nieuws

Voorsprong herverwerker verzekerd door innovatie

bouwbreed

“Wil je mee blijven doen in onze bedrijfstak dan moet je voorop lopen. Toen we twaalfeneenhalf jaar geleden met puinbewerking begonnen telde Brabant zes brekers. Tegenwoordig telt de provincie er vijftig die allemaal op dezelfde markt zitten. Met de slibreiniger die Jansen Recycling vandaag (vrijdag) in Helmond officieel in gebruik neemt denken we ons voldoende te ke onderscheiden van die concurrentie”, zegt B. de Veer van de A. Jansen Groep uit Nuenen.

“We streven ernaar zo’n 95 procent van het aangevoerde bouw- en sloopafval om te werken tot nuttige grondstoffen”, legt De Veer uit. “Ook het slib ke we voor meer dan 90 procent geschikt maken voor hergebruik. Momenteel blijft van het zeefzand ruim 7 procent verontreinigd slib over. Tel je daar de steenfractie bij op dan kom je op om en nabij 97 procent hergebruik. Doorgaans wordt dat zand tot 16 millimeter afgezeefd. Er blijft echter nog heel wat in achter wat weer naar de puinbreker wordt gevoerd.”

Secundaire grondstof

“De pakweg 3 procent slib gaat nu nog naar de regionale stortplaats. Het ligt in de bedoeling daar mettertijd ook een secundaire grondstof van te maken. In het slib zitten bijvoorbeeld minerale deeltjes die op de stortplaats dienst ke doen als deklaag. Weliswaar met een zekere vervuiling maar toch bruikbaar. Met dat in gedachten is 100 procent recycling verre van ondenkbaar.” “Het te bewerken puin komt voor een deel van het eigen sloopbedrijf”, aldus De Veer. “Het materiaal wordt ter plaatse verwerkt in een betonmortelinstallatie. Daarmee beschikken we over een geintegreerde afvalverwerkingsketen waar jaarlijks zo’n 230.000 ton materiaal doorheen gaat. Over blijft ongeveer 11.500 ton slib, hout, kunststof en andere resten. De verwerking levert 100.000 ton hoogwaardige granulaten op voor de betonmortel- en betonwarenindustrie, 82.500 ton hoogwaardige granulaten voor de wegenbouw en 36.000 ton gewassen zand voor de betonmortelindustrie.”

“De installatie verwerkt slib uit riolen, kolken en gemalen en reinigt ook zeefzand. Daarmee hebben we een oplossing gevonden voor een aanzienlijk probleem. Het zeefzand ontstaat in de eigen brekerij en wordt van daar naar de slibfabriek gepompt waar het zand uit beide stromen wordt gehaald en alleen een beperkte hoeveelheid vervuild slib overblijft. Met de combinatie zoals die hier staat hebben we de kringloop op het benodigde cement na eigenlijk gesloten.”

Slib

“De huidige vergunning geldt voor het zogenoemde RKG-slib”, stelt De Veer. “Daar kan ook slib uit overstortvijvers bij komen. Het proces kan ook daar de verontreinigingen uithalen. In het verlengde daarvan valt ook te denken aan baggerslib. Alleen al bij het RKG-slib dat bij gemeenten vrijkomt gaat het om forse hoeveelheden.”

“Jaarlijks praat je over pakweg 22.000 ton. En dat stelt het plaatselijke bestuur voor aanzienlijke problemen. Voordat over schoonmaak werd gedacht verdween dit slib op de stortplaatsen tegen betaling van f. 170 tot f. 180 per ton. Daar kun je echter niet tot in lengte van jaren mee doorgaan. Temeer niet omdat er binnen afzienbare tijd een stortverbod komt voor dit slib. Schoonmaak kost f. 120 per ton wat en goedkoper is en opnieuw te gebruiken zand oplevert.”

“De gemeenten leveren overigens niet alleen RKG-slib aan maar ook veegvuil waarin eveneens een aanzienlijke hoeveelheid zand zit. Het lijkt een beetje op grond reinigen. Schoonmaak van grond op grotere schaal zit er echter niet in. Temeer niet omdat er al een fors overschot aan installaties is en we niet al teveel buiten de perken van de puinbewerking willen treden.”

“Bouw- en sloopafval verwerken doen we nu zo’n vijftien jaar terwijl we nu ruim acht jaar sorteerwerk verrichten”, licht De Veer toe.

“Eerder dit jaar begonnen we met de slibverwerking. De vergunning lag al vroeger gereed maar omdat het proces nogal nieuw is liet het praktische beslag wat op zich wachten. De bijbehorende techniek hebben we zelf ontwikkeld, met dien verstande dat het om een nieuwe toepassing van bestaande voorzieningen ging. De bouw van de installatie gebeurde zonder subsidies en is deels met eigen middelen, deels met geld van de bank gefinancierd.”

“Dat laatste leverde niet zoveel problemen op. Het bedrijf staat als solide bekend terwijl het plan ook wel aansloeg. Want dat is wel belangrijk, dat de bank achter het idee staat. En daarmee helpt de bank ook de kringloop sluiten. Alle onderdelen van het bedrijfsterrein staan met elkaar in verbinding. Zo hoeft er geen proceswater van buiten te komen. Vervuild water maken we zelf schoon en gebruiken we opnieuw. Gaat het niet aan de wasserij op dan ke we het desgewenst ook in de betonmortelinstallatie invoeren.”

Duitsland

“We zitten sinds de val van de Muur in Duitsland nabij Dresden”, zegt De Veer. “Daar exploiteren we twee granietgroeves met bijbehorend verwerkingsbedrijf, een breker en een betonmortelcentrale. Ook daar willen we het hergebruik van bouw- en sloopafval bevorderen. Slaat dat aan en blijft de markt goed dan ke we op termijn daar eenzelfde combinatie installeren als hier.”

“De kans van slagen valt of staat met de manier waarop je bijvoorbeeld met de ambtelijke instanties omgaat. Wij hebben een Duitse directeur aangesteld, iemand die de weg weet. Wellicht dat we daardoor als een van de weinigen met voldoende rendement in Duitsland konden blijven. Vele andere Nederlandse bedrijven zijn met een al dan niet gevulde portemonnee teruggegaan.”

“De markt biedt nog alle gelegenheid tot blijven. Dresden is een grote stad waar ook veel wordt gebouwd. Kijk je naar de wijdere regio dan profiteren we ook van de activiteiten in bijvoorbeeld Leipzig. Geleidelijk aan ondervinden we meer concurrentie van Duitse bedrijven. Aanvankelijk lieten die het wat afweten maar nu de opdrachten in het westen van het land afnemen wordt wat meer gekeken naar het oosten.”

Het proceswater circuleert in een gesloten systeem.

Foto: Bart van Hattem

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels