nieuws

Eenvoudiger, huurlasten verlagend en segregatie bestrijdend: Nieuwe IHS slaat drie vliegen in een klap

bouwbreed Premium

Beperking van de huurlasten voor met name ouderen en alleenstaanden, vergroting van de eenvoud en klantvriendelijkheid en het tegengaan van inkomenswijken. Dat zijn de drie doelen van de nieuwe wet op de huursubsidie, die staatssecretaris Tommel gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In het Regeerakkoord was al aangekondigd dat de individuele huursubsidie ingrijpend zou worden gewijzigd. De hoofdlijnen van die wijziging werden vervolgens eind 1995 besproken met de Tweede Kamer.

En nu ligt er dan het definitieve wetsvoorstel voor een nieuwe huursubsidie-regeling. “Een forse stap vooruit”, zo zei Tommel in zijn toelichting.

Het nieuwe stelsel kent geen veelheid aan tabellen meer, waarmee diverse percentages aan kwaliteitskortingen (korting op de huursubsidie bij een bepaalde huurgrens) worden bepaald. In de plaats daarvan is er een kwaliteitskorting gekomen, van 20%, ingaande bij een huur van f. 575 en lopend tot f. 823 voor kleine en tot f. 882 voor grotere huishoudens. Voor het gedeelte van de huur dat daarboven valt, geldt, tot een huur van f. 1085, een kortingsgrens van 50%.

Een andere wijziging betreft de aanscherping van de vermogenstoets. Deze was f. 80.000 voor alleenstaanden en f. 160.000 voor meerpersoonshuishoudens en wordt nu respectievelijk f. 38.000 en f. 56.000.

Nieuw is de invoering van prestatienormen. Gemeenten en verhuurders krijgen straks een grotere verantwoordelijkheid voor de beperking van de uitgaven aan huursubsidie, via een gematigd huurbeleid en goede woningtoewijzing. Het ministerie van VROM gaat hierbij uit van de stijging van de rijksuitgaven voor IHS, van f. 2,19 miljard in 1995 tot f. 3,02 miljard in 2000. Dit laat zich in percentages vertalen, die als landelijk gemiddelde worden genomen. Ligt de uitgekeerde huursubsidie in gemeenten of bij bepaalde verhuurders boven dit gemiddelde, zonder dat daar een goede reden voor te geven is, dan krijgen zij een boete, en moeten een bijdrage storten in de schatkist.

Positief

Volgens Tommel heeft de nieuwe IHS-regeling louter positieve effecten. Bijvoorbeeld: zo’n 75 procent van de huishoudens die nu IHS ontvangen, gaat er in de volgende huurronde netto op vooruit, ondanks de dan doorgevoerde huurstijging. De gevolgen zullen met name merkbaar zijn voor ouderen en alleenstaanden. Ook in het algemeen gaat er een dempend effect van de nieuwe IHS uit, dankzij de prestatienormen. Bovendien wordt het voor huurders met een laag inkomen eenvoudiger om in een dure woning te (blijven) wonen. “De realiteit”, aldus Tommel, “is dat vier van de tien goedkope woningen worden bewoond door mensen met een hoger inkomen. Dat betekent dat de lagere inkomens ook in staat moeten worden gesteld duurdere woningen te betrekken. Dat kost geld, maar daar hebben we een bewuste keuze voor gemaakt.”

Scheefheidsbestrijding

Voordeel is dat deze maatregelen het ontstaan van inkomenswijken en ruimtelijke segregatie helpen tegengaan (Tommel: “Scheefheidsbestrijding tot de laatste snik heeft niet meer de hoogste prioriteit”), en de verhuurbaarheidsproblemen verkleinen in gemeenten die over een dure huurwoningvoorraad beschikken.

En tenslotte komt de huursubsidie daar terecht waar zij hoort. Weliswaar verliezen 100.000 huishoudens het recht op IHS, maar dat gebeurt omdat zij te veel eigen vermogen hebben. Lagere inkomens blijven buiten deze maatregel.

Tommel roept de Tweede Kamer op het wetsvoorstel snel te behandelen. “Rond februari moeten de huurders en verhuurders toch wel weten waar ze aan toe zijn”.

De nieuwe IHS schematisch weergegeven.

Reageer op dit artikel