nieuws

Gemeente drijft bouwers in armen poontwikkelaar

bouwbreed

Het gemeentebestuur van Sevenum drijft alle potentiele bouwers in de armen van poontwikkelaar Haegens Holland uit Horst. Met deze klacht stond A.P.J. Verheijen uit Sevenum maandag voor de afdeling bestuursrechtspraak van de raad van State in Den Haag.

Verheijen bezit een stuk grond aan de Molenstraat in Sevenum. Hij wil daar een woning bijbouwen. Zijn dochter kan dan in zijn huidige woning trekken, terwijl Verheijen zelf in de nieuwe woning gaat zitten.

Het gemeentebestuur weigert echter een bouwvergunning te verlenen voor dit plan. Sevenum kent namelijk een zogenoemd concentratiebeleid. Er worden geen nieuwe nieuwbouwmogelijkheden gecreeerd zolang er nog bouwmogelijkheden zijn in de gebieden De Krouwel en het Sondertse Veld.

Ter uitvoering van het concentratiebeleid heeft het gemeentebestuur een contract gesloten met poontwikkelaar Haegens Holland. Wil Verheijen nieuwbouwen, dan kan hij zich inderdaad vervoegen bij Haegens Holland.

Volgens gemeentewoordvoerder J. van Stratum is daar niets vreemds aan. “Het gemeentebestuur blijft het beleid bepalen, niet Haegens Holland. Natuurlijk is het wel zo dat de gemeente claims tegemoet kan zien als er gehandeld wordt in strijd met contract.”

Meten met twee maten

Behalve het verwijt dat het gemeentebestuur met de poontwikkelaar onder een hoedje speelt, beschuldigt Verheijen het gemeentebestuur ook van meten met twee maten. Hij vertelt dat eigenaar van een Sevenums Kledingsmagazijn Jansen Noy enige tijd terug van de gemeente aan de Kerkstraat een bijgebouw mocht neerzetten. Daar boven komt volgens Verheijen een wooneenheid. Indien de gemeente consequent het concentratiebeleid zou nastreven, had de woning van Jansen Noy er ook niet mogen komen, vindt Verheijen.

In de bij de Raad van State aangespannen procedure eist Verheijen vernietiging van een vonnis van de rechtbank in Roermond. De Roermondse rechtbank keurde namelijk het besluit van het gemeentebestuur van Sevenum goed om hem geen bouwvergunning te verlenen. Over een week of zes doet de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak in dit hoger beroep.

Het is voor Verheijen te hopen dat zaak gunstig voor hem verloopt want zijn uitlatingen na afloop van de hoorzitting in Den Haag logen er niet om: “Ik zal sterven als ik het niet zou winnen. De rechtvaardigheid gebiedt mij om dat te zeggen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels