nieuws

Feireiss vecht voor subsidie NAi

bouwbreed

Kristin Feireiss is een en al enthousiasme bij een rondleiding langs de vier huidige tentoonstellingen in het Architectuurinstituut. Er is een grote variatie aan werk te zien. Maar als de Tweede Kamer niet voor extra subsidie kan zorgen zal het NAi onvermijdelijk “een langzame dood” sterven, benadrukt ze. Met kracht weerlegt ze de kritiek dat het NAi daar mogelijk zelf schuldig aan is.

Het gesprek gaat over de penibele situatie waarin het NAi verkeert. De extra subsidie die het instituut wil, de twijfels over de noodzaak daarvoor en het beleid dat Kristin Feireiss voorstaat. Zij is nog maar net een half jaar directeur – “niet gesolliciteerd, maar gevraagd” – maar moet al vechten om het NAi te behoeden voor “een langzame dood”. Maar eigenlijk wil zij vooral laten zien wat er nu in het NAi te beleven is en welk tentoonstellingsbeleid zij voorstaat.

De rondleiding begint boven ‘op zolder’. Daar hangen alle 245 plannen die jonge Europese architecten hebben gemaakt voor vijf woningbouwlocaties in Nederland. Het belangrijkste vindt Feireiss de relatie met de praktijk: de tweejaarlijkse wedstrijd heeft sinds 1988 al werk opgeleverd aan zestien jonge talenten. De overvloed aan plannen vergt studie van de bezoeker. Ja, geeft zij toe, misschien kan voor de leek de introductie iets duidelijker – en ter plekke geeft zij aanwijzingen aan de samensteller om alsnog daarvoor te zorgen.

Een verdieping lager staat meubilair van Gispen op verleidelijke wijze gerangschikt. Feireiss wijst op de Gispen-tafel met stoelen waar bezoekers rustig in boeken daarover ke snuffelen. Sinds zij haar entree heeft gemaakt, zijn dit soort studietafels, waar een breder publiek er eens even voor kan gaan zitten, een vast ingredient.

In de Galerij is het overzicht van werk van de Nederlandse architect Loerakker didactisch gerangschikt op betonblokken, met per po foto’s, tekeningen en studiemaquettes. “Een fantastisch idee van Loerakker zelf”, bewondert Feireiss, “veel levendiger dan wanneer het aan de muur had gehangen.”

Hoofdzaak is de tentoonstelling in de Grote Zaal van werk van vier jonge Franse architecten. Er staat een lange tafel met boeken en onderdelen van hun werk, vanuit strandstoelen kan men lui naar dia’s op het plafond kijken – “architectuur is ook een kwestie van genot” – en elke ontwerper heeft een eigen hoek ingericht: de een als een toverdoos, de ander als een gebouwtje op zich, weer een ander als een ingenieus labyrint van spiegelende deuren.

Waarom Frankrijk en waarom deze vier? De bedoeling is dat elk jaar een ander Europees land aan de orde komt met talent dat nog niet zo bekend is in Nederland, legt Feireiss uit. Net zoals Loerakker past in een serie over gedegen Nederlandse architecten van het tweede plan. Steeds moet er ook een interieurtentoonstelling aan te treffen zijn en een presentatie van jong talent, prijsvragen of dergelijke. In de hal en onder de arcade buiten is dan nog plaats voor actuele terzijdes.

‘NAi voor breed publiek’

Als belangrijkste opgave beschouwt Feireiss het toegankelijk maken van het NAi voor een breed publiek. “Het is geen wetenschappelijk instituut maar moet bemiddelen tussen het grote publiek en de vakwereld. Het is ook geen kunstmuseum waar alleen mooie dingen zijn te zien. Het gaat ook om actualiteit en politiek”, aldus Feireiss.

Het NAi moet ook meer naar buiten treden. Daartoe heeft Feireiss al talloze contacten gelegd. Zichtbaar resultaat zijn ‘lokaal’ gekleurde tentoonstellingen over bijvoorbeeld de Erasmusbrug, een met de TU Delft samen georganiseerde lezingencyclus, tot en met samenwerking met Thessaloniki, dadelijk de culturele hoofdstad van Europa.

Op de vraag of de huidige organisatie van het NAi geschikt is om deze doelstelling te bereiken, stelt Feireiss: “De basis van de organisatie is het gebouw. Het gebouw is zeer moeilijk echt openbaar te maken, en een ander gebouw zou ook een andere organisatie opleveren.

In het begin heb ik gedacht dat er teveel mensen werkten – dat denk je alleen al als je bij de entree twee mensen achter twee aparte balies ziet. Ik heb dat nauwkeurig onderzocht maar ben tot de conclusie gekomen dat deze bezetting echt nodig is, ook al omdat het instituut regelmatig ’s avonds open is voor lezingen.

De meeste mensen werken bij het archief. Maar dat is dan ook het grootste in Europa. Voorts gaat het bij twintig procent van het personeel om Melkertbanen, banenpoolers en stagiaires. De organisatie is in die zin niet goed, dat het personeel overbelast en onderbetaald is. De salarissen liggen enkele honderden guldens onder de cao-schalen.”

Financiele nood

Feireiss verwerpt de stelling dat het interen op de reserves in het verleden een vorm van mismanagement is geweest, en dat het NAi eerder aan de bel had moeten trekken. Al is ze naar haar aanstelling zes maanden geleden wel geschrokken. “De financiele situatie was erger dan ik had gedacht.”

Feireiss: “Maar je kunt het geen mismanagement noemen dat het NAi eerst zelf geprobeerd heeft de financiele problemen op te lossen. Dat het niet gelijk om meer geld is gaan vragen maar de problemen eerst inzichtelijk heeft gemaakt. Vergeet niet dat toen het instituut drie jaar geleden de deuren opende en de eerste meerjarenraming werd opgesteld, er nog geen idee was hoeveel geld er precies nodig zou zijn.”

“Na mijn aanstelling heb ik in mijn eerste gesprekken met staatssecretaris Nuis en het ministerie problemen aangekaart met het beheer van het archief en groot onderhoud; ik wilde niet gelijk alleen maar om geld vragen. Temeer omdat ik dacht dat dat ter sprake zou komen bij ons beleidsplan voor de komende jaren. Op basis van de ervaring van de eerste jaren ke wij nu aangeven wat echt nodig is voor een instituut met de omvang van het NAi. Ik had daar serieuze aandacht voor verwacht.”

“Het is werkelijk oneerlijk wat gebeurd is: dat wij nu eigenlijk nog minder geld krijgen dan in het verleden. In 2000 moeten wij het doen met hetzelfde budget als in 1993! Het lijkt alsof we een paar ton meer krijgen, maar de voorwaarde is dat we geen geld meer ke krijgen van het Stimuleringsfonds voor Architectuur. En de f. 125.000 extra voor het archief krijgen we alleen als we uit eigen middelen ook zo’n bedrag bijpassen.”

Rol van sponsors

Kan de financiele nood gelenigd worden door de inkomsten te vergroten of met behulp van sponsoring? Feireiss: “Als er 100.000 bezoekers komen, zoals de bedoeling is in plaats van 60.000, levert dat nog niet de oplossing.”

“Verder is het in strijd met het openbare karakter van het NAi, met de educatieve en bemiddelende rol, om een hoge entree te heffen. Eigenlijk zou het gratis moeten zijn.”

“Ook sponsoring is geen basis voor continuiteit. Sponsors werken op korte termijn voor specifieke poen. Waartoe te grote afhankelijkheid daarvan kan leiden kun je zien bij het Duitse Architectuur Museum: een kritiekloze tentoonstelling over de reconstructie van de Potsdammer Platz, gesponsord door de grootste investeerder: Mercedes-Benz. Of die tentoonstelling over Hong Kong, samengesteld door de promotie-afdeling van die stad zelf!”

Proefwerk

Of de deuren dicht zullen gaan in april, of dat de rest van het jaar dezelfde tentoonstelling zal blijven staan, daar gaat het niet precies om. Maar directeur Kristin Feireiss is er stellig in dat het Architectuurinstituut “een langzame dood” zal sterven als de Tweede Kamer geen extra subsidie weet los te peuteren bij staatssecretaris Nuis van Cultuur. Zou het ke dat het gebouw gewoonweg te groot is, de ambities te hoog gegrepen?

Feireiss: “Oh nee, het is absoluut geen prestigepo zonder inhoud. Er is genoeg te doen, als je kijkt naar de grote Europese problemen van ecologie, landschap, woningbouw, verstedelijking. Maar het gaat nu eenmaal langzaam om als instituut een positie op te bouwen.”

Bij de bespreking van de begroting van Nuis in november zal de Tweede Kamer zich uit ke spreken over dit wel en wee van het NAi. Feireiss hoopt dat de Kamer voor het meerjarenplan tot 2000 meer subsidie beschikbaar zal stellen. Als we na haar vurige pleidooi voor het NAi langs de tentoonstellingen lopen voegt ze er aan toe: “Het voelt net als vroeger op school als ik proefwerken moest maken. Dan werd er thuis gezegd: meer dan je best kun je niet doen. De rest is afwachten.”

TEKST: TOM MAAS

FOTO: HANS-JoRGEN COMMERELL

Directeur Kristin Feireiss van het Architectuurinstituut: “De belangrijkste opgave is het toegankelijk maken van het Architectuurinstituut voor een breed publiek. Zonder extra subsidie zal het echter een langzame dood sterven.”

‘Het instituut is absuluut geen prestigepo zonder inhoud’

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels