nieuws

Cor Singerling over renovatie Museum Willet-Holthuysen:

bouwbreed

‘Zoiets moois als dit

nog nooit meegemaakt’

Het hoofdstedelijk museum Willet-Holthuysen, gehuisvest in het eeuwenoude patriciershuis Herengracht 506, wordt in etappes ingrijpend gerenoveerd. Met het karwei is in 1995 begonnen. De eerste twee fasen (totale kosten f. 2,4 miljoen) zijn inmiddels achter de rug. Ze werden gecoordineerd door bouwbedrijf Derksen en Singerling uit Ouderkerk a/d Amstel, dat tevens zelf alle bouwkundige werkzaamheden uitvoerde. Volgend jaar volgt de derde fase.

“Ik loop al vijftig jaar in de bouw mee. Maar op het gebied van kleinschalige restauraties heb ik nog nooit zoiets moois meegemaakt als dit po”, aldus een bijna lyrische Cor Singerling, die deze week afscheid neemt als algemeen directeur van de bouw- en aannemingsmaatschappij.

En hij kan het weten. Want het bedrijf, waarvan hij achttien jaar samen met de eerder dit jaar al teruggetreden financieel directeur Martin Derksen de kar trok, heeft in Amsterdam naam gemaakt met omvangrijke, spraakmakende restauratiepoen. Zo werden onder meer het Amsterdams Historisch Museum, de Zuiderkerk (toren) en het Stedelijk Archief in oude luister hersteld. Het bedrijf is dan ook gespecialiseerd in restauraties, onderhoud en verbouwingen van vooral cultureel erfgoed.

Het museum vierde dit jaar het eeuwfeest. Dat werd bekroond met de officiele oplevering van de eerste twee fasen van een broodnodige renovatie van interieur en exterieur.

In 1995 werden door Derksen en Singerling de voor- en achtergevel grondig opgeknapt. Aansluitend volgde de eerste fase van een omvangrijke renovatie van het museale gedeelte. Aanvankelijk lag het in de bedoeling uitsluitend diverse nieuwe toiletgroepen te creeren, waterleidingen aan te leggen ten behoeve van de brandbeveiliging, een klimaatregeling te installeren ter bescherming van de kunstschatten, alle elektrische leidingen te vernieuwen en een geheel nieuw beveiligingssysteem aan te brengen. Maar uiteindelijk werd er nog veel meer gedaan.

“Omdat er een budget van f. 1 miljoen beschikbaar was, zouden er geen bouwkundige werkzaamheden ke worden uitgevoerd. Die stonden gepland voor 1997. Maar plots kwam er opeens acht ton meer beschikbaar. Het museum bleek namelijk btw terug te ke krijgen. Bovendien kwamen er enkele legaten vrij en besloot de gemeente alvast een voorschot te geven uit het onderhoudsbudget voor 1997. Dat extra geld werd toen aangewend voor restauratie van de stijlkamers in het museale gedeelte van het grachtenpand”, vertelt Singerling.

Vaklieden

Dat werk werd opgedragen aan zijn bedrijf. De officiele oplevering heeft enkele weken geleden plaatsgevonden. Dat gebeurde op nadrukkelijk verzoek van de museumdirectie door “een burgeres van Amsterdam”, in casu de echtgenote van eerste burger Patijn.

Singerling licht toe dat het ging om “heel fijn restauratiewerk”. Daarbij moest omzichtig worden omgesprongen met kwetsbare details, zoals lambriseringen, deuren, schouwen, plafonds, etc. Bovendien werden nieuwe vitrines gemaakt in de eigen timmerwerkplaats.

Het specialistisch werk stelde volgens hem hoge eisen aan het vakmanschap van degenen die het uitvoerden.

“Het was echt alleen te doen door optimaal opgeleide vaklieden van uiteenlopende disciplines, die gewend zijn in een museum te werken en bovendien respect tonen voor elkanders vakmanschap. Wat dat betreft is dit project voorbeeldig uitgevoerd. Timmerlieden, schilders, stukadoors en installateurs hebben in volstrekte harmonie samengewerkt. Er is geen onvertogen woord gevallen”, beklemtoont hij.

Volgend jaar worden nog enkele bouwlagen aangepakt. In het kader daarvan moet onder meer een speciale ruimte worden gecreeerd voor de officiele ontvangst van gasten van de gemeente Amsterdam. Ook moet er een ruimte worden ingericht voor de conservator van het museum.

Zeventiende eeuw

Het pand Herengracht dateert uit de zeventiende eeuw. De bouw vond plaats in de periode 1685-1690 als onderdeel van ‘de nieuwe uitleg’ van Amsterdam: een stadsuitbreiding van de grachtengordel met chique koopmanshuizen. In feite betreft het een vijfraams dubbel grachtenhuis met een symmetrische indeling. Souterrain en zolder met vliering meegeteld, zijn er zes bouwlagen. Het pand is in de oorspronkelijke staat behouden. De enige aanpassing vond plaats begin 18e eeuw. Toen werden voorgevel, hoofdingang en trappenhuis gemoderniseerd.

De gang loopt door het midden van het pand. Aan weerskanten liggen kamers recht tegenover elkaar. De vertrekken aan de rechterkant zijn aan elkaar gekoppeld via gangetjes die achter het trappenhuis doorlopen.

Het pand is in de loop der eeuwen steevast bewoond door prominente Amsterdammers. In 1888 vermaakte de weduwe van kunstverzamelaar Abraham Willet het woonhuis met inboedel aan de stad Amsterdam.

Die kreeg in een klap niet alleen een prachtig en goed geconserveerd monumentaal patriciershuis in handen, maar tevens een unieke, zeer uitgebreide en bovenal kostbare verzameling beeldende kunst en kunstnijverheid in de schoot geworpen. Het ging om onder meer schilderijen, beeldhouwwerken, zilver, porcelein, keramiek, grafiek, glas en uitgebreide bibliotheek met boeken over kunst.

Voorwaarde voor de schenking was, dat de gemeente het pand zou openstellen voor het publiek onder de naam ‘Museum Willet-Holthuysen’. Aldus geschiedde in 1896. De collectie werd nadien stelselmatig uitgebreid. Onder meer met de complete kunstverzameling van het beroemde Amsterdamse regentengeslacht Backer. Die collectie bestond uit schilderijen, prenten, tekeningen, miniaturen, silhouetten, zilveren speelgoed, munten, penningen en Bijbels en andere zeldzame boeken.

Museale gedeelte

Het museale gedeelte beslaat vier bouwlagen: souterrain, tussenverdieping, bel-etage en bovenverdieping. Achter het woonhuis ligt trouwens een voor Amsterdamse begrippen unieke symmetrische tuin in Franse klassieke stijl.

Singerling kan echt watertanden als hij over het museum praat. Juist de kleinschaligheid ervan spreekt hem aan: “Echt, als je door dat grachtenpand loopt, valt je bek open van zoveel schoonheid. Je ziet oneindig veel opmerkelijke details. Paleis ‘Het Loo’ is er niets bij. Voor een restauratie-vakman is het museum werkelijk om te smullen.”

Peter Stuvel

Het grachtenpand, waarin het museum is gevestigd.

Foto: Dick Vader

Restauratie was dringend nodig. Veel houtwerk was aangetast.

De tuin achter het pand.

Cor Singerling: “Nog nooit zoiets moois meegemaakt.”

Foto: Dick Vader

Wisseling directie

De laatste oplevering waarin Cor Singerling de hand heeft, is niet van bouwkundige aard. Het betreft de installatie van een geheel nieuwe directie voor het bedrijf.

Per 1 januari 1997 wordt

bouw- en aannemingsmaatschappij Derksen en Singerling geleid door Dick Singerling (algemeen directeur) en Pim Hunting (financieel directeur). Bij het bedrijf werken thans 62 mensen. Van hen vallen er 45 onder de bouw-cao. De jaaromzet van het bedrijf is inmiddels f. 20 miljoen.

Cor Singerling neemt vrijdag 29 november vanaf 16.00 uur afscheid met een receptie in de schuttersgalerij van het Amsterdams Historisch Museum. Hij blijft overigens nog wel adviseur van het bedrijf.

Degenen die hem een attentie zouden willen geven, verzocht hij met klem een financiele bijdrage te storten op bankrekening 54.60.62.032 t.b.v. het dagverblijf voor geestelijk gehandicapten ‘De Klompenhove’ in Egmond aan de Hoef.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels