nieuws

Een architect kan alles

bouwbreed

Als het maar niet uitloopt op een tweede Stopera-effect, verzuchtte de Rotterdamse architect/bruggenbouwer Maarten Struijs. Dat de bewegingsvrijheid van architecten wordt beknot door een golf van angsthazerij, want voordat je het weet gaat een brug aan de dans.

In de Publieke Opinie is het de schuld van de architect. In de Publieke Opinie is het altijd de schuld van de architect. Of het nu gaat om slingerende tuien of een bladderend station in Leiden. Alles wat tussen lekkages en flatneurose in zit – de schuld van de architect.

Geheel onverklaarbaar is het niet. Architecten zijn ijdeltuiten. Ze zijn er als de kippen bij om met de eer te strijken. Dus weet men ze ook als eerste te vinden als het verkeerd uitpakt. Maar om alles op het conto te schrijven van architecten is natuurlijk een groteske overschatting van hun macht.

Bij lekkages ligt het voor de hand om ook de (onder-)aannemer eens diep in de ogen te kijken. Bij bladderende verf de schilder. En als het gaat om flatneuroses moeten we ook eens kijken naar de minister die premies uitloofde voor massale flatbouw. Overigens, achteraf gezien bleek die neurose gewoon een kwestie van wennen. En het fiasco van het Amsterdamse stadhuis/muziektheater, moeder van alle Stopera-effecten, was er nooit geweest als de opdrachtgever niet overhaast twee gebouwen en architecten aan elkaar had geplakt met een onvolkomen programma van eisen dat tijdens de bouw nog herschreven werd.

En de brug? Wie weet alles van het gedrag van tuien in wind en regen? Is er ook maar iemand die denkt dat de architect zelf de windtunnelproeven doet? Of de constructieberekeningen? In alle redelijkheid kan niemand menen dat de architect zoveel macht heeft dat die ongecontroleerd zijn zin zou ke doordrijven.

“Doe dat nou niet Ben, want dan gaat-ie dansen.”

“So what, wat is er tegen een dansende zwaan?”

“Nou, dan moet dat maar zo.”

Het is een ondraaglijke gedachte, maar het is wel waar: de schepping is niet perfect dus soms gaat het mis. Noem het noodlot, erfzonde, karma of stom toeval. Na de Stopera zijn de bouwadviseurs opgekomen als nieuwe helden die zouden zorgen dat het nooit meer uit de hand zou lopen. In die waan hebben opdrachtgevers ke leven tot het debacle van het veel te dure Chassetheater in Breda. Daar zat de pomanager even te slapen.

Toch is het vleiend voor architecten dat ze overal de schuld van krijgen. De Publieke Opinie verdiept zich niet in pragmatische details hoe precies de verantwoordelijkheden liggen, maar begrijpt dat bij een kunstwerk iemand onbetwist de grote inspirator moet zijn. En dat is de architect. De persoon die alle wensen, eisen, dromen, gedachten, machten en krachten verwerkt in de eerste pennenstreek – in deze vorm en geen andere komt alles samen. Noem het een zwaan, noem het een harp. De architect is de grote naamgever – en wat geen naam heeft bestaat niet. Dus een architect kan alles.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels