nieuws

Nieuwbouwbeleid ’84-’93 wreekt zich in Haaglanden

bouwbreed Premium

De druk op de woningmarkt in Haaglanden is groot, vooral in de middeldure huursector. In vergelijking met omliggende regio’s is er in de afgelopen 20 jaar minder gebouwd. De woningvoorraad is relatief oud. In de koopsector staan opvallend weinig woningen tussen de anderhalf en drie ton. Er is een urgent tekort van 8000 woningen, met name van goedkope huurwoningen en middeldure koopwoningen.

Hoe vindt het Stadsgewest een balans tussen de noodzakelijke herstructurering en behoud van de kernvoorraad? Dat was de opdracht van Haaglanden en de Vereniging Sociale Verhuurders Haaglanden (VSH) aan het Onderzoeksinstituut OTB. Consensus over de in het onlangs verschenen Regionaal Volkshuisvestingsplan Haaglanden (RVH) voorgestelde aanpak was eerder deze week onderwerp van publicatie in Cobouw.

Binnen de regio signaleert het OTB verschillen in vraag en aanbod. Logisch dat er ook verschillende accenten op de voorgestelde maatregelen worden gelegd.

In Delft en Den Haag richt de vraag zich vooral op eengezinswoningen. Waarbij Delft de nadruk legt op dure koopwoningen; Den Haag heeft een voorkeur voor middeldure woningen met veel kamers. Zoetermeer kampt met een tekort aan zowel eengezins- als meergezinskoopwoningen in het goedkope en dure segment. Kleinere woningen beginnen in Zoetermeer wat meer in trek te komen. In het Westland en overige gemeenten is met name vraag naar eengezinskoopwoningen en meergezinshuurwoningen.

Meer van hetzelfde

Den Haag, Voorburg en Delft krijgen de rekening gepresenteerd voor het in het verleden gevoerde nieuwbouwbeleid. ‘Meer van hetzelfde’ zo typeert het RVH de in de jaren ’84-’93 gebouwde kleine meergezinswoningen in de sociale huursector. Het bezwaar van eenzijdigheid geldt ook voor Pijnacker, Nootdorp en het Westland, zij het dat daar een zwaar accent lag op de koopsector. Rijswijk, Leidschendam, Zoetermeer en Wassenaar onderscheiden zich door een herdifferentiatie van de lokale voorraad.

De historisch gegroeide verschillen ke volgens het RVH een probleem worden als er sprake is van een deling, tussen arme en kansarme gebieden enerzijds en rijke en kansrijke gebieden anderzijds. Binnen de regio is deze deling inmiddels een feit, constateert het RVH. Aan het tegengaan van de deling ontlenen de samenstellers van het plan het doorslaggevende argument voor de herstructurering, ofschoon hier gezien het tekort aan beschikbare goedkope woningen in de regio eigenlijk geen ruimte voor is. Het RVH rekent voor dat er voor 136.100 doelgroepers slechts 106.300 woningen beschikbaar zijn. Het probleem doet zich voor dat 40% van de kernvoorraad, d.w.z. 68.000 goedkope huizen, wordt bevolkt door huishoudens die niet tot de doelgroep behoren. Door het terugdringen van dit percentage tot 30 wil het Stadsgewest voorkomen dat de beschikbaarheid van de kernvoorraad voor de doelgroep nog verder afneemt. Opvallend is trouwens het grote aandeel (50.600 woningen) van de particuliere sector in de kernvoorraad.

Als maximale herstructureringsruimte in de jaren tot 2005 noemt het RVH een afname van de kernvoorraad met 14.500 woningen. Daarbij gaat het RVH uit van 91.800 minima-plussers (inkomen tot 110% van minimumloon) in het jaar 2005 en de beschikbaarheid van 106.300 woningen voor deze groep. Inkrimping van de kernvoorraad doet zich vooral voor in Den Haag en Delft.

Overgevoelig

Voor herstructurering komen volgens het RVH speciaal wijken in aanmerking, waarvan wordt aangenomen dat zij ‘overgevoelig’ zijn voor de doorstromingseffecten van de 50.000 Vinex-woningen. Tot die kwetsbare wijken behoren: Bouwlust, Morgenstond, Moerwijk, Schilderswijk, Transvaalkwartier, zuidelijk deel Stationsbuurt, Rivierenbuurt, Spoorwijk, Molenwijk en Bezuidenhout-West in Den Haag; Kuyperwijk, Delft-Oost, Wippolder, Poptahof en Gilliswijk in Delft; Prinsenhof (hoog) en De Heuvel in Leidschendam; Te Werve, Stervoorde en Muziekbuurt in Rijswijk; ’t Loo en Bovenveen in Voorburg; Palenstein (hoog) en Meerzicht (hoog) in Zoetermeer.

De samenstellers van het RVH hebben niet de illusie alle ontwikkelingen in de hand te hebben. Omdat er nauwelijks iets bekend is van de effecten van herstructureringsingrepen in samenhang met de ontwikkeling van de Vinex-locaties pleiten zij voor een regelmatige monitoring. Verder roepen zij op tot het slechten van barrieres voor intergemeentelijke verhuizingen. De huidige woonkranten zijn bijvoorbeeld veel te lokaal gericht.

Reageer op dit artikel