nieuws

Dijkverhoging laatste fase hoogwaterbescherming

bouwbreed

Dijkverhoging moet de laatste fase zijn in het proces van hoogwaterbescherming. Ruimte creeren voor de rivier om het water te ke bergen gaat daar verre aan vooraf. Niet alleen in Nederland, maar ook in de andere Rijnoeverstaten is dat het credo.

De Baden-Wurttemberger genie-officier en waterbouwkundige Tulla wist het halverwege de vorige eeuw wel. Leidt de Rijnstroom in rechtere banen, verdiep de bedding, dan wordt het land erom droog en is uitermate geschikt voor land- en woningbouw. En aldus geschiedde.

Tussen 1920 en 1977 kwamen daar nog allerlei andere ingrepen aan de rivier bij, voornamelijk met het oog op het gebruik van de Rijn als vaarwater. Alleen al in Baden-Wurttemberg leidde dat tot de bouw van tien stuwen. Bovendien werd de rivier op vele plaatsen gekanaliseerd.

Helaas zijn dat soort ingrepen niet straffeloos uit te voeren. De natuur laat zich niet altijd dwingen. Waar dat toe leidt hebben de extreme hoge waterstanden in 1993 en 1995 wel geleerd.

In Baden-Wurttemberg wisten ze het echter twintig jaar geleden al. Daar zijn de deelstaatautoriteten dan ook toen al begonnen met nadenken over het geven van meer ruimte aan de rivier. Dat gebeurt dan door de aanleg van een soort polders die geen ander doel dienen dan waterberging in tijden van extreem hoge waterstanden.

Vlak bij de stuw bij Kehl, aan de Duitse kant ter hoogte van Straatsburg, ligt zo’n polder, waar 12 miljoen m3 water kan worden geborgen, wachtend op lagere waterstanden. De bedoeling is dat dit wordt uitgebreid naar 37 miljoen m3, hetgeen pas kan als er maatregelen genomen zijn die de grondwaterstand van het land achter de binnenste dijk te beheersen. In totaal moeten er op dat stuk Bovenrijn polders komen, goed voor een waterbergend vermogen van 168 miljoen m3. Frankrijk doet daar nog eens 55 miljoen m3 bij en Rijnland-Pfalz 30 miljoen m3.

Dure zaak

Een dure zaak, zo zegt directeur G. Kleiber van de stuw bij Kehl. Elke kubieke meter opvangcapaciteit vergt een investering van 7 tot 10 D-mark. Ook is de bevolking niet onverdeeld gelukkig, aangezien er in de polders behalve natuurgebied ook nog intensief gebruikte landbouwgrond ligt. De boeren worden echter schadeloos gesteld als de polder onder water wordt gezet. En dat, zo hoop Kleiber, zal maar eens in de twintig jaar nodig zijn. In 1984 en 1988 was het in ieder geval al raak. In 1993 en 1995 niet. In 1993 niet omdat de hoogwaterstand ter hoogte van Kehl er geen aanleiding toe gaf ondanks het feit dat het ging om verhoging door smeltwater. De hoogwaterstand in 1995 was voornamelijk het gevolg van regen noordelijk van Kehl, waardoor de Moezel een geweldige invloed kreeg, maar dan veel noordelijker, in Noordrijn-Westfalen en Nederland.

Geen wonder dus dat de noordelijker gelegen deelstaten zoals Rijnland-Pfalz en Noordrijn-Westfalen druk bezig zijn soortgelijke programma’s op te zetten als Baden-Wurttemberg. Want, zo zegt Kleiber, wat wij doen heeft verderop nauwelijks effect. “Als onze maatregelen al helpen om het waterpeil in Keulen of Nederland iets te verlagen, is dat puur geluk en mooi meegenomen”, zegt hij.

Gedeeltelijk

Rijkswaterstaatman R. Hillen, tevens lid van de Internationale Rijncommissie is het slechts gedeeltelijk met hem eens. Hij ziet ook wel dat de plannen in Noordrijn-Westfalen van veel groter belang zijn voor Nederland, maar “als we de effecten van de Duitse en Franse maatregelen bij elkaar optellen, helpen ze wel degelijk het probleem in Nederland iets beheersbaarder te maken.”

Hij benadrukt echter dat we niet altijd alleen maar moeten kijken naar hoeveel water er bij Lobith ons land inkomt. “Het belangrijkste is dat alle maatregelen, dus ook wat wij in Nederland doen, een samenhangend geheel vormen. Dan is het minder belangrijk hoeveel centimeter de Rijn meer of minder stijgt.”

Wat dat betreft gebeurt er in Nederland al het een en ander al dan niet onder het kopje ‘levende rivieren’. Zo is het weer bruikbaar maken van de uiterwaarden voor waterberging al dan niet gekoppeld aan waar mogelijk het verleggen van dijken in een stroomversnelling gekomen.

“Gedacht wordt aan het verdiepen van de uiterwaarden door 1 tot 2 meter klei eraf te halen. Gedeeltelijk kan dat worden gebruikt in de grofkeramische industrie, deels voor herinrichting van de uiterwaarden”, zo zegt Hillen.

Soortgelijk poen zullen er in de Maas ook moeten komen, zij het dat het daar anders zal gaan. Dat komt omdat het karakter van de Maas anders is. Bovendien loopt de Rijn voorop omdat de Rijnoeverstaten al veel langer samenwerken, zij het in eerste instantie op het gebied van de waterkwaliteit. “Daar is nu de hoogwaterbestrijding bijgekomen”, aldus Hillen.

Net als in Duitsland zijn er diverse tegenkrachten. Zo zijn er met name in Limburg nogal wat weerstanden tegen het bouwverbod dat minister De Boer heeft ingesteld voor de uiterwaarden. Blijkbaar is het geheugen daar zeer kort.

In een tot twee dagen wordt via drie schuiven de polder onder water gezet

Ook deze stuw bij Kehl helpt bij de waterregulering.

Het pompstation is nodig om de grondwaterstand in bedwang te houden.

Dit lieflijke natuurgebied net binnen de rivierdijk komt een aantal meters onder water te staan als de Rijn te hoog dreigt te komen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels