nieuws

Beleidsmedewerker Jorritsma: “Initiatief slaat goed aan”

bouwbreed Premium

Aannemers Limburg willen Derde Wereld helpen

“Limburg kent nogal wat kleine bouwbedrijven die zelden buiten de regio werken en al helemaal geen poen over de grens aannemen. Toch bestaat er bij die bedrijven een verhoudingsgewijs forse interesse voor poen in de ontwikkelingslanden. In het verlengde daarvan willen zij hun kennis en ervaring delen met daar gevestigde bedrijven en organisaties. Het ligt in de bedoeling daar volgend jaar mogelijkheden voor aan te bieden”, zegt beleidsmedewerker drs. T. Jorritsma van COS Limburg, Centrum voor Internationale Samenwerking uit Roermond.

Jean Quist

“Twee jaar geleden onderzochten we met de Novib hoe we de Nederlandse bouw- en woningbedrijven konden interesseren voor bouwen en wonen in ontwikkelingslanden”, legt Jorritsma uit. “Aanleiding voor deze actie gaf het tienjarige bestaan dit jaar van het internationale Habitatjaar van de VN. In 1986 sloeg dat initiatief goed aan bij de woningbouwverenigingen. In de mate waarin dat het geval was bij de bouwnijverheid bestond weinig inzicht. Dat leidde tot een rondvraag onder 64 Limburgse bedrijven als aannemers, corporaties, toeleveranciers, architecten en adviseurs. Aan de orde kwamen onder meer hun al dan niet zakelijke ervaringen met ontwikkelingslanden. Nu speelt ‘Habitat’ zich niet alleen in ontwikkelingslanden af maar oefent ook hier invloed uit. Te denken valt bijvoorbeeld aan de mensen die hun wooncultuur van elders meenemen.”

Zakelijk

“Van de 64 ondervraagden gaven er zeven aan zakelijk contact te onderhouden met bedrijven in ontwikkelingslanden”, inventariseert Jorritsma. “Het ging dan om de oprichting van een dochterbedrijf tot het verstrekken van advies. De nadruk lag echter op de dienstverlening. Zo voerde een van de ondernemingen in Indonesie onderzoek uit naar de vervanging van asbest in dakplaten door andere plaatselijke materialen. Het resultaat pakte dermate goed uit dat de Unesco het bijbehorende rapport wereldwijd verspreidde. Dat neemt niet weg dat het bedrijf tijdens het onderzoek nogal problemen ondervond. Die kwamen niet zelden voort uit culturele verschillen die bedrijfsvoering en onderlinge contacten beinvloeden. Het ligt aan de mensen zelf of die verschillen de gang van zaken belemmeren of dat het als een leerzaam feit wordt beschouwd. In het laatste geval kun je die ervaringen delen met anderen zodat je de basis kunt leggen voor nieuwe initiatieven.”

Missiewerk

“Nogal wat bedrijven steunen ontwikkelingspoen met geld of met kennis”, weet Jorritsma. “Zo kwam een klein gww-bedrijf via familie en kennissen in contact met een po in Mali voor de aanleg van waterputten. Het personeel levert de poorganisatie vrijwillig de benodigde kennis aan. Woningbouwverenigingen doen veelal via de landelijke koepels de contacten op. Bedrijven komen vaak via het personeel tot een initiatief of krijgen van (plaatselijke) organisaties het verzoek om ergens aan mee te werken. En soms gebeurt het dat de directie de giften voor een bedrijfsjubileum voor ontwikkelingspoen bestemt. Een bedrijf verklaarde de interesse voor de ontwikkelingslanden met het katholieke missiewerk. Dat is niet zo verwonderlijk want velen zijn opgegroeid met de heeroom of tante zuster die in Afrika of Zuid-Amerika werkte.”

Corporaties

“Woningbouwverenigingen krijgen op hun beurt vaak te maken met de niet-westerse wooncultuur in de eigen samenleving”, meent Jorritsma. “Te denken valt hier aan een corporatie die een woning toewees aan een gezin uit Somalie en de hoofdbewoner uitnodigde het contract te komen tekenen. Die stuurde evenwel zijn jongere broer omdat het in zijn cultuur de gewoonte is dat de jongere broer de zaken regelt voor de oudere. Dat zijn feiten die enig overleg en nadenken vragen, zonder daarbij mensen in een uitzonderingspositie te plaatsen. Iets dergelijks gebeurde in het geval van een aannemer die chalets zou maken voor enkele Sinti-families. Door de beperkte maten kwam de wc uit op de woonkamer. In die cultuur wordt het niet op prijs gesteld dat iedereen kan zien dat een vrouw naar het toilet gaat. Plaatsing van de wc in de doucheruimte bood hier de oplossing. Dit soort kennis kan uitermate bruikbaar zijn bij de renovatie van wijken waar veel buitenlanders wonen. Is daar alleen de vrouw thuis op het moment dat binnen iets moet worden gedaan dan komen de bouwvakkers er niet in. En dus valt de bodem uit de planning als de aannemer daar geen rekening mee houdt.”

Belasting

“Zeker het laatste behoort tot de nieuwe ontwikkelingen waarmee de bouw steeds meer te maken krijgt”, verwacht Jorritsma.” Mede daardoor gaven negen bedrijven in de enquete aan erg veel prijs te stellen op voorlichting van het personeel. In het verlengde daarvan bleek er ook veel interesse te bestaan voor informatie over onder meer de huisvesting in ontwikkelingslanden. Bij dit onderwerp gaven negen bedrijven aan hun kennis en ervaring te willen delen met daar gevestigde bedrijven en organisaties. Er zullen zeker bedrijven zijn die zich door fiscale voordelen laten leiden en daar is niets mis mee. Aan de andere kant kan een bedrijf zich met de belangstelling voor de ontwikkelingslanden zich ook onderscheiden van andere. En ook daar is niets mis mee. Want hoe je het ook draait: niemand zal deze interesse ke opbrengen als er niet op een of andere manier een binding is met de Derde Wereld. Temeer niet omdat met deze activiteiten nogal wat tijd is gemoeid die je niet met de belasting kunt verrekenen of terug ziet in de naam van het bedrijf.”

“Daadwerkelijke betrokkenheid is een betere basis voor resultaat dan pure liefdadigheid”, stelt Jorritsma. “COS kan daar weer enige sturing in aanbrengen. Bijvoorbeeld door in te haken op poen die de Novib steunt zoals een kleinschalige dakpannenfabriek op de Filippijnen. Hier vervaardigen plaatselijke bewoners met steun van een Nederlandse dakpannenfabriek dakpannen voor de eigen regio. Door die uitwisseling van kennis kan de Filippijnse fabriek meer produceren, dus meer mensen aan het werk houden, dus de gezinsinkomsten vergroten en dus meewerken aan de plaatselijke sociale opbouw. Waarmee tevens is bewezen dat er aan de andere kant van de wereld wel degelijk behoefte bestaat aan nieuwe kennis en ervaring. Niet in alle gevallen zul je dat op basis van wederzijdse gelijkwaardigheid ke doen, al zul je daar altijd wel naar moeten streven.”

Drs. T. Jorritsma: “Daadwerkelijke betrokkenheid geeft meer resultaat.”

Reageer op dit artikel