nieuws

Regeling verplichte inschakeling werklozen nog niet waterdicht

bouwbreed Premium

Op instigatie van Cobouw zal nog eens heel kritisch worden gekeken naar de regeling die aannemers verplicht 5 procent van de aanneemsom te besteden aan de inschakeling van Rotterdamse werklozen bij gemeentelijke bouwwerken. Het tekstvoorstel dat op 12 december in de gemeenteraad aan de orde komt kan aanleiding geven tot veel geharrewar.

Mogelijke interpretatieverschillen kwamen ter sprake in een vraaggesprek met vertegenwoordigers van arbeidsbureau Rotterdam centrum en arbeidsvoorziening Rijnmond over de haalbaarheid van de regeling. Het gaat om het verschil tussen de woorden ‘dienen’ en ‘moeten’. Omdat ‘dienen’ iets anders betekent dan ‘moeten’ bestaat de mogelijkheid de regeling te omzeilen. “De aannemer aan wie het werk wordt gegund”, zo staat in het tekstvoorstel, “dient inzake de verplichting tot het in dienst nemen van werklozen in overleg te treden met het Arbeidsbureau Rotterdam Centrum.” “Dient”, kan hier gelezen worden als ‘moet’, maar ook als ‘behoort’. En daarmee kan de aannemer alle kanten uit. Over wat een opdrachtgever in de gegeven omstandigheden ‘behoort’, oftewel ‘betaamt’ te doen, kan men van mening verschillen.

Vestigingsmanager J. ter Brugge van Arbeidsbureau Rotterdam Centrum ziet hierin aanleiding bij de stuurgroep die de maatregel voorbereidt aan de bel te trekken. “Het is goed vast te stellen dat er verschillende interpretatiemogelijkheden zijn. We zullen hierover nog eens met de gemeente Rotterdam gaan praten.” In de stuurgroep zijn behalve de gemeente Rotterdam ook de brancheorganisaties en RBA Rijnmond vertegenwoordigd.

Ervaringen met werklozenpoen in het verleden geven aan dat goede bedoelingen geen garantie zijn voor het welslagen van een po. De regeling zal in ieder geval op voldoende steun van de betrokken partijen moeten ke rekenen. Daarnaast zal de formulering van de standaardbesteksvoorwaarde zo goed als waterdicht moeten zijn. Mazen in de regelgeving betekenen altijd een concurrentienadeel voor partijen die te goeder trouw zijn.

Concurrentienadeel

Voor Ter Brugge is de voorgestelde regeling nog geen voldongen feit. Gealarmeerd door de afwijzende reacties van de werkgevers heeft wethouder Simons in een ijlings ingelaste bespreking al wat water bij de wijn gedaan. Van de belangrijkste uitkomsten van dit overleg wordt elders in deze krant verslag gedaan. Natuurlijk heeft Simons de werkgevers op hun verantwoordelijkheid gewezen. Niemand kan de ogen sluiten voor het immens grote werkloosheidsprobleem in Rijnmond. Aan de andere kant zijn de door de aannemers gesignaleerde knelpunten volstrekt reeel. De angst met een partij linkerhanden opgezadeld te worden, is niet onterecht.

“We willen een inspanning leveren om te voldoen aan de kwaliteit die nodig is”, tracht Ter Brugge de onrust onder de aannemers weg te nemen. “Niet het lozen van mensen staat voorop, we willen daadwerkelijk in mensen investeren. We hebben met name voor dit po een groot bedrag gereserveerd om de mensen zo optimaal mogelijk voor te bereiden. Met Bouwvakwerk en de brancheorganisaties zal periodiek worden overlegd welke scholingsprogramma’s nodig zijn. Ook als het om een Melkertfunctie gaat, willen we voor zover nodig is de mensen een training aanbieden in sociale vaardigheden, in bouwveiligheid.”

“De werkgevers hoeven zich geen zorgen te maken”, benadrukt J.A. van Lent, manager sector industrie en quartair van Arbeidsvoorziening Rijnmond. “We zullen alle instrumenten inzetten – scholing, begeleiding, loopbaanorganisatie, medische advisering – om het aanbod sterk te maken. De mensen die we leveren zijn gekwalificeerd; het is uitstekende aanbod.”

Het voorstel laat in het midden uit welke bestanden de arbeidskrachten worden geselecteerd. “Hierover moeten nog afspraken worden gemaakt”, zegt Ter Brugge. “Op meerdere niveaus zullen de behoeften in kaart gebracht moeten worden. Welke poen komen eraan? Waar is behoefte aan? Het zal heel duidelijk moeten zijn voor welke functies wij mensen moeten leveren”, onderscheidt Ter Brugge een cruciale voorwaarde voor consensus met de partners.

Alles hangt af van de medewerking van de partners. “Als een partij zijn hakken in het zand zet, zullen er alleen maar verliezers zijn”, vreest de vestigingsmanager. Het is bijvoorbeeld niet denkbeeldig dat de werkgevers snel geneigd zullen zijn de gemeente Rotterdam in gebreke te stellen, wanneer het arbeidsbureau naar hun mening niet op het gewenste moment de juiste arbeidskrachten heeft geleverd. “Daar ben ik ook bang voor”, reageert Ter Brugge op dit schrikbeeld. Ter Brugge moet er niet aan denken bedolven te worden onder schadeclaims en bezwaarschriften tegen opgelegde sancties. De aan de ondernemers opgedragen bewijslast neemt niet weg dat het beoordelen ervan flink wat rompslomp met zich mee kan brengen.

“We mogen de genoemde contra’s natuurlijk niet negeren”, leidt Van Lent het vraaggesprek naar een ander spoor, “maar we ke evenmin ontkennen dat de gemeente Rotterdam zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.” Van Lent wijst op de realiteit van de enorme werkloosheid in het Rijnmondgebied. “122.000 Werkzoekenden is een afschuwelijk probleem. Daar staan slechts 2000 a 2500 vacatures tegenover. Dertig jaar geleden stonden in hetzelfde gebied 1500 mensen ingeschreven en telden we tegelijkertijd 10.000 vacatures.”

Schadeclaims

Van het totaal aantal werklozen staan er 12.000 geregistreerd voor een bouw- of houtberoep. Bij dergelijke getallen kan niet worden berust in de tewerkstelling van enkele tientallen Rotterdammers via additionele bestekken. “Stug en stroef”, noemt Van Lent de stromen op de arbeidsmarkt. Wie ’s morgens vroeg de stoet busjes met bouwvakkers uit het Brabant Rotterdam ziet binnenrijden, krijgt een idee van de aard en de omvang van het probleem. Aan de nieuwbouw van het arbeidsbureau van Spijkenisse zou geen enkele werkloze bouwvakker uit deze plaats een steen hebben bijgedragen, heeft Cobouw uit goede bron vernomen. Het is helaas kenmerkend voor de bedrijfstak. “De sector heeft een hoog ons-kent-ons-gehalte”, zegt vestigingsmanager Ter Brugge, overigens zonder een spoor van berusting. Want: “Denkt u dat er aannemers zijn die niet zullen inschrijven voor gemeentelijke opdrachten vanwege de 5 procent-regeling?”

Reageer op dit artikel