nieuws

Spraakmakende sprongen over het IJ

bouwbreed

Met een ongekende vasthoudendheid bestookte de 19e eeuwse bruggenbouwer Jan Galman 35 jaar lang het Amsterdamse stadsbestuur om het te overtuigen van het belang van een brug over het IJ naar de noordoever. Zijn vele overbruggingsontwerpen belandden uiteindelijk in het archief van het Gemeentearchief in Amsterdam. De tentoonstelling ‘De sprong over het IJ’ is een postuum eerbetoon aan een eigenzinnige, bevlogen aannemer die al zijn vernieuwende en visionaire ontwerpen uiteindelijk in het water zag vallen.

De bruggenbouwer, aannemer, timmerman Jan Galman (1807-1891) leefde in een tijd dat ons land een economische bloei doormaakte. De infrastructurele uitwerking leidde onder andere tot een toename van de bouw van (spoor-)bruggen. Met name in het buitenland werd in de tweede helft van de vorige eeuw volop geexperimenteerd met nieuwe technieken en constructies om grote overspanningen te realiseren.

De Amsterdamse aannemer Galman onderscheidde zich in verschillende opzichten van zijn Nederlandse tijdgenoten. Zo was hij op de hoogte van de technische ontwikkelingen die zich buiten onze landsgrenzen afspeelden. De vergaarde up-to-date (materiaal)kennis verwerkte hij in zijn ontwerpen en zijn ijzeren koker- en hangbruggen golden als een novum voor ons land.

De in de praktijk geschoolde Galman presenteerde in 1851 zijn eerste IJ-ontwerp: een overdekte houten 1 km lange hangbrug met een dubbele ijzeren basculebrug voor de grote schepen. De opritten dragen de in het IJ uitgebouwde rijen pakhuizen; een idee dat in zijn latere werk terugkeert. Zijn eerste op f. 2 miljoen begrote concept werd afgewezen vanwege ‘bezwaren niet tegen uitvoerbaarheid, maar tegen de aanslibbing en belemmering der scheepvaart’. Ze zouden voor meer van zijn plannen worden aangevoerd.

Recreatieve attractie

De daarop volgende decennia zou Galman het Amsterdamse gemeentebestuur met zijn uitwerkingen van (combinaties van) verschillende bruggentypes proberen te overtuigen van de oeververbinding naar noord. Van een Ponte Vecchio-achtige straatbrug met woon- en pakhuizen onder de opritten tot basculebruggen met onbebouwde opritten naar Tower Bridge voorbeeld.

De overbrugging als recreatieve attractie verwerkte hij in een aarden dam met aan weerszijden van de in het midden gesitueerde gelijkarmige ijzeren draaibrug, twee overbouwde basculebruggen. De tussen de doorvaarten parkachtige eilanden moesten een bezoek aan de brug tot iets bijzonders maken. Veel van Galmans vindingrijke geesteskinderen kwamen echter niet verder dan een voorlopig ontwerp, mede omdat Galman de politieke wind niet meehad. Het Amsterdamse gemeentebestuur achtte een overbrugging naar het overwegend agrarische gebied aan de overkant van het IJ niet van opportuun belang; zij zag -in tegenstelling tot Galman- een vaste oeververbinding als een brug naar het niets. Ook zijn voorstel om een brug in concessie te mogen uitvoeren veranderde niets aan die visie.

‘Illusien’

Galman liet zich echter niet uit het veld slaan en speelde in op nieuwe ontwikkelingen. Op de opening van het Noordzeekanaal (1876) waardoor de open getijdehaven veranderde in een gesloten sluishaven en de in 1888 voltooide bouw van het Centraal Station had Galman een passend antwoord. Hij bedacht een draaibrug, geflankeerd door twee bascule bruggen in combinatie met Tower Bridge-achtige gebouwen.

Naast het bruggenbouwkundige aspect verlegde hij zijn aandachtsgrenzen en kwam met stedenbouwkundige oplossingen. De aannemer transformeerde het open havenfront aan de zuidzijde van het IJ tot een nieuwe woonwijk. Aan de noordoever tekende Galman, die zich inmiddels als waterbouwkundige presenteerde, een geheel nieuwe stad met daarbij behorende voorzieningen als een spoorwegverbinding en zelfs een koninklijk onderkomen. Ondanks dat ook dit inventieve ontwerp van de gemeentelijke tafel werd geveegd was niet iedereen negatief. De stadsingenieur omschreef zijn inbreng als “groote en frissche denkbeelden, jammer echter dat zij, zoo komt het mij althans voor, tot het rijk der illusien overslaan.”

Technisch wonder?

Galmans IJ-brug; technisch wonder of illusie? In de bij de tentoonstelling verschenen catalogus is een hoofdstuk gewijd aan de vraag of de bruggen van Galman technisch gezien gerealiseerd konden worden.

Gesteld kan worden dat zijn bedachte constructies zeker niet onuitvoerbaar waren. Hij deed zijn voordeel met de in het buitenland toegepaste constructies. Zo paste hij het bovenvlak van de koker van een Engelse ijzeren kokerbrugconstructie aan omdat een meer platte bovenbedekking hem sterker en doelmatiger voorkwamen.

‘De sprong over het IJ’ toont een selectie uit de 36 plantekeningen van Galman, waaronder een tekening met de constructie op 1/20 der ware grootte van de overdekte traliekokerbrug. Het po Galman wordt aangevuld met overbruggingsvoorstellen van na- en voorgangers zoals het tunnelplan van ir. Brade. De minst serieuze bijdrage betreft een quasi wetenschappelijke bijdrage van 1 april 1915. waarin melding wordt gemaakt van een op rails rijdende cabine die mensen over het IJ slingert.

Galman voerde als aannemer van publieke werken zo’n 200 werkzaamheden uit aan met name bruggen en sluizen die successievelijk uit het stadsbeeld verdwenen. Ondanks zijn doorzettingsvermogen, gedrevenheid en eigenzinnig optreden – hij liet zelfs voorbedrukte goedkeuringsformulieren drukken – zag hij zijn IJ-sprong niet verwezenlijkt. Wat rest zijn zijn kleurrijke overbruggingsvoorstellen die nog altijd tot de verbeelding spreken.

De sprong over het IJ is t/m 1 december te zien bij het Gemeentearchief, Amsteldijk 67 te Amsterdam. Dagelijks geopend van 11.00-17.00 uur. De door uitgeverij Thoth uitgegeven catalogus kost f. 65.

TEKST: ROLA JOHANNES

FOTO’S: COLLECTIE GEMEENTEARCHIEF AMSTERDAM

Detail van het ontwerp voor een overbouwde, ijzeren dubbele basculebrug (model ‘Tower Bridge’) uit omstreeks 1883.

Een kleurenlitho met vogelvluchtperspectief van een kokerbrug van Galman uit 1857. De 1 km lange brug was 33 meter breed en had een maximale doorvaarthoogte van 22,5 meter. De brug met twee basculebruggen was bebouwd met 380 kapitale woonhuizen en 107 pakhuizen.

In navolging van Galman presenteerde architect A.H. Arentzen in 1924 een hooggelegen brug. De overbrugging wordt gevormd door een op hoge pijlers gelegen en deels bebouwde vaste brug over het spoorwegemplacement tussen het Stationsplein en de noordoever, waar de brug zich vertakt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels