als voorbeeld haalde hij Lelystad aan, waar corporaties de afgelopen zes jaar f. 50 miljoen aan inkomsten zijn misgelopen, omdat er structureel 1200 vooral dure sociale huurwoningen leegstaan.

“Als dit zo doorgaat, zitten we met elkaar een ramp te creeren, waarbij de affaire rond Woningbeheer Limburg een kleintje zal zijn. Hier is ingrijpen van het rijk meer dan noodzakelijk.”

Onstuimig bouwen

De woordvoerders van D66 en CDA deelden de zorgen van de PvdA op het punt van de leegstand. Volgens CDA-er Ten Hoopen en D66-Kamerlid Jeekel worden veel problemen veroorzaakt door het te onstuimig bouwen van gemeenten, terwijl de regio als geheel met leegstand kampt. Daarom is een betere afstemming nodig tussen nieuwbouw en woningvoorraad.

Ook VVD-er Hofstra bleek voorstander van een verstandig bouwbeleid, hoewel hij de marktwerking daarbij maximale vrijheid gunt. “Als men zichzelf failliet wil bouwen, dan gaat men zijn gang maar.”

Tommel op zijn beurt wees op de rol van de provincies in het geheel. Zij hebben het instrumentarium gekregen om gemeenten die al te enthousiast bouwen tot de orde te roepen. Probleem is dat daarvan nog onvoldoende gebruik wordt gemaakt. “Logisch, want je maakt jezelf ook niet populair door tegen een gemeente te zeggen dat ze niet meer mag bouwen.”

Toch is het noodzakelijk dat provincies die sturende rol volledig op zich nemen, aldus Tommel, om te voorkomen dat de leegstand verder toeneemt. Hij kondigde overleg aan met de provincies om hierin verbetering te brengen.

Verhaal apart

Lelystad is in dit geheel een verhaal apart, zo erkende Tommel in reactie op Duivesteijns inbreng. Hij gaf aan dat er al heel wat gebeurt om het leegstand-probleem in deze gemeente op te lossen.

Er worden gesprekken gevoerd met provincie, gemeente en corporaties over de vraag wat er tegen de leegstand en daarmee samenhangende verpaupering van de buurten moet gebeuren, niet alleen op volkshuisvestelijk terrein, maar ook op het gebied van bijvoorbeeld werk en scholing.

En ook wordt overleg aangegaan met het Centraal Fonds van de Volkshuisvesting om te bepalen wat er met de armlastige corporaties van Lelystad moet gebeuren. “Hier moet ik even wethouder van Nederland spelen”, aldus Tommel, die de Kamer toezegde haar te zullen informeren over de voortgang die wordt geboekt.

Het grote onderzoek van de Nationale Woningraad over de leefbaarheid in wijken en buurten kwam in het overleg slechts zijdelings aan de orde. De staatssecretaris en de Tweede Kamer waren het met elkaar eens dat de nodige vraagtekens zijn te zetten bij de opzet van en de analyses in het onderzoek. Komend voorjaar wordt hier verder over gesproken in het kader van de Kamerdebatten over de stadsvernieuwing.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels