nieuws

‘Kritiek BNA tweede fase Bouwbesluit onhoudbaar’

bouwbreed

De kritiek van de Bond van Nederlandse Architecten (BNA) op de tweede fase van het Bouwbesluit is niet houdbaar. Dat vindt ir. N.P.M. Scholten, coordinator bouwregelgeving bij TNO Bouw. De onderzoekers zijn niet voldoende deskundig en passen de regels niet correct toe.

Frans van Velden

In een reactie op het rapport ‘Vormgevingstoets Bouwbesluit 2e fase’, dat in opdracht van de BNA is geschreven door adviesbureau DHV AIB te Amersfoort, veegt Scholten de vloer aan met de kritiek.

Het rapport van DHV AIB doet verslag van een steekproef van zes poen, die zijn getoetst aan de tweede fase van het Bouwbesluit. Volgens dit rapport zijn de regels soms onlogisch, ongewoon zwaar of voor meerdere uitleg vatbaar. Ook is er in sommige gevallen sprake van een onnodige verhoging van de kosten of een directe invloed van de voorschriften op de architectuur. Hieruit blijkt dat de tweede fase van het Bouwbesluit niet af is, vindt de BNA.

Scholten is het hier helemaal niet mee eens. Hij heeft het rapport van DHV AIB grondig doorgenomen. “Alles overziend blijft er inhoudelijk van dit rapport niet veel overeind. Het bevestigt alleen maar dat de kennis van het Bouwbesluit in de wereld van de ontwerpers onder de maat is”, aldus Scholten.

Volgens hem zullen de bezwaren van de BNA als sneeuw voor de zon verdwijnen, als de ontwerpers zich beter verdiepen in het Bouwbesluit.

Onvoldoende deskundig

Scholten geeft een hele reeks argumenten tegen het onderzoek van DHV AIB. Hij vindt het onjuist, dat er bestaande gebouwen zijn onderzocht. Die zijn immers ontworpen op basis van oude regelgeving.

“Een goed onderzoeker zou een nieuw ontwerp maken en dan de ontwerpwaarden en de bouw- en exploitatiekosten van beide ontwerpen met elkaar vergelijken”, aldus Scholten. Bovendien is in enkele gevallen de regelgeving voor nieuwbouw toegepast op verbouw. Ook dat is niet terecht.

Volgens Scholten zijn de onderzoekers van DHV AIB onvoldoende deskundig op het gebied van het gelijkwaardigheidsbeginsel. Zij hebben ook geen deskundigheid ingehuurd, maar de onjuiste conclusie getrokken dat er geen oplossingen zijn voor situaties, waarop het Bouwbesluit niet is toegesneden. Dat is verwerpelijk te noemen.

Voor een deel is het onderzoek van DHV AIB gebaseerd op achterhaalde documenten, stelt Scholten. Hij vindt het merkwaardig dat er nu pas naar buiten wordt getreden met een reactie, die in april 1995 op zijn plaats was geweest.

Scholten ontkent niet dat er in de tweede fase van het Bouwbesluit in een aantal opzichten sprake is van een verzwaring van de regels. Het gaat om voorschriften met betrekking tot toegankelijkheid, parkeervoorzieningen en warmte- en geluidsisolatie. Die verzwaringen zijn uitgebreid in de politiek behandeld en aanvaard.

Tijd beter besteden

In het DHV AIB wordt op een aantal punten ten onrechte van een verzwaring gesproken, aldus Scholten. Het gaat niet aan om een aantal toevallig in de praktijk goedgekeurde poen als uitgangspunt te nemen voor een beoordeling van het Bouwbesluit. Als er op basis van de tweede fase van het Bouwbesluit bouwvergunningen worden geweigerd, dan wil dat nog niet zeggen dat de regels zijn verzwaard.

Vaak is er sprake van regels op basis waarvan een bouwvergunning voorheen ook geweigerd had moeten worden. Bovendien passen de onderzoekers de regels van de tweede fase van het Bouwbesluit niet correct toe. Scholten noemt hiervan een hele reeks voorbeelden. Hij concludeert tenslotte, dat het weinig zin heeft om veel aandacht te besteden aan het rapport ‘Vormgevingstoets Bouwbesluit 2e fase’. Wat hem betreft kan de vaste Tweede Kamercommissie VROM zijn tijd beter besteden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels