nieuws

AVBB-W: ‘Wat Gij niet wilt dat u geschiedt…’ Conga is welkom aan onderhandelingstafel

bouwbreed

Het Algemeen Verbond Bouwbedrijf-Waterweggebied kan begrip opbrengen voor de wens van de in de Conga georganiseerde gespecialiseerde aannemers om direct betrokken te worden bij de cao-onderhandelingen voor de bouw. “Ook wij zouden niet willen dat ons eenzijdig verplichtingen worden opgelegd”, aldus voorzitter ing. D. van Well op de jaarvergadering in Rotterdam. Conga-voorzitter J.J. Meijer zei in een reactie “het een steun in de rug te vinden voor ons streven mee te mogen praten”.

Er hangt het AVBB nog altijd een door Conga aan te spannen kort geding boven het hoofd. Omdat tot op heden Conga een volledig lidmaatschap is geweigerd en daarmee directe betrokkenheid bij cao-besprekingen. En dat, terwijl Conga-bedrijven zeggen zo’n 50.000 bouwvakkers in dienst te hebben.

“Wij zijn overigens nog met het AVBB in gesprek. Over en weer hebben we voorstellen gedaan waarop nog een antwoord moet komen. Het liefst wil Conga direct meepraten met de cao-delegatie. Als dat dit keer niet zou ke, zijn we ook al tevreden met een plaats in de achterbancommissie”, aldus Meijer. “Maar we blijven streven naar een volledig AVBB-lidmaatschap.”

In zijn jaarrede ging Van Well opvallend vaak in op zaken, die de arbeidsvoorwaarden van bouwplaatspersoneel direct of indirect raken.

Uitvoerders

Zo riep hij alle bouwwerkgevers op meer aandacht te schenken aan de uitvoerders. “Zij verdienen het, wij hebben hen nodig. Meer tijd voor overleg en scholing en de ruimte voor ontspanning op z’n tijd, kortom goede secundaire arbeidsvoorwaarden en waardering voor het werk dat zij verrichten, is beslist op zijn plaats.”

De huidige status van uitvoerders omschreef Van Well als “de man of soms vrouw, die eigenlijk niet op vakantie kan, die geen roostervrije dag kan opnemen, die niet ziek mag zijn, die te laat met het werk moet beginnen als gevolg van procedures en toch op tijd en liever eerder moet opleveren. De man of vrouw, waarvan topkwaliteit wordt verlangd en waarvan en passant ook nog wordt verwacht dat zijn werk met winst wordt afgesloten.”

De bouwers in het Waterweggebied zijn ook niet tegen het opheffen van het uitzendverbod. “De angst dat dit zal leiden tot verdwijning van vast eigen personeel acht ik ongegrond. Personeel inlenen doe je om pieken in het werk op te vangen. Niet meer en niet minder.”

Geen dwangmaatregel

Van Well was niet te spreken over de manier waarop de gemeente Rotterdam werkloze bouwvakkers aan het werk wil krijgen. Door aannemers bij uitvoering van een aantal grote poen te dwingen vijf procent van de aanneemsom te gebruiken voor de inzet van werklozen, zoals de gemeente wil, worden problemen niet opgelost. “Dit soort dwangmaatregelen – dat we uit de pers moesten vernemen, terwijl we toch om de drie maanden bij het college aan tafel zitten – passen niet in een markteconomie.”

Werkgelegenheidseffect

Van Well herinnerde de gemeente daarom nog maar eens aan het aanbod, dat het AVBB-Waterweggebied twee jaar geleden heeft gedaan. Men vroeg een locatie, waarop in de marktsector 45 woningen zouden ke worden gebouwd. Als proef zou worden nagegaan wat in de praktijk het effect zou zijn op de werkgelegenheid als iedere bouw-cao’er op dat po alle vakantie- en roostervrije dagen daadwerkelijk zou opnemen, er een vierdaagse werkweek zou worden gecreeerd en een bedrijfstijd van zes dagen per week.

“In theorie is 10 procent meer arbeidsplaatsen geen illusie. Als in de praktijk dit percentage 5 zou blijken te zijn, praten we in de Rotterdamse regio toch gauw over 1000 extra arbeidsplaatsen”, aldus Van Well.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels