nieuws

Postmoderne paddestoelen in Den Bosch

bouwbreed

Van een afstand lijkt het net alsof je een geheime atoomcentrale tegemoet rijdt. Om de hoek van de straat verwacht je dan ook een slagboom en wachthuisje met vervaarlijk uitgemonsterde soldaten en tritsen geleerden die in stofvrije ruimtevaartpakken over het terrein sloffen. Helaas, niks van dit alles. Een bocht later komt de saaie nieuwbouw je alweer tegemoet; pal tegenover de futuristische bolwoningen in Den Bosch staan hemeltergend lelijke rijtjeswoningen.

En anders zijn het wel de groene vuilnisbakken tussen de chocoladeloze Bosche Bollen die een ieder doen beseffen dat hij zich in een ordinaire woonwijk bevindt.

Het bollenveld van vijftig huizen is een ontwerp van beeldhouwer/architect Dries Kreijkamp. Binnen een jaar stonden ze in 1984 op hun plaats. De bolwoningen hebben een inhoud van 124 m3, de totale woonoppervlakte bedraagt 55 m2. De buitenkant van de bollen bestaat uit een laagjeshuid van steenwol, aan weerszijden bekleed met cement dat is versterkt met glasvezel. De rondo’s rusten op een cilindervormige voet van 2,50 meter hoog en een diameter van drie meter.

Direct na de oplevering begonnen de problemen. Er kwamen scheuren in het oppervlak en de huizen bleken van alle kanten te lekken. Een bol zakte zelfs weg in de grond! Niettemin duurde het tien jaar voordat de paddestoeltjes een grondige opknapbeurt kregen. De ramen kregen waterdichte kozijnen en een stevige metalen strip die condensvlekken van binnenuit moest verhinderen. Beneden werd de betonvloer voorzien van tegeltjes die vochtoverlast moest voorkomen.

Ook werden de bollen opnieuw gewit. Maar daarvan is vandaag nauwelijks nog iets te merken. De bollen zijn groen uitgeslagen. Over het oppervlak lopen vieze zwarte strepen. En zitten er her en der niet opnieuw barsten in de bol? Onderhoud wordt een peperduur blijvertje.

Wandelend door het Bosche bollenbos merk je pas hoe klein de paddestoelen eigenlijk zijn. Sommige kabouters hebben dan ook een schuurtje aan de ‘paalwoningen’ geplakt. “Moet ook wel”, vertelt een puntmutsloze inwoner, “want ik kon binnen mijn spullen niet kwijt. Nou en of; bij de inrichting moet je zeer doordacht met de beschikbare ruimte omspringen.”

Zeilbootje

De Boschenaar nodigt mij uit een kijkje in zijn postmoderne paddestoel te nemen. De hal fungeert als een soort berging waarin onder meer de centrale verwarmingsketel en wasmachine staan. Een verdieping hoger, onderin de bol, bevindt zich de slaapkamer. Het vloerniveau is verhoogd tot een plateau, met handige kastjes. Erboven is plaats voor een matras. Net de kajuit van een zeilbootje. Mijn gastheer met een scabreuze glimlach: “Je moet wel uitkijken voor de schuine muren als je met zijn tweetjes in bed ligt.”

Ondraaglijke akoestiek

Helemaal bovenin bevinden zich de sanitaire voorzieningen en de woonkamer met aanbouwkeuken. Doorsnede: 5,50 meter. De akoestiek is ondraaglijk. Mijn stem draait en weerkaatst door de ruimte om luid en duidelijk weer in mijn oren terug te keren. Vervelend. “Maar daaraan wen je na een tijdje”, vindt mijn gastheer en vervolgt: “van lekkage heb ik geen last. Maar dat geldt niet voor iedere woning”.

De woningen zijn geschikt voor niet meer dan een persoon. Al zijn enkele bewoond door mensen die beslist heel erg veel van elkaar moeten houden, weet de bolbewoner. De huur bedraagt f. 600 per maand. Kaal. Dat is niet goedkoop, het oppervlak indachtig. “Maar”, vindt de Boschenaar, “je woont in een echt prestigeobject he. Overigens verbaast het mij niks dat ze later niet meer van dergelijke bolwoningen hebben gebouwd. Als kunstobject zijn ze heel aardig. Maar voor langdurige bewoning zijn ze eigenlijk ongeschikt.”

Even later rijd ik het kabouterdorpje weer uit. Het hele po is opnieuw een bewijs dat modern architectonische fratsen dikwijls schitteren door praktisch onderhoudsongemak en bovenal totaal niet zijn opgewassen tegen de elementen. De scheppers van de Erasmusbrug hadden beter eerst eens in Den Bosch ke kijken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels