nieuws

‘Bouwprocesingenieur’ meer manager dan techneut

bouwbreed Premium

De Universiteit Twente (UT) levert dit jaar de eerste afgestudeerden Civiele Technologie en Management af. Deze opleiding begon in 1992 en combineert de vakken Civiele Techniek en Bedrijfskunde. De bouwprocesingenieurs richten zich niet specifiek op de techniek van het bouwen, maar bestuderen het management er om heen.

Ze moet steeds uitleggen wat de opleiding inhoudt en wat voor opdrachten de studenten ke doen, maar uiteindelijk lukt het altijd om een student aan een stageplek te helpen. “Vooral de grote aannemers zijn geinteresseerd. De kleinere moeten eerst over de streep worden getrokken, maar ik heb nog nooit gehoord dat ze een student niet wilden hebben”, zegt Marieke Rinket. Zij is stagecoordinator van de UT en heeft dagelijks telefonisch contact met aannemers varierend van multinationals tot en met familiebedrijven. Ook de studenten weten haar te vinden. Elke dag is er wel een aantal dat haar kantoortje in het UT-gebouw aandoet om over een stageplaats te praten.

“De meesten willen het liefst bij een groot po stage lopen, maar aan die wens kan ik niet altijd voldoen. Zoveel grote bouwwerken zijn er nu ook weer niet”, verzucht de stagecoordinator.

Het is overigens de vraag of een stage bij een groot bouwpo wel altijd zo voordelig is. “Bij een kleine aannemer ke ze veel leren. Ze zien veel meer van het bedrijf dan bij een multinational”, aldus Rinket.

“Natuurlijk ke ze veel leren bij een klein bedrijf”, bevestigt professor ir. E.K de Boer. Hij is sinds kort als hoogleraar verbonden aan de faculteit Technologie en Management van de UT en was daarvoor onder meer directielid van de Hollandsche Beton Maatschappij. “Het is echter niet de bedoeling dat ze dan eens op de ene en dan eens op de andere afdeling een kijkje gaan nemen. Ze moeten een vaste opdracht krijgen en een begeleider, alleen dan hebben de studenten iets aan hun stage.”

De opleiding tot bouwprocesingenieur wordt verzorgd door de vakgroep bouwtechnologie en bouwproces, een van de vakgroepen van de faculteit Technologie en Management. De vakgroep telt circa 150 studenten waarvan er dit jaar enkele afstuderen. Vanaf 1997 levert de vakgroep jaarlijks circa 40 bouwprocesingenieurs af.

Vakkencombinatie

In Twente krijgen de studenten een basisopleiding in Civiele Techniek. In het tweede jaar kiezen ze tussen de studierichtingen Bouwtechnologie en Management, Verkeer en Vervoer of Waterhuishouding en Milieu.

Bouwtechnologie en Management legt de nadruk op planning, organisatie en ‘beheersing van het integrale bouwproces’, aldus een folder van de UT. Terwijl in de andere studierichtingen de nadruk ligt op ‘het gebruik van beslissingsondersteunende modellen voor planning en management van beleidsvoorbereiding en politieke besluitvorming’. In de opleiding zijn onder meer vakken als bouwrecht, begroten, budgetteren en sociale bedrijfswetenschappen opgenomen. Het bedrijfsleven mag dan nog wat vreemd kijken naar de nieuwe studierichting, dat er behoefte is aan ingenieurs die zowel zijn geschoold in Civiele Techniek als in Bedrijfs- en Bestuurskunde staat vast, aldus De Boer.

Geen techneuten

“Ik heb in Delft gestudeerd omdat ik in de aannemerij wilde. Mijn opleiding was uitsluitend technisch. Ik heb tijdens mijn studie bijvoorbeeld nooit een planning hoeven maken, terwijl dat toch heel belangrijk is. In het algemeen kan je zeggen dat bij technische studies het management niet of nauwelijks tot zijn recht komt. Weliswaar begint dat langzaam te veranderen, maar op dit moment is de UT de enige die een studie aanbiedt waarin deze disciplines zijn gecombineerd.”

Folkert de Jager is vierdejaars. Aan het begin van zijn studie had hij nog niet echt een beeld van waaraan hij begon. “Toen ik een studie moest kiezen leek de bouw me wel leuk”, vertelt hij. “Eerst was ik vooral geinteresseerd in techniek en wilde ik management er bij doen. Na twee jaar merkte ik dat het hier meer om het regelen dan om het ontwerpen gaat. Ik heb er geen spijt van dat ik er aan ben begonnen. Het management boeit me nu meer dan het ontwerpen.”

Derdejaars Merijn Nelissen knikt instemmend. In eerste instantie dacht hij aan een technische studie te beginnen, maar uiteindelijk kwam hij erachter dat het vak waarvoor hij had gekozen niet uitsluitend met techniek te maken heeft, maar ook hij heeft geen spijt van zijn keuze.

Ook voor de andere studenten geldt meestal dat ze bij het begin van de studie vooral interesse hadden in techniek en er pas later achter kwamen dat de opleiding veel breder is. “In de loop van de opleiding groeit de interesse voor de andere aspecten van de bouw”, zegt Folkert de Jager. “Dat gold voor mij en voor de meeste andere studenten. Ik ken er maar een die spijt heeft van zijn keuze. Hij is overigens niet afgehaakt, maar volgt een aantal extra vakken in Delft.”

De Boer benadrukt dat de afgestudeerden geen techneuten zijn. “Onze studenten hebben enerzijds belangstelling voor het vakgebied en anderzijds voor de organisatie er omheen. Kennis van techniek is noodzaak maar ook kennis van bijvoorbeeld kostenberekening en hoe tijd bespaard kan worden zijn onontbeerlijk. In het algemeen zijn onze alumni minder technisch, maar meer gericht op de processen rond de bouw.”

Retentierecht

Een van die processen is de communicatie tussen opdrachtgever en uitvoerder. De Boer vindt het noodzakelijk om hieraan tijdens de opleiding veel aandacht te besteden. “De aannemers zijn zo gericht op het bouwproces dat de opdrachtgever een vergeten groep dreigt te worden.”

Soms leidt dat tot negatieve publiciteit waarmee de aannemers niet goed raad weten. Als voorbeeld noemt De Boer de kritiek die de Vereniging Eigen Huis spuide omdat het aantal klachten van kopers van een nieuwbouwwoning toeneemt. De Boer: “De NVOB zei dat het allemaal wel mee viel. Dat was een verkeerde reactie. Ze hadden moeten zeggen: “Bedankt voor de tip we zullen uitzoeken waar de schoen wringt.”

Een recenter voorbeeld betreft de ruzie tussen aannemer Hillen en Roosen en projectontwikkelaar Duyncroft over de kwaliteit van in aanbouw zijnde woningen en een kantoor in Haarlem. Het geschil liep zo hoog op dat aannemer en opdrachtgever om beurten naar de rechter stapten met als een van de gevolgen dat Hillen en Roosen het retentierecht uitoefende zodat het de projectontwikkelaar verboden werd op de bouwplaats te komen.

De Boer: “Een interessante zaak. Het retentierecht is er natuurlijk om gebruikt te worden, maar het is niet aan mij te beoordelen of dat hier terecht is gebeurd. Wel ben ik van plan om deze zaak als case in het onderdeel bouwrecht op te nemen want het is belangrijk dat de studenten in de huid van een ander leren te kruipen. Dan ke ze in veel gevallen een probleem oplossen voordat het ontstaat.”

Professor ir. E.K. de Boer met Folkert de Jager (r) en Merijn Nelissen. “Onze studenten hebben enerzijds belangstelling voor het vakgebied en anderzijds voor de organisatie er omheen”, aldus De Boer. Foto: Karel Tibbe

Reageer op dit artikel