nieuws

Veel werk aan de winkel voor negentigjarige ABN

bouwbreed

De Algemene Nederlandse Bond van Natuursteenbedrijven heeft het in zijn negentigjarig bestaan nog nooit zo druk gehad als de laatste tijd. Met het “afschuiven van verantwoordelijkheden”, zoals directeur mr. G.J.M. Borghouts de privatisering van allerlei overheidstaken in de sociale zekerheidssfeer noemt, is er veel meer werk aan de winkel. Er tegenover staat een geringe ledenaanwas. En dat is dan wel weer meegenomen.

Marktwerking is prima, maar het gaat allemaal wel een beetje te snel en te ver, aldus Borghouts. De twee of zes weken eigen risico voor de werkgever bij ziekteverzuim kon nog wel als een stimulans worden gezien om het verzuim terug te dringen. Uitbreiding van dat risico tot een heel jaar is dat zeker niet meer. In de cao voor het natuursteenbedrijf had men nog wel opgenomen dat werknemers een extra roostervrije dag zouden ke opnemen als het ziekteverzuim in een jaar tijd met 10% zou dalen. Maar bij het A-personeel is het zelfs gestegen.

Een andere zaak, waarbij de overheid te ver is doorgeschoten volgens de ABN is de gewijzigde vestigingswetgeving. Iedereen kan met een diploma Algemene Ondernemersvaardigheden nu een natuursteenbedrijf beginnen. Een vakbekwaamheidseis is er niet meer bij. Sinds die versoepeling ziet Borghouts veel meer zzp’ers in de branche optreden. Zelfstandigen zonder personeel, die hun kans schoon zien. (De branche telt in totaal 400 bedrijven, waarvan de ABN er 200 als lid telt. Van die 400 zijn 150 eenmansbedrijven, die dus niet bijdragen aan bedrijfstakeigen regelingen.)

“Dus hebben wij het initiatief genomen tot de opzet van een ningsregeling om het niveau van de sector omhoog te tillen”, aldus Borghouts. Om het predikaat erkenning te verkrijgen moet aan een aantal eisen worden voldaan. “Vakbekwaamheid is er een van. Maar ook een bewijs dat aan alle verplichtingen op het terrein van de sociale verzekeringen en fiscus is voldaan, men moet willen meedoen aan een klachtenregeling en een verklaring over een goede solvabiliteit ke overleggen. We hadden er graag per 1 januari mee begonnen, maar dat is niet haalbaar gebleken.”

Bedrijfsvereniging

Want er is zoveel meer te doen. Zo vechten een kleine twintig natuursteenbedrijven de indeling bij hun bedrijfsvereniging aan. In deze branche kent men bedrijven, die uitsluitend voor de bouw in onderaanneming werken, bedrijven die zich uitsluitend met het maken van grafmonumenten bezighouden en ondernemingen, die in restauratiewerk zijn gespecialiseerd.

Voor de Centrale Raad van Beroep vechten achttien leden de indeling bij de Bedrijfsvereniging voor de Bouwnijverheid aan.

“Ze doen dat om twee redenen. Ze vinden SFB, de administrateur van de bv, veel te bureaucratisch en bovendien veel te duur. Aan te betalen premies zijn ze f. 5000 per man per jaar meer kwijt dan wanneer ze bij de Nieuwe Industriele Bedrijfsvereniging zouden zijn aangesloten”, aldus ABN-voorzitter G. Cortlever. “Al moet ik zeggen dat na de privatisering van de Ziektewet het grootste verschil is weggevallen.”

Naar eigen vut-regeling

En dan speelt er nog het punt van de vut-regeling. Hoewel de natuursteenbedrijven over een eigen cao beschikken, wordt op het punt van de vervroegde uittreding de regeling voor de bouw gehanteerd.

“Dat betekent dat er 8% premie moet worden betaald. Knappe koppen hebben uitgerekend dat voor de werknemers in de natuursteenbedrijven 5,1% genoeg zou zijn”, aldus Borghouts. Vandaar dat er naar wordt gestreefd een eigen vut-regeling voor de leden van de grond te tillen. Of eigenlijk een soort pre-pensioen, waarbij niet langer het omslagstelsel wordt gehanteerd, maar gebruik wordt gemaakt van een kapitaaldekkingssysteem.

Maar door het vele werk dat het met een gering aantal mensen bezette ABN-bureau in Leusden kent, zal die er per 1 januari a.s., wanneer de eigen cao afloopt nog niet zijn. “Gelukkig loopt de vut-regeling door tot 31 maart 1997 zodat we wat speling hebben.”

Bedrijfschap

En er moet nog worden nagedacht of de branche het Bedrijfschap Natuursteen zal willen behouden. Zoals bekend wil de regering de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie moderniseren. En bij die gelegenheid is het goed zich af te vragen of men een dergelijke instelling nog wel nuttig acht.

“Ze zijn ontstaan in een tijd dat we dachten dat een maakbare maatschappij mogelijk was”, aldus Cortlever. “Daar moet je nu je vraagtekens achter zetten. Voor pbo’s pleit overigens wel weer dat men op wettelijke basis heffingen op kan leggen zodat niet alleen leden van maatschappelijk georganiseerde branchegenoten voor collectieve regelingen als vakopleiding opdraaien.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels