nieuws

Dong Ah timmert verder aan Libische lijdensweg

bouwbreed

Het Zuid-Koreaanse aannemersconcern Dong Ah heeft van de Libische regering een schriftelijke intentieverklaring gekregen voor de aanleg van de derde fase van de Grote Kunstmatige Rivier (GMR). De derde fase voorziet in de aanleg van zo’n duizend kilometer leiding met een doorsnede van vier meter. De investering hiervoor beloopt ruim f. 8,6 miljard. Het po lijkt voor Dong Ah steeds meer op een ware lijdensweg uit te lopen.

De derde fase sluit via een 180 kilometer lange pijpleiding het reeds gelegde net en verbindt de steden Tripoli en Sirte. In het verlengde ervan ligt de uitbreiding van het leidingnet uit de eerste fase. Het werk voorziet in aansluiting op een nieuwe boorput nabij Kufra. Voorts moet er een 500 kilometer lange leiding komen tussen Tobruk en het spaarbekken van Adjabia. De oplevering van de derde fase moet in 2006 plaats vinden. Eerder dit jaar leverde Dong Ah het laatste deel van de tweede fase op. Nabij Jebel Hasouna boort het bedrijf momenteel 247 putten waaruit het water voor Tripoli moet komen.

Vertraging

Dong Ah werkt sinds 1984 aan het GMR-po. De eerste twee fasen vergden een investering van respectievelijk zo’n f. 6,1 en f. 7,8 miljard. Al direct na het begin in 1984 liep de eerste fase ruim zeven maanden vertraging op.

De oorzaak daarvan lag in de sancties die de Verenigde Staten Libie oplegden. De aannemer kon daardoor geen gebruik maken van Amerikaanse expertise voor de fabriek die de betonnen leidingdelen moest leveren. Evenals de andere plandelen moet de fabricage aan Amerikaanse normen voldoen. Dong Ah moest om die reden tegen aanzienlijke kosten meerdere keren opnieuw het wiel uitvinden en elders vervangende materialen kopen. Het contract ging daarbij uit van de Amerikaanse dollar; een munt die rond 1984 nogal aan waarde verloor.

Tegenslagen

Het contract voor de tweede fase schrijft betalingen in vijf verschillende valuta voor. De wisselkoers daarvan staat vast sinds de dag dat de overeenkomst werd ondertekend. Het contract eindigt rond de eeuwwisseling. Dong Ah zegt dat het met deze verrekeningsmethode het verlies uit de eerste fase grotendeels heeft weggewerkt.

Op technisch vlak doen zich evenwel nog tegenslagen voor. Nog steeds gelden de Amerikaanse sancties, nu aangevuld met maatregelen van de Verenigde Naties. Door het vliegverbod op Libie moet de aannemer via Tunesie zo’n 14.000 buitenlandse bouwvakkers in en uit het land brengen. Naast tijd en geld kosten deze maatregelen soms ook mensenlevens. Het meeste personeel komt uit Thailand, Vietnam, China en de Filippijnen. Ruim 15 procent komt uit Korea.

Beschuldigingen

Het bestek voor de tweede fase schreef de bouw voor van een 15 kilometer lange tunnel onder de bergen nabij Tarhunah. Deze verbinding moest het westelijke deel van Tripoli en omgeving van water voorzien. Staatschef Gaddafi schrapte evenwel dit bouwklare plan. Mogelijk wilde hij daarmee de Amerikaanse beschuldigingen weerleggen dat Libie de bouw van een fabriek voor chemische wapens voorbereidde. Aanleiding voor deze beschuldigingen gaf de bouw van twee voorraadkelders met een omtrek van 250 meter en een diepte van tien meter.

De aannemer buigt zich momenteel over de details van het contract voor de derde en vierde fase van de GMR. Deze toevoegingen brengen de totale contractwaarde van het po op pakweg f. 34 miljard. Tot aan 1993 vormde dit po de totale buitenlandse portefeuille van Dong Ah. In 1995 zakte dit aandeel tot 85 procent. Het Koreaanse bedrijf wil het belang terugbrengen tot hooguit 70 procent.

Het contract voor de derde fase is welbeschouwd een aanvulling op dat voor de tweede. De bijbehorende besprekingen moesten een oplossing opleveren voor de gestegen kosten voor arbeid en staal.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels