nieuws

Leerlingen geven antieke baggerschuit opknapbeurt

bouwbreed Premium

De stichting Mens en werk in Delfzijl leidt samen met de Vereniging van Waterbouwers in de Bagger-, Kust- en Oeverwerken zestien jongeren op. De deelnemers hebben doorgaans hun opleiding aan het voorbereidend beroepsonderwijs niet afgerond en krijgen nu de kans om in de praktijk een vak te leren. Het werkgelegenheidspo duurt een jaar en bestaat uit praktijk- en theorielessen, bedrijfsbezoeken en een langdurige stage. Daarna ke de jongens aan de slag als dekknecht op een baggerschuit.

Nog een uurtje en dan meert stoombaggermolen ‘Friesland’ aan in de haven van Delfzijl. Wim Ravenshorst coordinator van het po kijkt er naar uit want zodra het vaartuig aanwezig is ke zijn jongens aan de slag. De baggerschuit – drie dagen eerder vertrokken vanuit het Nationaal Baggermuseum in Sliedrecht – moet worden opgeknapt. “Het is een pronkstuk”, meent Ravenshorst. “De Friesland is de enige nog werkende stoombaggermolen van Nederland.” Het vaartuig werd in 1936 gebouwd door de firma Holthuis in Veendam en is over ongeveer een jaar weer te bewonderen in het baggermuseum.

“Het opknappen van de baggermolen is te vergelijken met het werk dat de jongens straks in de praktijk gaan doen”, vertelt Ravenshorst. “Ze leren onder meer kleine reparaties uit te voeren en ze gaan de boot ontroesten.”

Daarnaast krijgen de deelnemers les in vakken als baggerkunde, kust en oeverwerken, navigatietechnieken en lassen. Verder worden korte cursussen gegeven op het gebied van baggerspecie en arbeidsomstandigheden in de baggersector.

De helft van de deelnemers komt uit Delfzijl en Appingedam, daarnaast zijn er cursisten uit Urk en Emmeloord. Wie niet in Delfzijl of directe omgeving woont, wordt voor de duur van het po ondergebracht in een nabij gelegen jeugdherberg.

De jongens zijn tussen 17 en 26 jaar oud en hebben maximaal een lbo-c opleiding. Om aan de opleiding deel te nemen zijn motivatie en technisch inzicht echter belangrijker dan een diploma. Enkele deelnemers uit Urk hebben een mavodiploma. “Op technisch gebied moeten ze nog erg veel leren”, zegt Ravenshorst.

De kosten van het po bedragen ongeveer drie ton en worden betaald uit overheidssubsidies en uit bijdragen van de baggersector.

Werkgevers

De werkgelegenheid bij baggerbedrijven is niet groot. Niettemin is er veel interesse voor het po. Harco Veldkamp (19) hoorde erover via een kameraad. “Hij had er vorig jaar aan meegedaan en het leek mij ook wel leuk”, zegt Veldkamp. Doorslaggevend voor zijn keuze was de baangarantie die de deelnemende bedrijven geven voor wie de opleiding afrond. Bovendien ziet Veldkamp goede mogelijkheden om hogerop te komen binnen het baggerbedrijf.

Ravenshorst: “Er doen verschillende, vooral kleine, baggerbedrijven aan mee. De werkgevers waren nauw betrokken bij de selectie van de deelnemers. Ze ke zo aan de slag. We stimuleren de jongens om verder te gaan met het volgen van cursussen.”

Nieuw po

Naast de plek waar ‘de Friesland’ straks aanmeert, ligt een kleine baggerschuit. Het bootje dateert van ver voor de Tweede Wereldoorlog, maar in de zwakke najaarszon glanst hij alsof hij zo uit de fabriek komt. “Die hebben we vorig jaar opgeknapt”, zegt Ravenshorst. “Toen hebben we veertien jongens opgeleid en daarvan hebben er elf een vaste baan gevonden. Het is de bedoeling om volgend jaar een vergelijkbaar po op poten te zetten.”

Een probleem dat zich daarbij voordoet is dat het aantal oude baggerschuiten dat moet worden opgeknapt niet echt groot is. “Het is ook niet beslist noodzakelijk om een oude baggerschuit op te knappen”, meent Ravenshorst. “Het gaat er om dat de deelnemers leren om verschillende soorten werk uit te voeren die ze in de baggerpraktijk tegen komen. Daarvoor hebben we niet perse een schip nodig.”

Reageer op dit artikel